Voorbij het materialisme: barstjes in het reductionistische wereldbeeld
Een pastorale beschouwing over wetenschap, geloof, menselijke waardigheid en de geniale orde van de schepping
Inleiding: de mens is meer dan zijn biologie
Wie de mens werkelijk wil begrijpen, kan niet volstaan met een eendimensionale benadering. Als pastoor en gediplomeerd arbeidstherapeut heb ik gedurende mijn leven mogen ervaren hoe wezenlijk het is om mensen nabij te zijn in hun kwetsbaarheid, hun ziekte en hun verlangen naar heelheid. Een mens is immers meer dan een samenspel van biologische processen. Hij is een uniek wezen, met een eigen waardigheid en een innerlijke bestemming, voortdurend op weg naar verdere menswording.
In deze mensvisie voel ik mij sterk verbonden met het gedachtegoed van de psychiaters dr. Anna A. Terruwe en dr. Conrad W. Baars. Hun bevestigingsleer raakt aan een fundamentele waarheid over het menselijk bestaan: een mens kan pas werkelijk tot bloei komen wanneer hij zich in zijn diepste wezen gekend, aanvaard en bemind weet. Waar die bevestiging ontbreekt en de mens wordt gereduceerd tot een mechanisme of een verzameling meetbare processen, dreigt zijn innerlijke waardigheid uit het oog te worden verloren. Dat raakt niet alleen zijn psychische en geestelijke welzijn, maar belemmert ook zijn groei naar volle menswording.
Vanuit deze pastorale bewogenheid volg ik met grote belangstelling de ontwikkelingen en verschuivingen die zich vandaag in onze cultuur, de wetenschap en het denken over de mens voltrekken. Juist in deze tijd blijft het van wezenlijk belang dat wij de mens blijven zien in zijn lichamelijke, psychische, geestelijke en spirituele dimensie.
1. Het vertrek van een boegbeeld: barstjes in de ivoren toren
In januari 2024 maakte prof. dr. Johan Braeckman, filosoof aan de Universiteit Gent en voormalig leermeester van vele studenten, bekend dat hij de universiteit negen jaar vóór zijn voorziene emeritaat zou verlaten. In een uitgebreid interview met Joël De Ceulaer in De Morgen lichtte hij zijn beslissing toe. Een van de redenen die hij daarbij naar voren bracht, was de toenemende weerstand tegen onderzoek dat vertrekt vanuit een evolutionair perspectief. Volgens Braeckman ondervond deze invalshoek steeds meer moeilijkheden bij de beoordeling en financiering van onderzoeksprojecten.[1]
Hij verwoordde zijn ervaring als volgt: de weerstand tegen Darwin was alleen maar toegenomen. Hij betreurde dat het evolutionaire en interdisciplinaire denken volgens hem aan de universiteit onvoldoende naar waarde werden geschat.
Deze uitspraak verdient aandacht. Braeckman wees op een spanning binnen het academische landschap: de plaats van evolutionaire verklaringsmodellen in het onderzoek naar menselijk gedrag, seksualiteit, moraliteit en cultuur is onderwerp van debat. Hij gaf daarbij ook aan dat hij niet kon bewijzen dat zijn onderzoeksvoorstellen om die reden werden tegengehouden.
Het zou daarom te ver gaan om zijn vertrek zonder meer als een nederlaag van het materialisme of als een wetenschappelijke weerlegging van de evolutietheorie te beschouwen. Wel nodigt zijn getuigenis uit tot een bredere vraag: hoeveel ruimte is er binnen de wetenschap voor verschillende verklaringsmodellen en voor een werkelijk interdisciplinair gesprek over de mens?
Veelzeggend was ook zijn verwijzing naar De rerum natura van Lucretius, een klassiek filosofisch dichtwerk waarin de epicuristische levensbeschouwing tot uitdrukking komt. In dit wereldbeeld bestaat geen goddelijke voorzienigheid en is er geen persoonlijk hiernamaals. De mens zoekt zijn levensgeluk in wijsheid, vriendschap en innerlijke rust, binnen een kosmos die op zichzelf geen menselijke bestemming heeft.[1]
Maar dringt zich dan niet een wezenlijke vraag op? Is die kosmos werkelijk zo koud en onverschillig? En is het menselijk bestaan inderdaad niet meer dan een toevallig product van natuurkrachten? Misschien is de werkelijkheid rijker, dieper en geheimzinniger dan een uitsluitend materialistische benadering vermag te verklaren.
2. De ervaring van binnenuit: het getuigenis van Michaël Dekee
Een persoonlijke aanvulling op deze academische discussie vinden we in het getuigenis van Michaël Dekee, oud-student biologie aan de Universiteit Gent en auteur van De evolutietheorie ontkracht.
