
De Middellijke Schepping: De Sleutel tot het Mysterie van Genesis en de Noodzaak van Verlossing
1. De Zoektocht naar Onze Oorsprong
Het boek Genesis is al duizenden jaren een van de meest intrigerende teksten uit de menselijke geschiedenis. Het trekt onze aandacht omdat het raakt aan de diepste, meest fundamentele vragen van ons bestaan: Waar komen we vandaan? Waarom is er lijden op aarde als God goed is? En hoe verhoudt het scheppingsverhaal zich tot wat we vandaag de dag om ons heen zien?
Vaak sluiten lezers de eerste hoofdstukken van Genesis met een gevoel van vervreemding. Verhalen over een sprekende slang, een verboden vrucht of een mens die letterlijk uit stof wordt geboetseerd, voelen voor de moderne mens soms als sprookjes of mythen. Ze lijken op het eerste gezicht weinig praktische hulp te bieden voor het dagelijks leven. Toch blijft het knagen. We voelen intuïtief dat er aan het begin van de mensheid iets ingrijpends is misgegaan, maar het ontbreekt ons aan de juiste middelen om de tekst werkelijk te doorgronden.
De waarheid is dat Genesis een hermetisch boek is. Zoals professor Renza Giacobbi opmerkt, is Genesis een tekst die om de juiste sleutel vraagt om de diepere betekenis ervan te kunnen ontsluiten. Deze sleutel is altijd in handen van de Schepper geweest, totdat de mensheid historisch en wetenschappelijk rijp was — met name op het gebied van de genetica — om de werkelijke processen achter de bijbelse metaforen te begrijpen.
2. Middellijke Schepping: Een Waardevolle Hypothese Naast Bestaande Modellen
In de zoektocht naar het ontstaan van de wereld en de mensheid bestaan diverse denkmodellen, variërend van het klassieke creationisme en de evolutietheorie van Charles Darwin tot kosmologische modellen zoals de Big Bang, het multiversum en de panspermie-hypothese.
Zoals pastoor Geudens benadrukt, reikt het werk van de Italiaanse priester Don Guido Bortoluzzi ons een bijzonder en geloofwaardig nieuw denkmodel aan: de hypothese van de middellijke schepping.
In dit model wordt de kloof tussen het goddelijke ingrijpen en de biologische werkelijkheid overbrugd. Binnen deze visie creëerde God de eerste twee zuivere menselijke gameten (mannelijk en vrouwelijk) en plaatste deze in de baarmoeder van een voormenselijk vrouwtje. Zo werd de eerste volmaakte mens, Adam, geboren. De middellijke schepping is géén vervanging van de Heilige Schrift, maar dient als een verheldering van de duistere, mystieke passages in Genesis. Het biedt een denkkader waarin geloof en wetenschap elkaar niet langer bestrijden, maar elkaar juist verhelderen.
3. De Erfzonde als Genetische en Geestelijke Breuk
Een cruciale vraag binnen de theologie en de archeologie is hoe de oorspronkelijke, volmaakte staat van de mens zich verhoudt tot de prehistorische mensachtigen die in de bodem worden teruggevonden.
De theologie leert dat wat God schept, in oorsprong ‘zeer goed’ is. De mens (Adam) kon dus niet het eindproduct zijn van een louter dierlijke evolutie vol miljoenen jaren van strijd, pijn en willekeur. Zoals Hubert Luns toelicht, vormt de ontdekking van de prehistorische, onvolmaakte mensachtigen geen weerlegging van de Schepper, maar getuigt het van de catastrofale impact van de erfzonde:
“Indien de mens in lichaam en ziel verdorven raakt, is het logisch dat de erfzonde een zonde is geweest van grensoverschrijdende kruisbevruchting — een verboden gemeenschap buiten de oorspronkelijke, adamitische soort.”
De val van de mens was daardoor niet slechts een abstracte, morele fout, maar een fysieke, biologische én geestelijke ontsporing. De vermenging tussen de zuivere menselijke lijn en de voormenselijke soorten leidde tot genetische vervuiling en het ontstaan van hybride afstammelingen (zoals de lijn van Kaïn), die de uiterlijke en innerlijke kenmerken van mensapen begonnen te vertonen.
4. Het Instrument van Openbaring: Pastoor Don Guido Bortoluzzi
Dat deze verhelderende inzichten juist in onze tijd aan het licht zijn gekomen, danken we aan het opmerkelijke leven van Don Guido Bortoluzzi (1907–1991). Zijn leven werd gekenmerkt door diepe beproevingen, nederigheid en bijzondere mystieke genaden. Zo was hij als kind in de geest aanwezig bij de verschijning van Fátima (1917) en werd hem al tijdens zijn seminariejaren voorspeld dat hij op latere leeftijd een sleutelwerk over Genesis zou ontvangen.
