Dr. F.S. Martelli: De taal van de chromosomen – biologische zondeval verklaart ziekte en lijden


Hoe de biologische Zondeval het raadsel van het menselijk lijden en ziekte verklaart

De ondertitel overbrugt de kloof die dr. F.S. Martelli en don Guido Bortoluzzi overspannen: de stap van het theologische mysterie van het kwaad en de Zondeval naar de concrete medische en biologische realiteit van chromosomale pathologieën en menselijke aandoeningen. Deze toelichting vormt zo een directe, heldere brug tussen het theoretische kader en de medische opsomming die volgt.

INHOUD

  • De Bijbel had gelijk!
  • Het mysterie van het kwaad en het lijden
  • Een alomvattend antwoord: De Bijbelse Genesis
  • De creatio mediata (middellijke schepping)
  • Genetische sequelae van de Zondeval (Erfzonde)
  • Chromosomale pathologieën gerelateerd aan de Zondeval:
    • Verloskundige pathologieën
    • Groeistoornissen en ontwikkelingspathologieën
    • Spraak- en taalpathologieën
    • Oogheelkundige pathologieën
    • Neoplastische aandoeningen (oncologie)
    • Orthopedische pathologieën
    • Auto-immuunaandoeningen:
      • Systemische lupus erythematodes
      • Parodontitis
      • Reumatoïde artritis
      • Sclerodermie
  • Het Rhesus-antigeen (Rh-factor)
  • Pathologieën van het stomatognatisch systeem (mond- en kauwstelsel)
  • Psychiatrische en psychische pathologieën
  • Conclusie

Presentatie

Dit werk (Deel 1, 2 en 3) is gebaseerd op de lezing van dr. F.S. Martelli, gehouden op 2 oktober 2012 te Farra d’Alpago ter gelegenheid van de twintigste gedenkdag van het overlijden van don Guido Bortoluzzi.

Over dit DEEL: Een verhandeling over het mysterie van het kwaad en het menselijk lijden. De openbaring aan don Guido biedt — door het bekendmaken van de oorspronkelijke, volmaakte schepping van de mens volgens de Bijbel en de daaropvolgende val via hybridisatie van het menselijk geslacht — een rationeel verklaringskader voor het ontstaan van chromosomale pathologieën en overige vormen van lijden.

De Bijbel had gelijk!

Het identificeren van het criterium om de ongegrondheid van de evolutietheorie aan te tonen, vervulde mij met een grote vreugde en een diepe vrede. Eindelijk kon ik, met de gegevens in de hand, bewijzen dat de Bijbel gelijk had! Het creationisme was het enige logische criterium om het werk van God op de juiste wijze te begrijpen. Ik heb het hier niet over dat fundamentalistische creationisme dat, uit angst voor interpretatiefouten, de Heilige Schrift letterlijk neemt! Wie dat doet, zal nooit de hoop hebben de diepere zin van het Woord van God te leren kennen. God openbaart zich immers altijd op een gesluierde wijze, om zo zelf het licht te schenken aan wie Hij wil en wanneer Hij wil.

Het mysterie van het kwaad

Maar er waren nog heel andere punten die mij niet geringe twijfels gaven. Waarom is de mens — als hij als laatste in de evolutionaire reeks is geschapen en bovenal naar het beeld en de gelijkenis van God — zo zwak, breekbaar, pervers en ongelukkig?

Ieder van ons heeft zich ten minste één keer in zijn leven deze vragen gesteld: hoe komt het dat wij de enige levende wezens zijn die in staat zijn tot een zeer ingrijpende, en vaak zeer verwoestende, interactie met de natuur, met doeleinden die vaak aan elke logica ontsnappen? En bovenal heeft ieder van ons zich afgevraagd: waarom bestaat het kwaad? En waarom laat een goede God, als Hij bestaat, de dingen al eeuwenlang zo doorgaan zonder in te grijpen? Wie van ons heeft zich nooit afgevraagd waarom wij de enige levende wezens zijn die in staat zijn om onze soortgenoten op systematische wijze te doden, tot het bedenken en uitvoeren van massavernietiging aan toe?

Dit is het fundamentele thema van het mysterie dat nog steeds niet volledig is opgelost: het beroemde ‘mysterie van de ongerechtigheid’, het ‘mysterie van het kwaad’. En dit mysterium iniquitatis, samen met de vragen over het waarom van het lijden, de ziekte en de dood — de centrale thema’s van ons menselijk bestaan — begeleiden sinds heugenis de ontwikkeling van de verschillende filosofieën en religies, waar ieder op zijn eigen manier een antwoord probeert te geven.

Onder de vele vragen die ik mijzelf stelde, was er vooral één ding dat niet klopte: wat had de mens zo onvolmaakt gemaakt, als Genesis zegt dat hij in het begin ‘zeer goed’ was? En waarom treffen de chromosoom-syndromen zoveel onschuldige kinderen die zo misvormd worden geboren? Het is waar, we weten het uit de Bijbel, dat er aan de oorsprong de Zondeval (Erfzonde) staat die het werk van God heeft bedorven. En we weten ook uit de teksten van het Oude en Nieuwe Testament dat door deze Zonde het lijden, de ziekte en de dood in de wereld zijn gekomen: al in Genesis wordt gesproken over een vermenigvuldiging van de vrouwelijke smarten, van een geboorte die met pijn gepaard gaat (Gen. 3:16) en van de dood als uiterste straf voor de ongehoorzaamheid, naast het verbod (voor Eva en haar nakomelingen) op toegang tot de symbolische Boom des Levens, de genealogisch zuivere Boom van de afstamming van Adam en de Vrouw, ook wel die van de Kinderen van God genoemd, zoals we zo meteen zullen zien.

Maar hadden de trots en de hoogmoed van de stamouders werkelijk zo massaal kunnen inwerken op de psychische en fysieke natuur van de mens?

De vele antwoorden die ons op deze vragen worden gegeven zijn vaak simplistisch, meer of minder in lijn met onze nieuwsgierigheid of onze drang om te weten. Soms zijn ze zo simplistisch, kinderlijk en ongeloofwaardig dat ze niet bevredigen. Soms zijn ze juist zo ingewikkeld dat alleen ingewijden ze begrijpen. Het lijkt wel alsof hoe moeilijker ze zijn, hoe groter hun intrinsieke waarde zou zijn. Maar het zijn altijd gedeeltelijke antwoorden, die nooit geplaatst zijn in een logische context die Geloof en Verstand met elkaar in harmonie brengt.

Een uitputtend antwoord: de Bijbelse Genesis

Ik verkeerde in dit soort gedachten toen er op een dag een boek in mijn handen viel dat alle antwoorden op mijn vragen gaf. Het boek was GENESI BIBLICA (‘Bijbelse Genesis’), geschreven door een inmiddels overleden priester: don Guido Bortoluzzi. Het betrof een openbaring die deze priester van de Heer zou hebben ontvangen. Als de pragmatische arts die ik ben, voelde ik wat wantrouwen tegenover een openbaring. We weten immers dat de Kerk leert dat de Openbaring is afgesloten met de laatste apostel. Maar ik wist ook dat God nog steeds tot het hart van sommige mensen en tot de heiligen spreekt. Dus las ik het. Uit nieuwsgierigheid! Het boek behandelde de schepping van de mens en de Erfzonde vanuit een nieuw perspectief, dat ik nog nooit in overweging had genomen.