In zijn bijdrage van 28 oktober 2026 blikt Dekee terug op zijn studententijd. Hij vertelt hoe hij in het academiejaar 2011-2012 het vak filosofie van de biologie volgde bij Johan Braeckman. Ook beschrijft hij zijn contacten met Braeckman in het kader van het Dierkundemuseum van Gent.[2]
Dekee reageert hoopvol op Braeckmans vaststelling dat de weerstand tegen Darwin is toegenomen. Hij schrijft: ‘Alvast hoopgevend!’
Voor Dekee is deze ontwikkeling aanleiding om opnieuw kritische vragen te stellen bij de gangbare evolutionaire verklaringsmodellen. Zijn overtuiging is dat de biologische werkelijkheid niet afdoende kan worden begrepen vanuit een uitsluitend materialistische visie.
Zijn getuigenis is in de eerste plaats een persoonlijke en levensbeschouwelijke interpretatie van de ontwikkelingen binnen de universiteit. Het vormt geen zelfstandig wetenschappelijk bewijs tegen de evolutietheorie. Niettemin raakt het aan een belangrijke vraag: kunnen wij de complexiteit van het leven en de mens werkelijk volledig begrijpen wanneer wij ons onderzoek vooraf beperken tot een materialistisch verklaringskader?
Het is een vraag die ruimte verdient voor ernstig onderzoek, open debat en intellectuele bescheidenheid.
3. Voorbij het reductionisme: de geniale orde van de schepping
Wie het leven bestudeert, wordt getroffen door de indrukwekkende samenhang en complexiteit van de biologische werkelijkheid. Van de werking van een levende cel tot de informatieopslag in DNA en de onderlinge afhankelijkheid van biologische systemen: overal ontdekken wij structuren en processen die uitnodigen tot verwondering.
De natuurwetenschap onderzoekt hoe deze processen functioneren en hoe biologische veranderingen tot stand komen. Het christelijk geloof stelt daarnaast de vraag naar de uiteindelijke oorsprong, betekenis en bestemming van de schepping.
Deze vragen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Een wetenschappelijke verklaring van natuurlijke processen hoeft immers niet automatisch een ontkenning van God te betekenen. Vanuit het geloof kan de samenhang van de natuur worden verstaan als een verwijzing naar Gods scheppende wijsheid.
De gedachte van de creatio mediata
In dit verband is het gedachtegoed van Don Guido Bortoluzzi bijzonder interessant. Zijn model, dat op de website guidobortoluzzi.org wordt toegelicht, probeert een verbinding te leggen tussen het Bijbelse scheppingsverhaal, de erfzonde en de biologische geschiedenis van de mens.
Binnen dit model staat de gedachte van de creatio mediata, de middellijke schepping, centraal. Bortoluzzi beschrijft daarin een bijzondere goddelijke scheppingsdaad waarbij natuurlijke biologische processen en een specifieke biologische ontwikkeling een rol zouden hebben gespeeld bij het ontstaan van de mens.[3]
Het model probeert daarmee een antwoord te formuleren op vragen over de verhouding tussen de menselijke oorsprong, de erfzonde en de biologische werkelijkheid.
Het is belangrijk daarbij een onderscheid te maken tussen een theologisch geïnspireerd verklaringsmodel en een wetenschappelijk algemeen aanvaarde theorie. De hypothesen van Bortoluzzi zijn niet als gevestigde biologische kennis te beschouwen en vragen om onafhankelijke wetenschappelijke toetsing. Hun betekenis ligt voor de gelovige vooral in de poging om geloof en biologische mensvisie met elkaar in gesprek te brengen.
De grenzen van een uitsluitend materialistische mensvisie
Het materialisme heeft ons veel kennis opgeleverd over de lichamelijke en biologische aspecten van het bestaan. Maar wanneer het materialistische verklaringskader wordt verheven tot de enige geldige manier om de werkelijkheid te begrijpen, dreigt een belangrijke dimensie verloren te gaan.
De mens is niet alleen een biologisch organisme. Hij is ook een wezen dat liefheeft, hoopt, lijdt, geweten ontwikkelt, betekenis zoekt en verlangt naar verbondenheid. De vraag naar de zin van het bestaan laat zich niet eenvoudig herleiden tot een biologische functie.
Vanuit het christelijk geloof erkennen wij in de mens een schepsel dat door God gewild is en geroepen wordt tot een persoonlijke relatie met zijn Schepper. Zijn waardigheid is niet afhankelijk van zijn gezondheid, intelligentie, maatschappelijke bruikbaarheid of biologische mogelijkheden.