Op 65-jarige leeftijd toonde de Heer hem in een volkomen wakende toestand een reeks gedetailleerde visioenen over de schepping van het heelal, de oorspronkelijke volmaaktheid van Adam en de Vrouw, én de tragische neergang door de erfzonde. Don Guido zag hoe de mensheid door genetische verbastering afgleed, maar ook hoe God door herhaalde, barmhartige ingrepen de menselijke soort weer opkalefaterde en begeleidde naar een niveau waarop zij opnieuw in staat was Zijn Woord te ontvangen.
Zoals pater Serafino getuigt, herinnert deze openbaring ons eraan dat de ware theologen vaak de mystici en de heiligen zijn. Zij spreken niet uit menselijke hoogmoed, maar vanuit een levende gemeenschap met God. Aan het verlangen van een eenvoudige, oprechte priester is voldaan om de duistere bladzijden van de Schrift voor de mens van nu toegankelijk te maken.
5. De Noodzaak van de Verlossing in Jezus Christus
Wanneer we de oorsprong van de mensheid begrijpen door de lens van de middellijke schepping en de biologische breuk van de erfzonde, krijgt het hele christelijke geloof een vernieuwde, diepe urgentie.
De Verlossing door Jezus Christus is geen bijzaak of een louter symbolisch gegeven; het is het absolute en noodzakelijke herstel van de menselijke natuur. Waar de eerste Adam door opstand en grensoverschrijding de mensheid in een biologische en spirituele spiraal van verval stortte, brengt Christus — de Nieuwe Adam — de volkomen genezing.
Door Zijn menswording, Zijn Offer aan het Kruis en Zijn Verrijzenis giet Hij Zijn zuiverende genade uit over de mensheid. Via de sacramenten worden wij her-geënt op de oorspronkelijke, goddelijke stam. De gehele mensheid wordt zo tot in haar diepste wortels genezen: fysiek, emotioneel, intellectueel en geestelijk.
Deze inleiding nodigt de lezer uit om met een open geest en een verlicht hart te kijken naar de verbinding tussen geloof, wetenschap, geschiedenis en mystiek. Waar het mysterie van de oorsprong wordt ontrafeld, vervalt de twijfel en wordt de weg vrijgemaakt voor een diep vertrouwen in Hem die alles nieuw maakt.
Overzicht van Betrokken Stemmen en Sleutelfiguren
1. Don Guido Bortoluzzi (1907–1991)
- Achtergrond: Italiaanse katholieke priester uit de provincie Belluno.
- Kernrol: De Bron van de Visioenen. Ontving op latere leeftijd (rond zijn 65e) gedetailleerde goddelijke openbaringen over het ontstaan van de aarde, de schepping van de mens en de aard van de erfzonde.
2. Professor Renza Giacobbi
- Achtergrond: Italiaanse onderzoekster, auteur en nabije medewerkster van Don Guido.
- Kernrol: Hoofdediteur en Redacteur. Bundelde de aantekeningen van Don Guido in het hoofdwerk Genesi Biblica (ca. 425 pagina’s) en schreef de samenvatting La Genesi svelata. Licht de biologische en genetische concepten toe.
3. Hubert Luns
- Achtergrond: Nederlandse katholieke auteur, publicist en vertaler.
- Kernrol: Theologisch Duider en Vertaler. Belangrijke Nederlandstalige verspreider van het werk. Auteur van de verhandeling Opheldering t.a.v. Oorsprong van de Mens volgens Don Guido Bortoluzzi ter theologische onderbouwing van de kruisbevruchting en de erfzonde.
4. Pastoor Geudens
- Achtergrond: Nederlandstalige katholieke priester.
- Kernrol: Geestelijk Sympathisant en Aanbeveler. Weegt in zijn bijdragen diverse oorsprongsmodellen af (zoals evolutie en creationisme) en presenteert de middellijke schepping als een geloofwaardige hypothese ter verheldering van de Schrift.
5. Pater Serafino
- Achtergrond: Italiaanse katholieke geestelijke en mystiek theoloog uit de kring rond Don Guido.
- Kernrol: Geestelijk Getuige. Duidt de mystieke context, benadrukt de vroomheid van Don Guido en legt uit waarom de Verlossing door Christus (de “Nieuwe Adam”) noodzakelijk is voor het fysieke en spirituele herstel van de mens.