Ook don Guido had zich zijn hele leven ontfermd over deze fundamentele vragen van het menselijk zijn: wie zijn wij, waar komen we vandaan en waarom zijn we zo ongelukkig? De geschiedenis van de mens wordt sinds heugenis gekenmerkt door dezelfde vragen over de eigen oorsprong. Wij kennen het antwoord dat onze religie geeft. En zo proberen ook vele andere religies en talrijke filosofische stelsels dat te geven. Maar ons verstand neemt geen genoegen met antwoorden die niet uitputtend zijn. Daarom kwam dit boek voor mij op het juiste moment.

Deze priester uit Belluno, die zo’n twintig jaar geleden is overleden, had van de Heer een reeks openbaringen ontvangen — vanaf de schepping van het universum tot die van de mens — die de meest duistere en controversiële punten van Genesis verhelderen. Zo openen zij voor ons, mensen van het derde millennium, de weg naar het begrip van de waarheid, de enige die ons vrij kan maken.

Zonder in detail te willen treden over de openbaringen die don Guido ontving — wiens boek ik van harte aanbeveel aan iedereen die dorst naar authentieke kennis — breng ik kort in herinnering dat de stelling in deze geschriften inhoudt dat de stamvader van de menselijke soort, ‘Adam’, twee afstammingslijnen zou hebben voortgebracht:

  1. één genetisch zuivere en wettige lijn met de Vrouw die God hem als gezellin ter zijde had gesteld, en
  2. een tweede, onwettige lijn, het resultaat van de paring met een mensachtig vrouwtje (antropomorf) van een lagere, doch genetisch compatibele soort, bijnaam ‘slang’, zoals te lezen valt in Gen. 3:15 waar staat: “Ik zal vijandschap stichten tussen u, slang (bijnaam gegeven aan het vrouwtje van de lagere soort, ook wel Eva genoemd: Eva betekent in de oude Semitische talen slang), en de Vrouw (de wettige echtgenote van Adam), tussen uw nageslacht en haar nageslacht”.

Met deze openbaring legt don Guido ons op een zeer eenvoudige en heldere manier uit waar deze raadselachtige Erfzonde uit bestond: de Zonde was de kruising tussen de twee genetisch zuivere soorten — die van de ‘Kinderen van God’ en die van de voormenselijke soort — die zijn samengesmolten en zo het ontstaan hebben gegeven aan een hybride menselijke soort: die van de ‘kinderen der mensen’.

Uit deze kruising, oftewel uit de ‘hybridisatie’ van de zuivere soort van de Kinderen van God, en uit de daaropvolgende ontwikkeling van twee afzonderlijke en verschillende stambomen (de eerste boom, de zuivere van de ‘Kinderen van God’ afstammend van de Vrouw, en de tweede, de hybride van de ‘kinderen der mensen’ afstammend van Eva, maar beide met Adam als stamvader), die zich ook later nog meerdere malen onderling hebben gekruist, komt de gehele menselijke soort voort zoals wij die kennen: fysiek en psychisch aangetast en lijdend aan een groot aantal pathologieën die veroorzaakt worden door de zo in het genoom geïntroduceerde wanverhoudingen. Het was het eerste catastrofale experiment van genetische manipulatie in de geschiedenis van de mens, waarvan de sporen nu nog voor iedereen zichtbaar zijn — als men ze maar wil zien!!! Hybridisatie is derhalve de mysterieuze ‘Erfzonde’ waarvan de gevolgen zich via ‘biologische’ mechanismen overplanten (zoals bevestigd in een reeks catecheses door Benedictus XVI op 3, 8 en vooral die van 10 december 2008), en waarvan alle mensen al miljoenen jaren de last dragen zonder er verantwoordelijk voor te zijn.

Eindelijk wordt het samengaan van de Erfzonde en de verkeerd gebruikte Vrije Wil verklaard!

Dientengevolge verschilt het karyotype van de huidige mens kwalitatief van dat van de oorspronkelijke mens in de specificiteit van de genen, omdat het huidige het resultaat is van een hybridisatie. Het ontbreken van deze verklaring maakte niet alleen het Genesisverhaal over de oorsprong van de mens en zijn val controversieel, maar leidde er uiteindelijk ook toe dat vele mensen zich afkeerden van God de Vader, wiens Gestalte bij gebrek aan een logische verklaring ernstig werd geschonden en aangetast in Zijn onvervreemdbare eigenschappen van goedheid en rechtvaardigheid. De God van Genesis leek zonder de openbaring van don Guido eerder op een onbeholpen vader-heerser dan op een liefdevolle Vader.

De ‘bemiddelde’ schepping

Wanneer we het werk van don Guido lezen, begrijpen we dat hij nooit uit zichzelf tot het formuleren van zijn stelling had kunnen komen. Immers, vóór de openbaring maakte hij momenten van grote ontmoediging doormaken, omdat hij, hoewel hij alle wetenschappelijke en theologische informatiebronnen had gelezen, voor een doodlopende weg stond. Pas toen zijn overgave totaal werd, greep de Heer in om hem het mysterie van de schepping en de val van de mens te onthullen, overeenkomstig wat Hij hem al in zijn jeugd had beloofd toen Hij aankondigde dat Hij op de juiste tijd zelf zou ingrijpen om “hem licht te verschaffen over de duistere punten van Genesis”.

Met de openbaring liet de Heer hem de feiten zien en nodigde hem uit om daaruit de regel af te leiden die niet alleen geldt voor de schepping van de Man en de Vrouw, maar voor elke soort.

Via don Guido komen we te weten dat er tussen de voorouders (een soort mensapen die nu is uitgestorven, perfect volgens hun soort en met een karyotype van 48 chromosomen) en het eerste exemplaar van de menselijke soort, Adam (door de Heer genetisch perfect geschapen ‘in de staat van zygote’ en met een diploïd karyotype van 46 chromosomen), een ‘tussen-vrouwtje’ heeft bestaan met de bijnaam Eva. Zij had een karyotype van 47 chromosomen en was daardoor interfertiel (tussensoorten-vruchtbaar); zij was door God zo gewild en geschapen om haar baarmoeder te lenen aan de scheppende wil van God, om de zwangerschap van de eerste twee Kinderen van God te dragen zonder gevaar voor afstoting, en om hen te zoogden en te verzorgen tijdens hun groei.

Adam, het eerste exemplaar van de menselijke soort, werd geboren als perfect volgens het plan van God. Er is bij de verwekking en tijdens de zwangerschap geen enkel gen overgegaan van de bestaande vooroudersoort via het tussen-vrouwtje, omdat Adam een totaal ‘nieuwe schepping’ was. Alleen de voeding is doorgegeven.

Als eerste levende van de Boom des Levens — oftewel behorend tot de stamboom van de Kinderen van God — had Adam, de dominus, de heer van deze wereld, als echtgenote de Vrouw, de domina, die eveneens tot de Boom des Levens behoorde en op soortgelijke wijze door God was voortgebracht. Hun nageslacht was vrij van ziektes omdat het genetisch perfect was. Het was dus zonder genetische afwijkingen van welke aard ook, en begiftigd met de Geest van God.

Maar Adam wilde God ongehoorzaam zijn om een geheel eigen nageslacht te hebben, los van het gezag van God. Hij wilde zelf schepper van het leven worden buiten het plan van God om, en hij paarde met Eva, het voorouderlijke vrouwtje dat hem door de Heer was verboden en door de Bijbel met ‘slang’ werd aangeduid.

Het onvoorziene gebeurde: de geboorte van Kaïn, een ‘mens’ met voorouderlijke trekken, met een gewijzigd karyotype volgens de wetten van de genetica zoals beschreven door Mendel bij kruisingen tussen genetisch verschillende, doch compatibele individuen! Wij zijn nu allen afstammelingen van Kaïn.

Zo werd Eva, met de geboorte van Kaïn, de stammoeder van de hybride soort. Daarom noemt Genesis haar “de moeder van alle levenden” — die wij zijn, opgevat als mensheid.