Ieder mensenleven bezit een waarde die niet door menselijke maatstaven kan worden opgeheven.
4. De bevestigingsleer: de mens komt tot bloei door liefde
De biologische en filosofische beschouwing van de mens krijgt een bijzondere verdieping wanneer wij haar verbinden met de psychologie en psychiatrie van dr. Anna A. Terruwe en dr. Conrad W. Baars.
Terruwe ontwikkelde een psychologische benadering waarin de menselijke behoefte aan bevestiging een centrale plaats inneemt. Baars bouwde op deze inzichten voort en werkte de betekenis van liefdevolle bevestiging verder uit binnen de katholieke psychologie.[4]
De kern van hun gedachtegoed is dat een mens niet alleen behoefte heeft aan verzorging, behandeling of rationele begeleiding. Hij verlangt er ook naar om als persoon werkelijk gezien en aanvaard te worden.
Een mens groeit wanneer hij ervaart dat hij er mag zijn, dat zijn gevoelens worden erkend en dat hij bemind wordt om wie hij is. Die bevestiging is geen oppervlakkige vorm van waardering, maar raakt aan de diepste kern van zijn persoonlijkheid.
Voor mij als pastoor en arbeidstherapeut is dit een bijzonder wezenlijk inzicht. In de ontmoeting met zieke, kwetsbare en eenzame mensen wordt telkens opnieuw duidelijk hoe belangrijk het is dat iemand zich niet gereduceerd voelt tot zijn diagnose, zijn beperkingen of zijn afhankelijkheid.
Een mens is nooit alleen zijn ziekte. Hij blijft een persoon met een eigen levensgeschiedenis, een innerlijke wereld en een onvervreemdbare waardigheid.
Hier ontmoeten psychologie, pastoraat en christelijke antropologie elkaar. De bevestigingsleer helpt ons om de mens niet alleen te benaderen vanuit wat hij mankeert, maar vooral vanuit wie hij is en waartoe hij geroepen is.
5. De christelijke hoop tegenover de vergankelijkheid
De epicuristische levensbeschouwing en de christelijke geloofsvisie verschillen fundamenteel in hun kijk op de dood en de uiteindelijke bestemming van de mens.
Waar de epicuristische traditie de dood beschouwt als het einde van de persoonlijke ervaring, belijdt het christendom dat de menselijke bestemming niet ophoudt bij het sterven.
De christelijke hoop wortelt in de overtuiging dat ieder mens vanaf het allereerste begin door God gewild en gekend is. Zijn bestaan wordt gedragen door een liefde die sterker is dan de dood.
Voor mensen die geconfronteerd worden met ziekte, verlies en sterven, is dat geen abstracte filosofische gedachte. Het kan een diepe bron van troost en vertrouwen zijn.
De mens is niet overgeleverd aan een onverschillig universum. Hij mag geloven dat zijn leven betekenis heeft en dat hij uiteindelijk geborgen is in Gods liefde.
Dat betekent niet dat het christelijk geloof het lijden wegneemt of alle levensvragen onmiddellijk beantwoordt. Het biedt wel een perspectief waarin zelfs kwetsbaarheid en sterfelijkheid niet het laatste woord hebben.
6. Naar een harmonieuze synthese: God de eer geven
Het kritisch onderzoeken van het materialistische wereldbeeld vraagt niet om leedvermaak of triomfalisme. Het vraagt om een positieve, opbouwende en toekomstgerichte houding.
Wat onze tijd nodig heeft, is een harmonieuze synthese waarin wetenschap en geloof elkaar niet bestrijden, maar elkaar aanvullen en wederzijds verrijken.
Verstand en wetenschap
- Het onderzoeken van de biologische orde en complexiteit van het leven.
- Het bestuderen van celstructuren, DNA en natuurlijke processen.
- Het zorgvuldig toetsen van wetenschappelijke verklaringen en hypothesen.
Geloof en openbaring
- God erkennen als oorsprong en dragende grond van al wat bestaat.
- De mens beschouwen als een uniek schepsel, geroepen tot een persoonlijke relatie met God.
- De geestelijke dimensie en de onschendbare waardigheid van ieder mensenleven erkennen.
De harmonieuze synthese
- De gedachte van de creatio mediata zoals uitgewerkt in het gedachtegoed van Don Guido Bortoluzzi.
- De bevestigingsleer van Anna Terruwe en Conrad Baars.
- Een mensvisie waarin menselijke waardigheid, liefdevolle nabijheid en geestelijke ontplooiing centraal staan.
- De spiritualiteit van de Kleine Weg, waarin eenvoud, nederigheid en liefdevolle trouw gestalte krijgen.