BOEK: ‘DE SCHEPPING – GUIDO BORTOLUZZI’
Oorspronkelijke titel: Genesi Biblica, door Renza Giacobbi
Gereactualiseerd naar de nieuwste inzichten en theologische syntheses.
Ontwikkelingsgeschiedenis van de Openbaringen
Chronologisch overzicht van de voortschrijdende inzichten van Don Guido Bortoluzzi
Om de stapsgewijze ontvouwing van de kennis van Don Guido te begrijpen — en te zien hoe deze naadloos aansluit bij onze hedendaagse wetenschappelijke en spirituele inzichten — volgt hier het samenvattend overzicht van de ontvangen openbaringen:
- I. Openbaring (1968 – Innerlijke inspraak): De Genetische Sleutel Don Guido ontvangt het inzicht dat het enige menselijke kenmerk van Kaïn zijn spraakvermogen (het menselijke woord) was. Dit geeft hem de zekerheid dat de mens in oorsprong volmaakt is geschapen, zoals Genesis leert. Indien Kaïn uiterlijk kenmerken van een mensaap vertoonde, moest er stroomopwaarts sprake zijn geweest van een biologische en genetische verbastering door kruisbevruchting.
- II. Openbaring (1970 – I Profetische droom): De Verantwoordelijkheid van de Man Hij leert dat de erfzonde primair en uitsluitend door de Man (Adam) is begaan via een ongehoorzame, grens-overschrijdende daad, buiten de Vrouw om.
- III. Openbaring (1970 – II Profetische droom): De Intrede van Geweld Met de erfzonde en de fysieke moord op Abel doen geweld, zinnelijke overheersing en biologische degeneratie hun intrede in het menselijk ras. Don Guido begrijpt op dat moment het slachtoffer nog niet volledig en denkt vanwege de jonge leeftijd dat het om een afstammeling van Set gaat.
- IV. Openbaring (1970 – III Profetische droom): De Prehistorische Bastaarden Don Guido ziet de eerste generaties van bastaarden: de prehistorische mensachtigen en hybride vormen die op mensapen gelijken. Dit verklaart de archeologische vondsten van primitieve mensachtigen niet als een ‘opwaartse evolutie’, maar als het resultaat van een degenerationele val na de erfzonde.
- V. Openbaring (1972 – Het Grote Visioen): Kosmogenese & De Rol van Eva Het centrale visioen over het ontstaan van het Heelal, de Aarde, de Maan en de geboorte van de eerste volmaakte Vrouw. De Heer verheldert dat het voormenselijke draagmoeder-wijfje dat het Meisje ter wereld bracht, ‘Eva’ wordt genoemd. Zij vormt de biologische verbindingsschakel tussen de voormenselijke soort en de mensheid, en is tevens de fysieke moeder van de twee lijnen van het menselijk geslacht.
- VI. Openbaring (1974 – IV Profetische droom): De Identiteit van Abel en Kaïn Don Guido woont in de geest de laatste maaltijd van Abel bij. Hierin wordt hem de ware identiteit van zowel de zuivere Abel als de genetisch hybride Kaïn geopenbaard.
- VII. Openbaring (1974 – V Profetische droom): Onrechtstreekse Schuld & Vrijspraak van de Vrouw De Heer verklaart dat de Man (Adam) indirect verantwoordelijk is voor de moord op Abel door, tegen de wil van God in, Kaïn te verwekken bij het voormenselijke wijfje. De Heer bevestigt dat de Vrouw (het Meisje) volkomen vreemd was aan de erfzonde, aangezien zij destijds nog een jong kind was. Don Guido begrijpt de tragische opstand van Adam en diens gebrek aan berouw.
- VIII. Openbaring (1974 – Innerlijke inspraak): Het Barmhartige Verlossingsplan Don Guido doorgrondt de diepe, Onvoorwaardelijke Liefde van God. Hij ziet hoe God, ondanks de biologische en spirituele ontsporing van de mensheid (die later zou uitmonden in de prehistorische tirannie en de noodzakelijke reset van de Zondvloed), een barmhartig herstelplan heeft uitgerold. Dit plan leidt de mensheid van genetisch verval en technologische misleiding terug naar de geestelijke her-entingskracht van Jezus Christus.
Wetenschappelijke en Theologische Verantwoording
Opheldering van de Duistere Gedeelten van Genesis in het Licht van Moderne Kennis
Deze openbaring biedt een verhelderende sleutel tot de duistere en vaak verkeerd begrepen passages in Genesis. God legt via deze weg uit op welke manier Hij direct én intelligent betrokken was bij het ontstaan van het universum, de mens en alle andere levende soorten.