De wijze waarop de Heer ingrijpt bij de schepping van elke soort wordt vrij gedetailleerd uitgelegd in het boek van don Guido Bortoluzzi, GENESI BIBLICA.

Genetische gevolgen van de Erfzonde

Laten we nu kijken wat er gebeurt wanneer twee verschillende soorten samensmelten.

Mendel had zijn drie wetten van de genetica al geformuleerd op basis van observatie. We hebben in de vorige hoofdstukken gezien hoe de samensmelting van de twee gameten — die afkomstig van de vader en die van de moeder, beide 23 chromosomen bij de menselijke soort — een nieuwe cel doet ontstaan. Deze herwint zo het volledige genetische erfgoed met 46 chromosomen, waaruit een nieuw individu geboren wordt met de helft van de kenmerken van de vader en de helft van de moeder.

Bij het begaan van de Erfzonde verwekte Adam, die tot de ‘perfecte’ menselijke soort behoorde, door zich te verenigen met een voormenselijk vrouwtje, Eva, de hybride Kaïn. Als het individu dat geboren wordt hybride is, wordt het ‘aangetast’ geboren, aangezien het een DNA erft dat niet langer overeenkomt met het oorspronkelijke programma. Dientengevolge verschilt het karyotype van Kaïn kwalitatief van dat van de oorspronkelijke mens Adam in de specificiteit van de genen, omdat het het resultaat is van een hybridisatie.

Bij dieren zien we dezelfde gevolgen. Als de ouders niet tot verschillende rassen behoren, maar tot verschillende ‘soorten’, ontstaat er — zelfs als ze uitzonderlijk compatibel zijn — een genetische wanorde met rampzalige gevolgen voor het nageslacht. Voorop staat het zeer hoge percentage onvruchtbaarheid. Zie bijvoorbeeld muildieren en muildierezels.

Bij menselijke wezens veroorzaken chromosoomafwijkingen in de ernstigste gevallen chromosomale syndromen en pathologieën. In minder ernstige gevallen geven ze ‘altijd’ aanleiding tot een of andere vorm van wanverhouding, ook al kunnen ze voor het oog onopgemerkt blijven.

Oorsprong van chromosoomafwijkingen

Laten we wat meer in detail treden. Als de twee gameten tot twee verschillende soorten behoren — zoals in het geval van Adam die 46 chromosomen had en Eva 47 (het voormenselijke vrouwtje dat door God geschapen was als ‘draagmoeder’ voor de zwangerschap van de eerste twee Kinderen van God), met een genetisch informatie-erfgoed dat ‘anders’ was dan dat van de zuivere menselijke soort — treedt er een reusachtige genetische wanverhouding op. En aangezien wij de afstammelingen zijn van deze verboden kruising, dragen wij potentieel alle mogelijke misvormingen in ons genetisch erfgoed mee. De meest ernstige, die onverenigbaar zijn met het leven, veroorzaken spontane abortussen; de iets minder ernstige, die echter wel ernstig invaliderend zijn, geven aanleiding tot een oneindige reeks chromosoom-syndromen en -pathologieën.

Na Noach kan geen mens op de planeet als gezuiverd van deze besmetting worden beschouwd, behalve de H. Maagd Maria, die de vrucht is van een nieuwe schepping, en Jezus, Zoon van Maria door de werking van de Heilige Geest.

De openbaring die don Guido ontving, heeft werkelijk een historische wending teweeggebracht in het eeuwenoude conflict tussen Geloof en Wetenschap. Zij herwaardeert het Geloof en tegelijk de Wetenschap, want terwijl zij de oorzaken uitlegt van de aantastingen die in het menselijk genoom zijn geïntroduceerd, maakt zij de reden van een groot deel van ons lijden duidelijk en wijst zij ons de weg om eruit te komen door ons te wenden tot de barmhartige Kracht van God. Alleen Hij die de Schepper is, is in staat om het menselijk geslacht op wijze wijze te gidsen naar een totale genezing door middel van de Verlossing die door Christus is bewerkt.

Enkele ‘Chromosoom-pathologieën’ verbonden met de Erfzonde

Laten we dus op zoek gaan naar deze sporen of littekens van de primordiale hybridisatie, die aan de deskundige ogen van wie met passie de medische wetenschappen heeft bestudeerd en uitgeoefend, niet kunnen ontkomen. Vanaf de dag dat ik het boek van don Guido las, begon ik vanuit medisch oogpunt na te denken over de “eigenaardigheid” van een hele reeks Pathologieën en Syndromen die het gevolg zijn van de hybridisatie van de soort, die uitsluitend het menselijk ras treffen en waarvan de dierenwereld vrijwel vrij is.

De lijst is lang. Ik stip er enkele aan:

  1. Obstetrische pathologieën
  2. Groeipathologieën
  3. Taalpathologieën
  4. Oogheelkundige pathologieën (oftalmische pathologieën)
  5. Neoplastische pathologieën en de hele lange reeks van erfelijke ziekten, voor zover deze niet rechtstreeks verband houden met de werking van virussen, bacteriën, schimmels of andere parasieten
  6. Orthopedische pathologieën
  7. Auto-immuunziekten, zoals lupus, pyorroe (parodontitis), reumatoïde artritis en de Rhesus-factor (Rh-antigeen)
  8. Pathologieën van het stomatognatische systeem (het kauw- en spraakapparaat)
  9. Psychische pathologieën

Zoals we hebben gezien, onderscheiden chromosoompathologieën zich van chromosoom-syndromen doordat syndromen gelijktijdig vele organen, gebieden en stelsels aantasten en al vanaf de conceptie aanwezig zijn, terwijl chromosoompathologieën pas in de loop van het leven ontstaan en alleen wanneer er een aanleg voor bestaat.

  1. Obstetrische pathologieën

Laten we om te beginnen uitgaan van de verloskundige (obstetrische) referenties. Deze zijn immers het gemakkelijkst te begrijpen, ook voor degenen zonder medische achtergrond.

Tot het einde van de negentiende eeuw was de bevalling voor de vrouw de belangrijkste doodsoorsprong. Het is voldoende om een paar keer in een verloskamer te zijn geweest om te begrijpen dat een bevalling voor een vrouw altijd een dramatische gebeurtenis is. Niet alleen vanwege de scherpe, hevige pijnen die gepaard gaan met alle ontsluitingsfasen waarin het geboortekanaal wordt gevormd, maar vooral vanwege het aantal, de incidentie, de verscheidenheid en de ernst van complicaties die vaak dodelijk of ernstig invaliderend zijn voor zowel de moeder als het kind.

Van dergelijke complicaties is in de dierenwereld geen sprake. Dieren hebben geen keizersnede, verloskamers of verloskundige bijstand nodig; de geboorte van jongen is een volstrekt fysiologisch proces dat slechts zelden een dramatisch karakter aanneemt. Dieren neigen ertoe zich af te zonderen tijdens de bevalling, terwijl de menselijke vrouw sinds heugenis behoefte heeft aan hulp en bijstand.

De bevalling veroorzaakt bij de vrouw — vooral bij primiparae (vrouwen die voor het eerst bevallen), maar vaak ook bij latere bevallingen — onder de vele complicaties scheuren ter hoogte van de spieren die het uiteinde van het geboortekanaal vormen. Dit is een duidelijk teken van een dimensionele ontoereikendheid van dit kanaal, dat niet is ontworpen om kinderen van zulke grote afmetingen door te laten. De eenvoudigste oplossing die de verloskundige toepast is de episiotomie: een vrij ruime insnede in de vaginale zijwand die in de laatste fasen van de bevalling een gemakkelijkere uitdrijving van het kind mogelijk maakt, waardoor gevaarlijke scheuren worden voorkomen en de pijn en stress voor de vrouw aanzienlijk verminderen.