Harmonie in plaats van strijd
Ware wetenschap en oprecht geloof hoeven elkaar niet uit te sluiten. Integendeel, zij kunnen elkaar wederzijds verdiepen. Wij erkennen de feiten die het natuurwetenschappelijk onderzoek aan het licht brengt en blijven tegelijk openstaan voor de diepere betekenis van de werkelijkheid.
Vanuit het geloof zien wij in de schepping niet alleen een samenhangend geheel van natuurprocessen, maar ook een verwijzing naar de Schepper.
Herstel van de menselijke waardigheid
Wanneer de mens niet langer uitsluitend vanuit een biologisch of materialistisch perspectief wordt benaderd, ontstaat opnieuw ruimte om zijn volledige waardigheid te erkennen.
In de gezondheidszorg, de therapie en het pastoraat mogen wij daarom blijven getuigen van het bijzondere karakter van ieder mensenleven. Ieder mens verdient het om gekend, bevestigd, aanvaard en bemind te worden.
De weg van barmhartigheid
Tegenover een wereldbeeld waarin de kosmos als onverschillig en doelloos wordt beschouwd, stellen wij de christelijke overtuiging dat het menselijk bestaan gedragen wordt door Gods liefde.
Die liefde geeft zin aan ons leven, ook wanneer wij geconfronteerd worden met kwetsbaarheid, lijden en sterven. Niet het blinde toeval heeft het laatste woord, maar de genade. Niet de leegte, maar de liefde vormt onze uiteindelijke bestemming.
Conclusie: de mens opnieuw in zijn volle waardigheid erkennen
Het vertrek van een prominente figuur als Johan Braeckman uit de Universiteit Gent heeft een discussie zichtbaar gemaakt over de plaats van het evolutionaire denken binnen de academische wereld. Zijn getuigenis, samen met de reactie van oud-biologiestudent Michaël Dekee, nodigt uit om kritisch na te denken over de verhouding tussen wetenschap, materialisme en levensbeschouwing.
Daarbij gaat het niet om het vervangen van het ene dogma door het andere, maar om het openhouden van fundamentele vragen. Wat is de mens? Waar komt hij vandaan? Wat geeft zijn leven betekenis? En welke plaats hebben liefde, geest en transcendentie in ons verstaan van de werkelijkheid?
De inzichten van Don Guido Bortoluzzi, Anna Terruwe en Conrad Baars bieden vanuit hun eigen invalshoeken aanknopingspunten om deze vragen verder te verkennen. Zij herinneren ons eraan dat de mens niet los kan worden gezien van zijn oorsprong, zijn relaties, zijn geestelijke dimensie en zijn verlangen naar heelheid.
Laten wij daarom, steeds op zoek naar verdieping, deze ruimte met overtuiging en hoop tegemoet treden. Niet vanuit een geest van strijd of polemiek, maar vanuit de vreugde God de eer te geven voor de wonderbare, geniale en liefdevolle orde van zijn schepping.
Een schepping waarin de mens, vanaf de allereerste oorsprong van het leven op cellulair niveau tot aan zijn eeuwige bestemming, een unieke plaats en een onschatbare waardigheid inneemt.
Want de mens is meer dan wat wij van hem kunnen meten, verklaren of vaststellen. Hij is een persoon, geroepen om te leven in waarheid, liefde en verbondenheid met God.
Voetnoten en bronnen
1. Johan Braeckman – interview in De Morgen, 13 januari 2024. Joël De Ceulaer, Filosoof Johan Braeckman, opvolger van wijlen Etienne Vermeersch, stopt op negen jaar van zijn emeritaat. Het interview is ook gepubliceerd op de website van Etienne Vermeersch. Lees het volledige interview .
2. Michaël Dekee – getuigenis, 28 oktober 2026. In 2024 vertrok filosoof Johan Braeckman uit de UGent: ‘De weerstand tegen Darwin is alleen maar toegenomen’. Lees de bijdrage van Dekee .
3. Don Guido Bortoluzzi – biologisch en theologisch model. Documentatie over de Genetische Ontologische Resonantie (GOR), de creatio mediata en de visie op de biologische oorsprong van de mens. Het Guido Bortoluzzi Model . Zie ook de verdere uitwerking van de biologische hypothese.
4. Anna A. Terruwe en Conrad W. Baars – de bevestigingsleer. Zie onder meer:
- Anna A. Terruwe, Psychotherapie en levensbeschouwing (1958).
- Anna A. Terruwe en Conrad W. Baars, Psychic Wholeness and Healing (1979).
- Conrad Baars, Feeling and Healing Your Emotions (1979).
- Suzanne Baars, Introduction, tijdschrift Integratus, april 2024, over het leven en werk van Conrad Baars en de betekenis van bevestiging.
Integratus