1. Het Principe van de Middellijke Schepping
God verduidelijkt dat elke nieuwe soort ontstaat vanuit een originele goddelijke kiem (informatieve blauwdruk). Geen enkele plant, dier of mens werd zomaar “als bij toverslag” of als kant-en-klare volwassene op aarde neergezet, zoals fundamentalistische creationisten beweren. Evenmin is de mens ontstaan uit een blind, willekeurig en miljoenen jaren durend evolutieproces vol strijd en toeval, zoals het klassieke darwinisme stelt.
God handelde via het principe van de Middellijke Schepping (creatio mediata):
- Het Middel: Om de eerste volmaakte Man en Vrouw te scheppen, gebruikte God een vrouwtje van een al bestaand, voormenselijk ras (een inmiddels uitgestorven soort) als biologische draagmoeder.
- Geen Genetische Erfenis van het Draagdier: God schiep de eerste twee menselijke gameten (mannelijk en vrouwelijk) met een volkomen zuivere, goddelijke DNA-structuur. Het voormenselijke draagdier diende uitsluitend als fysieke kraamkamer en voedingsbron. Er werd géén gen van de voormenselijke soort doorgegeven aan de nieuwe mens.
- Inblazing van de Geest: Vanaf het allereerste moment van conceptie voegde God een nieuw en essentieel element toe: Zijn Geest. Hiermee werd de mens een rechtstreeks geestelijk kind van God.
De mens komt dus voort uit de schepping, maar stamt biologisch niet af van de lagere soort. Dat verschillende soorten overeenkomstige genen delen, is het gevolg van een gemeenschappelijke Goddelijke Ontwerper om biologische en ecologische uitwisseling op aarde mogelijk te maken, niet het bewijs van een blinde afstamming.
2. De Erfzonde: Een Biologische en Genetische Katastrofe
De mens werd in een staat van absolute fysieke, verstandelijke en geestelijke volmaaktheid geschapen (“God zag dat het zeer goed was”). Het idee van de prehistorische, primitieve mens die langzaam ‘beter’ werd, is een verdraaiing van de feiten. Archeologische vondsten van primitieve mensachtigen getuigen niet van een opwaartse evolutie, maar van een degenerationele val.
De erfzonde was geen abstracte, louter symbolische fout. Het was een daad van grensoverschrijdende biologische ongehoorzame kruisbevruchting:
- De Verbastering: De Man (Adam) overschreed de goddelijke orde door een gemeenschap aan te gaan met het voormenselijke, dierlijke ras (de ‘wilde boom’).
- Genetische Vervalspiraal: Hierdoor raakte het zuivere menselijke DNA bezoedeld. Het nageslacht dat hieruit voortkwam (zoals de hybride lijn van Kaïn) vertoonde fysieke en mentale vervallingsverschijnselen, wat leidde tot afstammelingen met mensaapachtige kenmerken, seksuele ontsporingen en een dierlijke neiging tot geweld.
- Het Verlies van de Geest: Door deze hybridisatie en biologische corruptie verloor de mensheid de directe inwoning van de Geest van God, aangezien de goddelijke Geest niet kan wonen in een gecorrumpeerde, dierlijk geworden natuur.
3. De Noodzaak van Her-evolutie en de Verlossing door Christus
Na deze catastrofale val liet God Zijn schepping niet aan haar lot over. Na meerdere selecties en ingrepen startte de Heer een werk van goddelijk herstel: een begeleide her-evolutie van het bezoedelde menselijke ras.
Toen de mensheid via deze begeleide weg weer voldoende capaciteit, bewustzijn en morele vrije wil had teruggewonnen, zond God Zijn Zoon Jezus Christus — de Nieuwe Adam.
Waar de eerste Adam de menselijke natuur biologisch en spiritueel corrumpeerde, brengt Christus het volkomen herstel. Door Zijn gehoorzaamheid, Menswording, Kruisdood en Verrijzenis brengt Hij het zuivere, goddelijke Leven terug. Via Zijn Geest en genade herstelt Hij de mensheid tot in haar diepste fysieke, verstandelijke en geestelijke wortels.
4. Genesis 6, Nephilim en Prehistorische Bio-Technologie
Een opmerkelijke en cruciale bevestiging van deze vervallingslijn vinden we in Genesis 6. Hubert Luns en moderne bijbelonderzoekers lichten toe hoe de oorspronkelijke breuk zich in de prehistorie verder verdiepte:
Hubert Luns: “Genesis 6 verhaalt hoe het aan de genealogische levensboom — de ‘kinderen van God’ (het zuivere menselijke nageslacht) — verboden was om gemeenschap te hebben met de ‘wilde genealogische boom’ (de hybride, vermengde soorten). De voortgezette vereniging tussen de ‘zonen van God’ en de ‘dochters van de mensen’ leidde tot een algehele corruptie van het menselijk geslacht.”