In het licht van de openbaringen aan don Guido is het niet moeilijk voor te stellen wat er op anatomisch en fysiopathologisch niveau is gebeurd met het vrouwelijke voortplantingssysteem van de menselijke soort. Het oorspronkelijke ontwerp van de zuivere mens, die een zeer hoge gestalte had, voorzag in een anatomische structuur die was afgestemd op kinderen die bij de geboorte aanzienlijk groter waren dan de jongen van de voorouders. De ‘zuivere voormenselijke vrouwtjes’, die nauwelijks een hoogte van 100 cm bereikten, hadden een anatomische structuur van het voortplantingsstelsel die in verhouding stond tot de afmetingen van hun jongen. Dat geldt niet voor de anatomische structuur van de ‘hybride vrouwen’, het resultaat van de kruising tussen de eerste twee zuivere soorten; deze hybride vrouwen kwamen zelf evenmin vaak boven de 1,50 meter uit, een lengte die toen net als nu veel dichter bij de voorouderlijke structuur lag.

De hybride vrouwen — in de Bijbel de “dochters der mensen” (Gen. 6:1) genoemd, van wie de mooisten tot vrouw werden genomen door de “Kinderen van God” — brachten door te paren met mannen van meer dan 2 meter groot kinderen ter wereld met hoofden die aanzienlijk te groot waren voor de opvangcapaciteit van hun geboortekanaal. Dit kanaal was ondergeproportioneerd en vaak onverenigbaar met een fysiologisch normale bevalling. De kinderen die uit deze kruisingen werden geboren, waren hybriden die toevalligerwijs de gestalte van hun vaders hadden; om deze reden werden zij in Genesis (Gen. 6:4) dan ook “giganten” (reuzen) genoemd. Vers 4 zegt immers: “In die tijd waren er giganten op aarde. Want nadat de Kinderen van God tot de dochters der mensen waren ingegaan en zij kinderen baarden, kwamen daar die machtige mannen uit voort, die van oudsher vermaard waren.”

Ook de fysiologie van de vrouwelijke hormonale cyclus is atypisch vergeleken met de dierenwereld. Vrouwen lijden aan pijnlijke menstruele en premenstruele syndromen, zowel in de buikstreek als in het hoofd, en tijdens de eerste maanden van de zwangerschap hebben zij last van misselijkheid en baarmoedercontracties, alsof hun organisme moeite heeft om zich aan te passen aan de zwangerschap en zich, door deze niet te accepteren, bijna wil bevrijden van het embryo. De medisch-legale term die vandaag de dag op medische attesten wordt gebruikt, is die van ‘dreigende miskraam’ (Minaccia di aborto).

Bovendien kennen hybride vrouwen de overgang (menopauze), een fenomeen dat bij vrouwelijke dieren niet bestaat. We weten niets over de ‘Dochters van God’, maar aangezien zij een zeer lange levensverwachting hadden — meer dan het dubbele van de huidige vrouwen — was de menopauze, als deze al bestond, pas op zeer hoge leeftijd aanwezig.

  • Groeipathologieën

Laten we nu proberen een ander fundamenteel aspect te analyseren om de verwoesting te begrijpen die de hybridisatie in het menselijk genoom heeft veroorzaakt — een aspect dat, hoewel niet expliciet vermeld in de Bijbel, vrij coherent wordt beschreven in andere particuliere openbaringen. Een van de vele verhelderende passages, waarvan ik de lezing ter aanvulling adviseer, is te vinden in de Schriften 1945-1950 van Maria Valtorta, in het dictaat van 30 december 1946. Uit een nauwkeurige analyse van deze tekst blijkt dat: de initiële hybridisatie — mogelijk gemaakt door een genetische compatibiliteit tussen de twee oorspronkelijk gescheiden en genetisch zuivere soorten — een derde soort had geschapen, een soort hybriden. Deze soort was het resultaat van de kruising tussen de eerste twee en werd door de mensen voortgedreven tot extreme vormen van verval.

Deze kruisingen tussen de Kinderen van God en de hybride takken, die fysiek en psychisch aangetast waren, waren vaak het gevolg van ronduit seksueel geweld. Het waren niet alleen de Kinderen van God die de dochters van de hybride mensen verkrachtten om uit hen sterkere en intelligentere slaven te verkrijgen (Gen. 6:1); ook onder de brutale voormensen ontstond het gebruik om de Dochters van God met geweld te nemen en te ontvoeren. Van daaruit ontstond de noodzaak om gewapende bewakers, de Cherubijnen, op te stellen ter verdediging van de Boom des Levens, dat wil zeggen van de Zonen en Dochters van God.

Vanuit seksueel oogpunt kunnen deze gedragingen vandaag de dag worden aangemerkt als ‘bestialiteit’, terwijl ze vanuit voortplantingsoogpunt in de oudheid leidden tot het ontstaan van echte ‘monsters’.

In de loop van miljoenen jaren stierf de zuivere menselijke soort door de toenemende promiscuïteit uiteindelijk uit, doordat zij werd geassimileerd door de hybride soort. Noach was de laatste zuivere Kind van God.

De hybridisatie bracht een onbeperkt aantal varianten met zich mee, zowel in uiterlijk als in gestalte (dwerggroei en reuzengroei) en in chromosoomafwijkingen.

Uit deze situatie van permanente en onbewuste genetische manipulatie vloeien de Chromosoom-syndromen en -pathologieën voort, als het relict van een schrikbarende geschiedenis waaraan God de Vader een halt toeriep met de Zondvloed (Gen. 6:5), waarbij de onherstelbare individuen werden geëlimineerd.

  • Taalpathologieën

De openbaring van don Guido vertelt ons bovendien wat het belangrijkste kenmerk was van de hybriden — het kenmerk dat aan Kaïn, die weliswaar een hybride maar toch een mens was, een onderscheidend teken gaf: ‘het woord’ (de spraak).

Vanaf het moment dat na de moord op Abel de klopjacht van Adam op de voormensen begon — de mensapen op wie Kaïn leek — was ‘het woord’ het doorslaggevende kenmerk. Wanneer Adam tegenover hen stond, kon hij het wezen dat niet sprak doden, omdat het een dier was. Natuurlijk geldt dit criterium vandaag niet meer voor ons: hoewel we nu allemaal hybriden zijn, zijn we ook allemaal mens, zoals Kaïn dat was.

Toen de Kinderen van God van de aarde waren verdwenen doordat zij in de opeenvolgende generaties genetisch besmet waren geraakt door de kinderen der mensen, stierven met de Zondvloed de hybride takken uit die genetisch het meest instabiel en gecorrumpeerd waren. Volgens het bijbelse verhaal en de talrijke overeenkomsten met latere particuliere openbaringen dient de ‘Zondvloed’ er juist voor om de soort opnieuw te laten starten vanuit Noach en zijn nakomelingen. Zij waren eveneens hybriden (aangezien de vrouw van Noach hybride was), maar met een aanzienlijk lager besmettingsgehalte dan in het begin. Vanaf dat moment begon een langzaam herstel, waarmee een tak van verval werd gestopt die de mens er toe had gebracht bijna ononderscheidbaar te zijn van mensapen, ware het niet vanwege dat ene teken: ‘het Woord’, oftewel het vermogen om ideeën en concepten te ontwikkelen en deze uit te drukken in gesproken en vervolgens geschreven taal. God had immers bij Kaïn — de eerste hybride, onwettige zoon van Adam en de voormenselijke Eva — de taalcentra in stand gehouden, zodat hij en zijn nakomelingen als mens zouden worden herkend, aangezien zij geen enkel ander kenmerk bezaten dat hen ondubbelzinnig van mensapen onderscheidde.

De cerebrale functionaliteit van het gebied van Broca is echter niet ongeschonden gebleven voor de gevolgen van de hybridisatie. De spraak van Kaïn was niet helder en zuiver. Kaïn ‘brabbelde’ of mompelde en begon pas zeer laat te spreken. Waarschijnlijk is de spraakverwarring (verwarring der talen), waar de Bijbel over spreekt als een straf voor de bouw van de Toren van Babel, verbonden met een gebrekkige werking van de taalcentra, evenals andere pathologieën zoals dyslexie of stotteren. Overigens wordt de onmogelijkheid om een constante taal te behouden gestaafd door de veranderingen die talen langzaam maar gestaag ondergaan, onafhankelijk van de invloed van andere taalgebieden, zelfs in landen die geen veroveringen of invasies hebben gekend. Denk aan de verandering die het Portugees in Brazilië heeft ondergaan ten opzichte van het Portugees in Portugal, of hoe het Engels is veranderd vanaf de tijd van Shakespeare tot nu, of heel eenvoudig aan de dialectverschillen (vaak alleen in uitspraak) die in Italië te vinden zijn tussen steden of dorpen die slechts enkele kilometers van elkaar verwijderd liggen.

  • Oogheelkundige pathologieën

Een voorbeeld van een oogheelkundige pathologie die gebonden is aan genetische factoren is bijziendheid (myopie). Het kan voorkomen dat het ene oog een zekere mate van bijziendheid vertoont en het andere oog een gezichtsvermogen heeft van 10/10 (100%).

Bijziendheid wordt simpelweg veroorzaakt doordat tijdens de groeifase de oogbol te lang wordt in verhouding tot de scherpstellingsstructuur, die niet in dezelfde verhoudingen meegroeit. Hierdoor valt het brandpunt niet langer op het netvlies, maar vóór het netvlies. Dit kan zich ook in slechts één oog voordoen.

De werkelijke reden voor deze pathologie is dat in het bijziende oog het ene deel genetisch gekoppeld is aan een structuur die voorzien was voor een individu van meer dan 2 meter lang (zoals de Kinderen van God waren), terwijl het andere deel van hetzelfde oog gekoppeld is aan een structuur die voorzien was voor een individu van 1,10 meter lang (zoals de voormensen maten). Deze pathologie wordt klaarblijkelijk veroorzaakt doordat genen die bepaalde structuren programmeren voor een lichaam van een specifieke omvang, op een afwijkende, dissonante wijze inwerken samen met genen die andere structuren programmeren voor een lichaam met veel kleinere afmetingen.

Zo wordt het oog in de diepte langer alsof het het oog is van een lang individu, terwijl het hoornvlies en het netvlies geprogrammeerd blijven voor het oog van een wezen met een veel kleinere gestalte.

Bijziendheid openbaart zich in de regel tijdens de puberteit omdat het gebonden is aan de lichamelijke groei. Wanneer de groei rond het 20e levensjaar stopt, stabiliseert de bijziendheid zich.

Wij zien deze dingen dagelijks om ons heen, maar we staan er simpelweg niet bij stil. Maar als we uitgaan van de kennis over de factoren die het individu verwoesten op het niveau van talloze organen en stelsels, dan begint de vakman — de arts, de bioloog, de onderzoeker — het dagelijks leven al snel op een andere manier te observeren. En hij begint verbanden te leggen waar hij daarvoor nooit aan gedacht zou hebben. Toen ik zelf begon te groeien, ontwikkelde ik een bijziendheid die steeds verder toenam; toen ik eenmaal volgroeid was, stabiliseerde deze zich, en sindsdien gebruik ik dezelfde bril als toen ik 20 jaar oud was. En nu ben ik 52.

Als bijziendheid het resultaat zou zijn geweest van oververmoeidheid of inspanning van het oog, zoals mijn oogarts destijds beweerde, dan had het moeten blijven toenemen, want ik ben ook na mijn 20e blijven studeren. Sterker nog: ik heb mijn ogen veel intensiever gebruikt sinds ik ben beginnen te werken dan toen ik studeerde.

  • Neoplastische pathologieën

We hebben een hele lange reeks erfelijke neoplastische ziekten (kankeraandoeningen) die, wanneer ze niet rechtstreeks gekoppeld zijn aan de werking van virussen, bacteriën, schimmels, andere parasieten, straling of het gewone verouderingsproces van levende wezens, van chromosomale oorsprong zijn.

Tumoren. Ik wil hier niet dieper ingaan op het reusachtige terrein van tumoren met een genetische oorzaak. Zelf heb ik een broer gehad die op 8-jarige leeftijd overleed aan een tumor. Mijn broer was op de leeftijd van zes maanden al ziek door een retinoblastoom. Retinoblastoom wordt vandaag de dag erkend als een van de ernstigste genetisch gebonden vormen. Met drie maanden is een van zijn ogen verwijderd. Na zes jaar werd een uitzaaiing/herhaling van de ziekte in het andere oog gediagnosticeerd en is hij overleden. Tot op de dag van vandaag begrijpt mijn moeder dit niet. Er is vrijwel geen familie onder ons die niet een dergelijk geval kent.

  • Orthopedische pathologieën

De zichtbare afwijkingen zijn de afwijkingen die we vaststellen op het niveau van de huid, de ledematen en het gezicht. Als we ons op specifieke details richten, bijvoorbeeld op de ledematen, zien we dat deze vaak het zwaarst getroffen zijn.

Vanwege het werk dat ik doe, kijk ik als eerste naar de mond, vervolgens naar de handen en bovenal naar de voeten.

Zonder meteen te willen kijken naar zware misvormingen die gebonden zijn aan zeer ernstige chromosoomafwijkingen: als we proberen naar de voeten van mensen te kijken, is het uiterst zeldzaam om twee voeten te vinden die volkomen symmetrisch en identiek zijn. Dat is heel moeilijk! Naar mijn mening zijn deze minder kritische afwijkingen te correleren aan coderingen die aanwezig zijn op kleinere en minder belangrijke chromosomen, die de expressie bepalen van de vorm, de afmetingen en de volumetrie van de handen en vooral de voeten. Omdat ze minder kritisch zijn, hangen deze afwijkingen af van de kleinere chromosomen. Desalniettemin vallen deze afwijkingen meteen op wanneer er iets niet klopt — zoals wanneer de ene voet langer is en de andere korter —, nog los van die zware misvormingen die gebonden zijn aan veel ernstigere chromosoomveranderingen, zoals trisomieën.

  • Auto-immuunpathologieën

Ons immuunsysteem is de structuur die bedoeld is om ons te beschermen tegen virussen, bacteriën en schimmels. Het is de politieagent van het organisme die optreedt ter onzer bescherming.

De kennis op het gebied van auto-immuunziekten heeft zich vanaf de jaren ’70-’80 enorm ontwikkeld. Deze is zeer recent, want daarvoor wist men er vrijwel niets van.

Ook hier spreken we van syndromen wanneer er gelijktijdig vele organen, gebieden en stelsels bij betrokken zijn, en spreken we van pathologieën wanneer het slechts één orgaan betreft.

Als we kijken naar auto-immuunpathologieën, zien we dat de ‘markers’ van deze ziekten — oftewel de resultaten van de tests die de diagnose stellen — ons vaak vertellen dat de betreffende patiënt antistoffen heeft tegen de eigen structuren. Deze patiënten ontwikkelen antistoffen tegen zichzelf.