De Nephilim, de Anunnaki en Geavanceerde Genetische Manipulatie
Oude overleveringen uit Sumerië, Babylonië, Egypte en Bijbelse apocriefen (zoals het boek Henoch en geschriften van vroege kerkvaders) tonen aan dat de grensoverschrijdingen na de initiële val niet louter fysiek-seksueel bleven. Ze kregen al snel het karakter van geavanceerde, biotechnologische interventies door het reeds gecorrumpeerde nageslacht:
- De Anunnaki als Gecorrumpeerd Nageslacht: Binnen onze synthese zijn de zogenaamde ‘goden’ uit oude mythen — zoals de Mesopotamische Anunnaki — geen buitenaardse wezens, maar de historische en mythologische weerspiegeling van de ‘zonen (en dochters) van God’ en hun hybride nageslacht. Zij erfden een reeds beschadigde, maar nog krachtige menselijke natuur en ontspoorden verder in hoogmoed en zelfvergoddelijking.
- De Afvallige nageslachten uit de ‘Abel en Sethlijn’ & DNA-Mismatch: Gedreven door de afvallige machten choqueerden deze dynastieën de goddelijke scheppingsorde. Ze beperkten zich niet tot natuurlijke voortplanting, maar begonnen met het bewust vermengen, manipuleren en kruisen van menselijk en dierlijk genetisch materiaal.
- De Nephilim en de Giganten: Uit deze ongeoorloofde genetische experimenten en voortgezette hybridisatie ontstonden de Nephilim: hybride wezens van buitenproportionele omvang en kracht, tirannieke heersers en misvormde levensvormen die in oude beschavingen als ‘goddelijke koningen’ of giganten (zoals de latere afstammelingen waartoe Goliath behoorde) werden vereerd.
- De Zondvloed als Biologische Reset: De Zondvloed was in dit licht geen willekeurige of wrede straf van God, maar een absolute, noodzakelijke biologische en ecologische ‘reset’. Het was een ingreep om te voorkomen dat de oorspronkelijke menselijke genenpool definitief uitgewist en overspoeld zou worden door de onbeheersbare wildgroei van genetische misvormden en tirannieke hybriden.
5. De Relevantie voor Onze Tijd
Wat zich afspeelde in de prehistorie — de neiging van de mens om de biologische grenzen van God te schenden via genetische manipulatie, hybridisatie en technocratische hoogmoed — zien we in onze huidige tijd in een stormachtige versnelling terugkeren (transhumanisme, genetische modificatie en AI-gestuurde mensverbetering).
De openbaringen van Don Guido Bortoluzzi houden ons een spiegel voor: ze laten zien dat de ware vooruitgang van de mens niet ligt in de technologische corruptie van onze genen, maar in de geestelijke en fysieke her-enting op Jezus Christus. Alleen door Hem wordt de mens hersteld in zijn oorspronkelijke koninklijke waardigheid als beelddrager van God.
Bedenkingen bij het Mozaïsche Boek Genesis
De Historische Tekstontwikkeling en de Noodzaak van een Nieuwe Openbaring
Hoe verhoudt de openbaring aan Don Guido Bortoluzzi zich tot het klassieke, mozaïsche boek Genesis? Om die vraag te beantwoorden, moeten we kijken naar de historische, taalkundige en theologische weg die de Bijbelse tekst heeft afgelegd.
1. Eeuwen van Mondelinge Overlevering en Taalverschuiving
Wanneer God aan Mozes het ontstaan van het universum en de schepping van de mens openbaarde, bezat het Hebreeuwse volk nog geen ontwikkeld schrift. De vroegste Hebreeuwse documenten dateren pas van vlak voor de koningentijd. Dit betekent dat er eeuwen verlopen zijn tussen de oorspronkelijke mozaïsche ervaringen en de eerste schriftelijke vastlegging.
Een eeuwenlange mondelinge overlevering vormt een enorme uitdaging voor de nauwkeurigheid van een tekst. De oude Hebreeuwse taal was uiterst dynamisch, beeldend en symbolisch. Ze maakte gebruik van metaforen en uitdrukkingen die ruimte lieten voor intuïtie, maar ook gevoelig waren voor betekenisverschuivingen:
- Overlap van Sleutelbegrippen: Woorden voor vrouw, wijfje (het voormenselijke draagdier) en echtgenote raakten in de loop der eeuwen synoniem aan elkaar.