Dit is een bewijs van het feit dat om een willekeurige reden, die op een later moment na de geboorte optreedt, bij die patiënt een vrij fragiel evenwicht verbroken wordt. Op een zeker moment in het leven herkent het immuunsysteem van die patiënt de bestanddelen van het eigen organisme, die het al vanaf de geboorte met zich meedraagt, niet langer als behorend tot zichzelf.

Lupus is bijvoorbeeld een zeer ernstige auto-immuunpathologie die gekenmerkt wordt door een marker die in het bloedonderzoek de aanwezigheid van antistoffen tegen het eigen DNA aantoont. Het zou interessant zijn om dieper in te gaan op het thema ‘Lupus’, maar dit is daar niet de aangewezen plaats voor. Lupus is een van de auto-immuunziekten die ook de dood kan veroorzaken. Wanneer deze rond het 8e of 10e levensjaar ontstaat, overlijden deze kinderen vaak. Vroeger stierven al deze kinderen. Zelf heb ik een medewerker van 27 jaar die aan Lupus lijdt, en toen hij mij deze zomer de resultaten van zijn laboratoriumonderzoek liet lezen, zag ik dat het een oorlogsbulletin was. Zelfs iemand van 90 jaar heeft niet zulke uitslagen bij de klinisch-chemische tests. De waarden zijn volledig ontregeld op ademhalings-, nier- en hartniveau. De afwijkingen beginnen op 20-jarige leeftijd al zichtbaar te worden op skeletniveau. Lupus valt dus in deze categorie, onder de meest ernstige auto-immuunziekten.

[ De foto’s ontbreken! ]

Andere voorbeelden van Lupus:

[ De foto’s ontbreken! ]

Een ander voorbeeld van een auto-immuunpathologie is parodontitis. Aangezien ik mij bezighoud met de mond, zie ik dagelijks gevallen van mensen die bijvoorbeeld al op 20-jarige leeftijd hun tanden verliezen. Het zijn voornamelijk vrouwen, maar het komt evenzeer voor bij mannen. Deze ziekte — die formeel parodontitis heet, maar in de volksmond pyorroe wordt genoemd — ontwikkelt zich dus op agressieve wijze op 20-jarige leeftijd (waarbij patiënten hun tanden verliezen), in plaats van dat deze zich normaal ontwikkelt bij patiënten van 50-60 jaar en altijd gekoppeld is aan een infectie. Dit komt doordat er genen zijn die individuen voorbestemmen voor deze ziekte, waardoor de immunitaire werking die ons juist zou moeten beschermen tegen deze infectie, zich richt tegen de eigen onderdelen van het organisme. Dus in plaats van de bacteriën te vernietigen, vernietigt het immuunsysteem de anatomische structuren van de tanden.

Het feit dat het erfelijke immuunsysteem van de mens het enige is onder de immuunsystemen van levende wezens dat in staat is het eigen organisme aan te vallen, is een uiterst helder en overduidelijk bewijs van de hybridisatie.

Als er bij de mens — die als hybride de genen van twee soorten in zich draagt — een overheersing is van genen van ‘wezen nummer één’, kunnen de genen van ‘wezen nummer twee’ als vreemd worden waargenomen (of omgekeerd) en worden ze aangevallen.

Als we nog een bewijs willen dat deze pathologie het gevolg is van hybridisatie — en dit is werkelijk een bewijs! — dan is het wel dat dieren wél de chromosoom-syndromen, maar géén auto-immuunziekten kennen! Zij hebben alleen bepaalde pathologieën die kunnen lijken op die waar wij als mensen aan lijden wanneer er een genetische ingreep is gedaan door middel van rasselectie. Honden bijvoorbeeld, of paarden die onderling zijn gekruist en geselecteerd op basis van bepaalde kenmerken voor een specifiek doel (zoals renpaarden, of jacht- en vechthonden), krijgen uiteindelijk pathologieën die lijken op die waar de mens routinematig aan lijdt. Maar het zijn geen auto-immuunziekten. Denk bijvoorbeeld aan heup- of knieproblemen…, of problemen in andere gebieden. Voor dieren zijn deze problemen een uitzondering, voor de mens is het de normaalste zaak.

Reuma (reumatoïde artritis) betreft veel minder invasieve, maar nog steeds invaliderende genetische auto-immuunziekten.

Kijk naar deze foto’s. U ziet hoe deze situatie soms al op jonge leeftijd de mond of de handen kan vervormen. Zoals er mannen en vrouwen zijn die op hun 20e al hun tanden verliezen, zo zijn er individuen die perfecte handen hadden en zich binnen een tijdsbestek van 10 jaar terugvinden met handen die verwoest zijn door reumatoïde artritis.

[ Foto’s ontbreken ]

Er zijn mannen en vrouwen die op hun 25e of 30e chromosoomveranderingen ontwikkelen die ze eventueel pas op hun 80e of 90e ontwikkeld zouden hebben. Soms vindt men al op 15-jarige leeftijd jonge vrouwen met handen die verwoest zijn door reumatoïde artritis.

Ze doen niets anders dan in een zeer verkorte tijd, in het tijdsbestek van 10 tot 15 jaar, de skeletvervorming vermenigvuldigen die een normaal individu anders pas op zijn 80e of 90e realiseert.

In andere gevallen worden de weefsels juist aangevallen door andere vormen van ziekten die onder een generieke naam in één enkele familie worden geclassificeerd: de bindweefselsyndromen (systeemziekten). Ook deze ziekten doen niets anders dan in een zeer verkorte en vervroegde tijd ontwikkelen wat het individu pas op zijn 80e-90e zou kunnen ontwikkelen. Het is een ander aspect van de auto-immuunziekten.

Hieronder vallen de gevallen van sclerodermie. In dit geval valt het immuunsysteem bot- of kraakbeenweefsel aan. Hier zijn enkele afbeeldingen daarvan.

[ Foto’s ontbreken ]

Dit zijn geen chromosoom-syndromen omdat ze in de loop der tijd ontstaan, maar eerder chromosoom-pathologieën. De oorsprong is overduidelijk hetzelfde: een genetische oorsprong.

Deze patiënten zijn niet zo geboren, terwijl de kinderen met chromosoom-syndromen die we eerder zagen dat al bij de geboorte waren. Deze patiënten hebben deze pathologieën daarentegen meer of minder snel in de loop van hun leven ontwikkeld.

Ik hamer zo op de handen omdat we de handen altijd kunnen observeren. Dit type misvorming of anatomische afwijking is, wanneer deze snel optreedt en niet gebonden is aan een gevorderde leeftijd, altijd op auto-immuunbasis. Dit auto-immuunsysteem vernietigt het kraakbeen. In plaats van bacteriën aan te vallen, valt het het kraakbeen aan; of in plaats van virussen te vernietigen, vernietigt het het bot. Hier zien we nog andere voorbeelden van sclerodermie.

Het feit dat het immuunsysteem dus de ledematen, organen of delen van anatomische componenten van het eigen lichaam kan aanvallen, is een zeer helder bewijs van de hybridisatie.

Daarnaast zijn er pathologische situaties van bloedincompatibiliteit tussen de moeder en de foetus, zoals de aanwezigheid van het Rh-antigeen op de membranen van de rode bloedcellen van het kind, wat bij een Rh-negatieve moeder soms kan leiden tot de ontwikkeling van anti-Rh-antistoffen. Deze antistoffen zijn bij een tweede zwangerschap in staat om zeer ernstige hemolytische crises te veroorzaken bij een Rh-positieve foetus.