- Samenversmelting van Figuren: Door het vervagen van deze nuances werden twee volstrekt verschillende vrouwelijke entiteiten — de volmaakte eerste Vrouw (het Meisje) en het voormenselijke wijfje (Eva) — ongemerkt tot één figuur samengevoegd.
- Tekstuele Leemten: Omdat latere overschrijvers bepaalde details niet meer begrepen, worden deze weggelaten. Een duidelijk spoor hiervan is de mysterieuze, onvolledig uitgelegde passage over het onderscheid tussen de “Zonen van God” en de “dochters van de mensen” (Genesis 6:2-4).
2. Historische Redacties: Tussenkomsten in Plaats van Schrijvers
De moderne bijbelwetenschap veronderstelt vaak dat de Pentateuch (de eerste vijf boeken van de Bijbel) is geschreven door vier verschillende auteurs of scholen: de Yahwist, Elohist, Deuteronomist en de Priestercodex.
Als we echter vasthouden aan de overlevering dat de kern van de Pentateuch op Mozes teruggaat, kunnen we deze stijlverschillen beter begrijpen als opeenvolgende redactieve tussenkomsten (interventies) door de eeuwen heen:
- De Yahwistische Tussenkomst (ca. 950 v.Chr.): Levendig en verhalend. Gebruikte een zeer archaïsch, rudimentair schrift (zonder klinkers of leestekens) dat sterke mondelinge toelichting door de priesters vereiste. Hierin ontstond de eerste tekstuele verwarring rondom de vrouwelijke rollen.
- De Priesterlijke Tussenkomst (ca. 550 v.Chr.): Strakker, schematischer en beïnvloed door de Babylonische cultuur tijdens de ballingschap. Richtte zich meer op de kosmogonie en geslachtsregisters.
- De Eindredactie (ca. 430 v.Chr. – 5e eeuw n.Chr.): De verschillende lagen werden samengevoegd en later overgeschreven in het huidige Hebreeuwse schrift.
Wat we vandaag in de Bijbel lezen, is dus “datgene wat bewaard is gebleven” na duizenden jaren van vertalingen, kopiëren en redactionele bewerkingen.
3. Schijnbare Tegenstellingen met Andere Mystieke Geschriften
Wie bekend is met andere katholieke mystici, zoals Maria Valtorta (Het Evangelie zoals het mij is geopenbaard / De Schrijfboeken), kan aanvankelijk vragen hebben bij het inzicht dat Eva niet de eerste volmaakte vrouw was, maar het voormenselijke wijfje.
Bij een nauwkeurige bestudering van Valtorta’s geschriften blijkt echter dat zij de deur naar deze openbaring al op een kier zette. Zij beschreef uitvoerig hoe de erfzonde leidde tot het ontstaan van dierlijke monsters, aapachtige hybriden en mensachtigen die niet langer in staat waren de Geest van God te begrijpen.
God doseert Zijn openbaringen echter naargelang de tijd en het opnamevermogen van de mensheid:
- In eerdere eeuwen en bij eerdere zieners hield de Heer Zich aan het traditionele spraakgebruik om de kernboodschap van de Verlossing niet te belasten met complexe genetische vraagstukken.
- Pas in onze tijd — nu de wetenschap en de genetica in staat zijn om DNA, hybridisatie en de biologische impact van de erfzonde te begrijpen — heeft God via Don Guido Bortoluzzi de volledige sluier opgelicht.
4. De Goddelijke Intentie van de Nieuwe Openbaring
God grijpt niet willekeurig in. Hij heeft gewacht met deze verheldering totdat de mensheid historisch, wetenschappelijk en spiritueel rijp was om de draagwijdte ervan te vatten.
De openbaring aan Don Guido Bortoluzzi herstelt de oorspronkelijke zuiverheid van de mozaïsche Genesis zonder de fundamentele kern aan te tasten. Ze bevestigt de directe scheppingsdaad van God, de oorspronkelijke volmaaktheid van de mens, en de tragische biologische breuk door menselijke hoogmoed. Tegelijkertijd biedt ze de hedendaagse mens een sluitend antwoord waarin geloof, prehistorie en genetische wetenschap elkaar ontmoeten.
Enkel wanneer we de werkelijke, biologische en geestelijke diepte van de erfzonde begrijpen, zien we de absolute noodzaak en de kosmische grootheid van onze Verlossing door Jezus Christus, de Nieuwe Adam.
Aanhangsel: Genesis 3 in een Nieuw Licht
Synthese van Genetica, Theologie en het Verlossingswerk van Christus
Genesis 3 is altijd een van de meest raadselachtige passages van de Heilige Schrift geweest. Geschreven in een rijke, symbolische taal, leest de tekst als een verzegelde passage. Pas nu de mensheid de fundamentele beginselen van genetica, erfelijke overdracht en moleculaire biologische structuren begrijpt, heeft God de sleutel gegeven om de letterlijke, fysieke en spirituele werkelijkheid achter deze symbolen te ontcijferen.
1. De Identiteit van ‘Eva’ en de Biologische Breuk
In de traditionele exegese werd het mysterie van de slang, de boom en de vrucht vaak louter allegorisch of juist veel te kinderlijk benaderd. In het licht van de openbaring aan Don Guido Bortoluzzi valt de sluier op:
- De Boom van Kennis van Goed en Kwaad: Dit verbeeldt de biologische brugfunctie, de voormenselijke vrouwelijke lijn (met haar afwijkende chromosomale structuur) tussen het zuivere menselijke ras en het dierlijke domein.
- De Twee Lijnen: Uit deze ‘wilde boom’ ontstond door Goddelijke wil ten goede de eerste volmaakte Vrouw (het Meisje, de draagmoeder-ontvangst). Tegen de Wil van God in verwekte de eerste Man (Adam) echter uit eigen vleselijke begeerte bij dit voormenselijke wijfje (Eva) de hybride lijn van Kaïn.
- De Eerbied voor de Vrije Wil: God eerbiedigde de vrije wil van de Man, maar onthield Zijn scheppende ingreep (de inblazing van de Geest) aan deze verbasterde, ongeoorloofde kruising.
Evaluatie van Historische Theologische Opvattingen
- De Puur Geestelijke Hoogmoedstheorie: Theologen die de erfzonde uitsluitend zagen als een abstracte, mentale zonde van hoogmoed, schetsen onbedoeld het beeld van een afgunstige God die de mens zijn verstandelijke ontwikkeling niet gunt. Dit doet geen recht aan de Barmhartigheid van God.
- De Ethisch-Relativistische Theorie: De opvatting dat de erfzonde enkel het menselijke pogen was om zelf een ethiek te bepalen, komt dichter bij de waarheid. Zelfrechtvaardiging volgt immers altijd op de overtreding. Echter, een louter morele verklaring schiet tekort: de erfzonde was óók een concrete, fysiek-biologische daad.
- De Psychofysische Ontsporing: Slechts een kleine minderheid van bijbelkenners vermoedde dat de val de fysieke en biologische integriteit van de mens aantastte. Omdat Genesis leert dat de mens “zeer goed” (volmaakt) geschapen werd, en de archeologie een primitieve mensheid liet zien, raakte men verward. Het concept van her-evolutie (het herstelproces ná een degeneratieve val) vormt de ontbrekende sleutel.
2. De Verlossing: Herstel van Beeld en Gelijkenis
Sint-Paulus citeert de Schepper in Genesis 6:3: “Mijn Geest zal niet voor altijd in de mens blijven, omdat hij vlees is.” Door de biologische corruptie verloor de mensheid de directe inwoning van de Geest van God.
[ Oorspronkelijke Volmaaktheid ]
- Beeld van God : Volmaakt verstand & wil (Vat)
- Gelijkenis met God: Inwoning van de Geest (Inhoud)
│
▼ (Erfzonde: Biologische verbastering)
[ Degeneratieve Val ]
- Beeld beschadigd : Dierlijke instincten overheersen
- Gelijkenis verloren: Geest trekt Zich terug (Vat lekt)
│
▼ (Begeleide Her-evolutie + Incarnatie)
[ Verlossing door Christus ]
- Doopsel & Genade : Herstel van het Vat & Her-inbrenging van de Geest
Het Verschil tussen Verstand en Geest
- Het Verstand (Beeld van God): Is een natuurlijk en verstandelijk vermogen. Het raakte door de genetische ontsporing zwaar beschadigd, waardoor dierlijke instincten (geweld, misvormde seksualiteit, roofzucht) de overhand kregen.
- De Geest (Gelijkenis met God): Is de transcendente, bovennatuurlijke vonk van Goddelijk Leven. De Geest wordt niet genetisch overgeërfd en herover je niet automatisch via her-evolutie.
- De Rol van het Doopsel: Het Doopsel (van water, bloed of verlangen) is de formele Goddelijke daad van adoptie. Het ent de mens opnieuw in op het Leven van Christus en schenkt de Geest terug aan hen wiens hart en wil openstaan voor de Goddelijke Liefde.