[ Foto’s ontbreken ]

In dit verband slechts een kleine opmerking tussen haakjes: als volgens het christelijk geloof God op het moment van de conceptie de spirituele zijde van het nieuwe individu ex novo schept, terwijl het materiële deel besloten ligt in de gameten, dan kan de Erfzonde zich niet anders dan in de chromosomen bevinden. De uitdrukking ‘Onbevlekte Ontvangenis’ betekent dus ‘Ontvangen zonder Erfzonde’, wat met andere woorden inhoudt dat haar karyotype niet is zoals het onze, maar het oorspronkelijke is, identiek aan dat van Adam en de zuivere Kinderen van God.

Tot zover hebben we verschillende aspecten van auto-immuunziekten gezien. Auto-immuunziekten doen niets anders dan het eigen organisme aanvallen omdat ze bestanddelen als vreemd herkennen die op die manier door het genoom zijn gecodeerd.

Het meest sprekende bewijs van de hybridisatie wordt dus wel geleverd door het immunologische onderzoek van deze ziekten of van andere ziekten die, hoewel ze niet volledig op auto-immuunbasis rusten, toch sterk gebonden zijn aan een genetische aanleg. Als deze aanleg ontbreekt, zal de patiënt die ziekte nooit krijgen.

  • Pathologieën van het stomatognatische systeem (het kauw- en spraakapparaat)

Ik ben mondchirurg. Ik hou me bezig met tanden, tandbogen, kaakbogen en de beoordeling van tandheelkundige situaties en elementen. Dit is mijn dagelijks werk.

Om het onderwerp van de chromosoom-syndromen en -pathologieën te completeren, is het belangrijk om te bedenken dat een van de punten die deze pathologieën gemeen hebben, de dento-maxillaire (tand- en kaak)pathologische afwijkingen zijn: een ander hoofdstuk uit de pathologie dat in de dierenwereld vrijwel afwezig is.

Laten we daarom overgaan tot de analyse van deze pathologieën, uitgaande van de afwijkingen in de afmetingen van de kaakbasis en van de tand-kaakverhouding, die een zo hoge incidentie en variabiliteit vertonen dat een orthodontische of zelfs orthopedische correctieve ingreep vrijwel altijd noodzakelijk is om een correcte relatie tussen de twee tandbogen te verkrijgen. Binnen de tandheelkunde bestaan er talrijke typen cephalo-metrische analyses (onderzoek dat gebruikt wordt om de juistheid van de verhoudingen tussen de boven- en onderkaak te beoordelen). Cephalometrie bestaat uit een reeks metingen die worden uitgevoerd op een laterale röntgenfoto van de schedel (van terzijde gezien), die in theorie de grenzen van de normaliteit zouden moeten bepalen. Dit onderzoek wordt onmisbaar geacht voor het uitvoeren van een orthodontische behandeling.

Laten we eens naar de basisscholen en vooral de middelbare scholen gaan, en we zullen zien dat de grote meerderheid van de kinderen een beugel draagt. In sommige landen, zoals Brazilië, waar het streven naar een ideaal esthetisch beeld in alle lagen van de bevolking zeer sterk leeft, bereikt het toepassen van orthodontische apparatuur zelfs onder volwassenen zeer hoge percentages.

Hieruit valt derhalve af te leiden dat:

  1. Er geen constante intermaxillaire verhoudingen (onderlinge kaakverhoudingen) bestaan binnen de menselijke soort;
  2. De onderlinge boogverhouding van de ‘eerste klasse’ (waar harmonie heerst tussen de boven- en onderboog), zowel voor de tanden als voor de kaakbasis, eerder een archetype is dat zich in zeldzame gevallen voordoet dan een realiteit ten opzichte waarvan de pathologische situatie een uitzondering vormt;
  3. Behandelaars zich laten inspireren door deze intermaxillaire verhouding die eerder als ‘ideaal’ dan als ‘normaal’ kan worden gedefinieerd, voor het bereiken van een schoonheidsnorm die ook leken als zodanig herkennen.

Deze discrepanties zijn afwezig in de dierenwereld, waar numerieke afwijkingen in vorm en afmetingen — zelfs van een enkel tandelement! — extreem zeldzaam zijn.

Van alle levende wezens heeft alleen de mens een orthodontische beugel nodig, aangezien de disharmonie tussen afmeting, aantal tanden, volume en vorm van de kaakbasis zo aanzienlijk is dat deze in sommige gevallen het gezicht van een persoon esthetisch verminkt. Bij het observeren van zeer ernstige gevallen van ‘tweede klassen’ (kleine en terugwijkende onderkaak ten opzichte van de bovenkaak) of ‘derde klassen’ (prominente onderkaak met terugwijkende of hypoplastische bovenkaak) heeft men vaak het gevoel dat de onderkaak niet bij de patiënt hoort en per vergissing — of erger nog, door een wrede speling van de natuur — in dat gezicht is geplaatst. Specifieke, uiterst invasieve chirurgische ingrepen zoals die van Le Fort of de onderkaakresectie volgens Obwegeser-Dal Pont zijn in de loop der jaren ontwikkeld om kaakdisharmonieën te corrigeren die zowel esthetisch als functioneel ernstig invaliderend zijn.

Aangezien ik bovendien meer dan 25 jaar als tandarts en oraal chirurg heb gewerkt en de anatomische situaties van de mond volgens het traditionele criterium heb beoordeeld, ben ik na het lezen van de openbaring aan don Guido met een nieuwe blik gaan kijken naar al die afwijkingen in positie, vorm en soms aantal van de verstandskiezen, die het dagelijks onderwerp van mijn werk vormen. De afmetingsverschillen kunnen niet anders dan het gevolg zijn van hybridisatie, om dezelfde redenen die reeds voor bijziendheid op oogheelkundig terrein zijn overwogen. De retentie of moeilijke doorbraak van de verstandskies (disodontiasi dell’ottavo), waarvan de incidentie boven de 90% ligt, is een pathologie waar we allemaal aan lijden — zozeer zelfs dat in sommige scholen, zoals de Noord-Amerikaanse, de extractie van de vier verstandskiezen routinematig wordt uitgevoerd voordat er zich ook maar enig type symptomatologie manifesteert.

Wat een overduidelijk spoor van hybridisatie is deze ‘disodontiasia van de achtste kies’! Een pathologische situatie die door de zeer hoge frequentie als normaal kan worden beschouwd, maar die in werkelijkheid getuigt van het feit dat de afmetingen van de kaakbasis oorspronkelijk groter waren en afgestemd op de aanwezigheid van 32 tanden, en niet geschikt voor 28 tanden zoals bij de huidige waarneming duidelijk wordt. Het aantal van 32 tanden was compatibel met kaken van grotere afmetingen en volumes, terwijl op de kaken die wij kennen er in de overgrote meerderheid van de gevallen geen ruimte is voor de beroemde verstandskies.

Gevallen van wanverhouding tussen de afmetingen van de tandbogen en van de tandelementen:

[ Foto’s ontbreken ]

Kijk naar deze tandbogen! Er is simpelweg geen ruimte! Er is geen fysieke ruimte. Hier zijn de genen die de tanden coderen genen die tanden zouden moeten programmeren voor een individu van twee meter lang, terwijl de genen die de botten coderen de anatomie programmeren van individuen van een meter en nog wat. Deze redenering sluit naadloos aan. Kijk vervolgens naar dieren bij wie de mens nooit genetisch heeft ingegrepen, en we zien dat zij nooit een beugel nodig hebben. Ze hebben allemaal een perfecte tand-kaakverhouding en ze zijn allemaal gelijk. De tanden staan allemaal netjes op een rij en in de juiste positie!