3. God Tuchtigt Niet: De Wet van Geestelijke Bevordering
In de confrontatie tussen de ‘Zonen van God’ en de ‘kinderen van de mensen’ ontspoorde de prehistorische mensheid tot geweld en tirannie (Genesis 6:4). God ‘strafte’ hen niet in de menselijke zin van het woord, maar trok Zijn Geest terug uit lichamen die niet langer geschikt waren als Zijn tempel.
Don Guido Bortoluzzi: “God kastijdt niet: God bevordert of bevordert niet. Waar wij voor moeten vrezen, is het risico níét bevorderd te worden tot de bovennatuurlijke staat.”
- Geestelijke Dood: Wanneer de Bijbel spreekt over de ‘dood’ of de ‘onderwereld’, verwijst dit primair naar het verlies van de Geest — de breuk in de levensverhouding met God — en niet enkel naar de lichamelijke dood.
- Geen Racisme, maar Geestelijke Gelijkwaardigheid: Een oppervlakkige lezing zou uiterlijke kenmerken (huidskleur, bouw, lengte) kunnen interpreteren als maatstaf voor zuiverheid. Dit is een dwalingsweg. Voor God telt de uiterlijke vorm niet. Zoals Christus leert in de Bergrede, ligt de ware zuiverheid in zachtmoedigheid, rechtvaardigheid en de bereidheid om lief te hebben. Deze spirituele aanleg is gelijkelijk verdeeld over alle volkeren op aarde.
4. Praktische Betekenis en de Zending van de Kerk
De inzichten uit deze openbaring bieden cruciale praktische en theologische voordelen voor de gelovige mens van nu:
- Diepere Zelfkennis: Het verklaart de innerlijke strijd die elke mens ervaart. Onze gevallen, genetisch belaste natuur draagt nog steeds de dierlijke, drangmatige impulsen van de lijn van Kaïn in zich. Bekering is het bewust onderwerpen van deze instincten aan de Geest van Christus.
- De Zending van de Kerk: De Kerk is niet zomaar een maatschappelijke instelling, maar de door Christus ingestelde bediener van het geestelijk herstel. Via de Sacramenten brengt Zij het volmaakte Lichaam en Bloed van Christus in onze zwakke, erfelijk belaste natuur — een ware geestelijke en fysieke vernieuwing.
- De Volheid der Tijden: Nu de genetica onze kwetsbaarheid blootlegt, herinnert de Verlossing ons eraan dat ware menselijke vervolmaking niet komt door transhumanisme of genetische manipulatie, maar door de genade van de Nieuwe Adam.
Postscriptum: De Rol van de Misleider
In de visioenen van Don Guido Bortoluzzi ontbrak een directe, visuele weergave van Satan als fysieke slang of verschijning die het eerste paar tot de zonde aanzette. Don Guido, in zijn grote nederigheid en integriteit, weigerde hier eigen bedenksels aan toe te voegen:
“Aan een profeet wordt uitsluitend gevraagd dat hij trouw weergeeft wat hem geopenbaard is, zonder er aan toe of af te doen.”
Dat de Heer deze specifieke demonologische details niet expliciet aan Don Guido openbaarde, laat ruimte voor de theologische reflectie dat de menselijke vrije wil en de verleiding van het eigen vleselijke ego op zichzelf al de kiem droegen voor de val. God openbaart wat noodzakelijk is voor het herstel van ons geloof en ons psychofysisch welzijn in deze tijd.
Bronnen
- Giacobbi, Renza. De Schepping (Genesis, 1-6) – Guido Bortoluzzi. (Oorspronkelijke titel: Genesi Biblica). Vertaling & uitgave: Omer D’hooge, Zele, 2003, blz. 315-336.
- Luns, Hubert. Opheldering t.a.v. Oorsprong van de Mens volgens Don Guido Bortoluzzi, 3e Editie, Scribd-document, blz. 5.
- Xander News Archive. Exo-Vaticana dossier & de prehistorische hybriden.
- Archief Genesis16. Documentatiecentrum Genesis 16 (op non-actief tussen 2007 en 2012).
- Nederlandstalig platform Don Guido Bortoluzzi. Archief en artikelen rondom de openbaringen van Don Guido Bortoluzzi.
Colofon & Redactienota’s
- Landgraaf, 18 februari 2012: Oorspronkelijke bewerking door Pastoor Geudens.
- 24 januari 2013: Toevoeging van voetnoten en digitale bronreferenties.
- Juli 2026: Eindredactie, synthese en herstructurering voor digitale publicatie.

Plaats een reactie