Wij zien deze dingen dagelijks. Ze zijn niet zo afschrikwekkend als de eerste voorbeelden, maar wat vertellen deze beelden ons? Ze laten ons duidelijk zien dat de erfelijke belasting die dit individu met zich mee heeft gedragen, zich heeft gemanifesteerd als kaakdisharmonie: onderkaken die er willekeurig ingezet lijken te zijn alsof de kaakboog bij een ander individu hoorde, met tanden die qua afmeting niet in verhouding staan tot de boven- of onderkaak. Ze staan zo buiten verhouding dat ze over elkaar heen dringen, scheef gaan staan en elkaar overlappen omdat er geen ruimte is! Deze situatie zou een veel bredere boog nodig hebben met een lengte in centimeters die zeker het dubbele is van wat we hier zien.

Vaak moeten wij deze situaties corrigeren. Als we naar de basisscholen en middelbare scholen kijken, heeft misschien wel 70% van de kinderen een beugel. Voor mijn werk reis ik de hele wereld over, door alle continenten. Als hier 70% van de stadskinderen een beugel draagt, draagt in Brazilië bij de welgesteldere families 100% van de kinderen een beugel. Ik kan toegeven dat sommige van deze behandelingen wellicht onnodig zijn. Maar er moet wel een disharmonie zijn om de behoefte te voelen om een tand te corrigeren die in plaats van zo te staan… zo staat… Er moet immers een minimum aan disharmonie aanwezig zijn.

Vandaag de dag hebben ook in landen die als derde wereld worden beschouwd de kinderen die het breed genoeg hebben allemaal een beugel. Ze ontzeggen zich van alles, maar het kind met scheve tanden rond laten lopen, dát niet!

Wat betreft de ‘schoonheidsnorm’ die we in ons hoofd hebben: iedereen, zonder uitzondering, kan het mooie van het lelijke onderscheiden. Natuurlijk zijn er mensen met een voorkeur voor het afzichtelijke… Of in menselijke relaties worden andere kwaliteiten gewaardeerd. Men wordt bijvoorbeeld verliefd op iemand die niet moeders mooiste is, maar andere kwaliteiten heeft. Maar meestal is schoonheid iets objectiefs. En deze objectiviteit is een vermogen dat wij in ons DNA hebben zitten.

Prognathie (vooruitstekende kaak)

[ Foto’s ontbreken ]

Wat doet deze onderkaak met dit profiel hier aan de linkerkant?! Hier is duidelijk te zien dat er geen harmonie is. We spreken niet eens van mooi of lelijk: het is een harmonieloos profiel. Je ziet dat verschillende onderdelen aan elkaar zijn gevoegd: het ene afkomstig van de genen van de oorspronkelijke nummer één en het andere van de genen van de oorspronkelijke nummer twee. Het is alsof ze bij verschillende personen hoorden en aan elkaar zijn geplakt.

Dat is hybridisatie in eenvoudige woorden! Het is geen wetenschappelijke les: het is alleen om te laten zien dat deze onderkaak niet past op deze bovenkaak.

Andere voorbeelden van Prognathie:

[ Foto’s ontbreken ]

Wanneer men zegt dat iemand prognathie heeft, zegt men niet dat het een lelijke jongen is. Maar ook na correcties blijft het asymmetrisch. Dat is te zien op de volgende beelden.

Hier is de prognathie gecorrigeerd. Vroeger slaagde de chirurg er vaak niet in om de verhoopte resultaten te behalen. Omdat de programmering zo ingewikkeld is, lukt het niet om een volledige harmonie tot stand te brengen.

Stelt u zich de programmering van een computer voor: wanneer er een virus in het programma zit, raakt het programma van de kook. Zo is het ook met ons DNA gegaan. Het is alsof bepaalde somatische uitingen van de genen het resultaat zijn van dit ontregelde programma. Laten we de chromosomen en genen vergelijken met de software van een computer… Wensen we ze in poëtische termen ‘de taal van God’ te noemen? In het begin wáren ze ‘de taal van God’, maar daarna is dit programma vastgelopen! Het was Adam die vanaf het begin het virus in het programma heeft geïntroduceerd, “het onkruid in de akker van de Heer”, en dit virus heeft zichzelf gegenereerd en blijft zichzelf oneindig voortplanten. Daarom is Jezus gekomen: niet alleen om ons de verloren Geest terug te geven, maar ook om ons de middelen te reiken om dit virus te bestrijden, om ons lichaam en onze psyche te herbouwen en ons terug te voeren naar de oorspronkelijke spirituele, psychische en fysieke perfectie. Maar Hij vraagt ons om geloof en medewerking.

  • Psychische pathologieën

Hetgeen we hebben gezien betekent niet dat degenen die levend worden geboren niet evenveel verborgen gebreken kunnen hebben die zich manifesteren in net zo verwoestende ‘gedragingen’ en ‘psychische pathologieën’.

Ik zou willen herinneren aan het antwoord dat Jezus gaf op de vraag van Petrus: “Hoe vaak moeten wij vergeven? Zevenmaal?” En Petrus dacht, met zijn denkwijze, dat zevenmaal vergeven al te veel was. En Jezus antwoordt hem: “Nee! Zeventigmaal zevenmaal!” Omdat, wanneer er sprake is van herhaald dwangmatig gedrag, dit door bepaalde mensen vaak niet te controleren is. Die mensen zijn niet verantwoordelijk: ze moeten vergeven worden, punt uit! Altijd!

Conclusie

Toen ik een jonge geneeskundestudent was, leerde men ons dat moeder natuur eugenetische mechanismen had ter bescherming van de soort. In de wereld van de huisdieren, die immers vaak genetisch gekruist worden om rassen met bepaalde kenmerken te verkrijgen, wordt de incidentie van chromosoom-syndromen en -pathologieën pas duidelijk wanneer er sprake is van blootstelling aan zeer hoge doses ioniserende straling (bijv. de dieren in het gebied rondom Tsjernobyl). Dit komt doordat het hier gaat om kruisingen van ‘rassen’ die allemaal behoren tot de ‘hondachtige soort’, waardoor kruisingen mogelijk zijn zonder dat dit chromosomale afwijkingen veroorzaakt. Maar waar het niet gaat om verschillende rassen, maar om verschillende soorten, bestaat er een onoverbrugbare genetische barrière tussen de ene soort en de andere. Per conventie spreekt men namelijk van een ‘soort’ om een groep individuen te definiëren die ‘genetisch geïsoleerd’ is, oftewel niet vruchtbaar met individuen van andere soorten.

De beelden die we in het voorgaande deel van dit werk hebben gezien met betrekking tot chromosoom-syndromen en -pathologieën spreken voor zich. Denk terug aan de woorden van Valtorta die zegt dat “zij monsters als zonen en dochters kregen”. Als dat geen monsters waren…, wat moeten we dan wel niet zien?

Bedenk dat wij deze situaties nu zien, miljoenen jaren na de Erfzonde. Maar wij weten niet wat er vóór de Zondvloed was, en wanneer de Zondvloed heeft plaatsgevonden. Want de Zondvloed heeft een grote schoonmaak gehouden. Wat wij zien zijn situaties die zijn ontstaan nadat Noach met zijn familie opnieuw is begonnen met het menselijk ras, nadat er een massale selectie had plaatsgevonden! En dat terwijl de Zondvloed door theologen wordt afgedaan als een ‘literair genre’…! Dus wat er op aarde als vrucht van de Erfzonde is geweest voordat God ingreep met de Zondvloed, kunnen wij ons niet eens voorstellen! We kunnen het slechts afleiden door naar deze beelden te kijken en ze met duizend te vermenigvuldigen. En dit zijn nog maar de meest milde zaken! Want, ik herhaal het, toen ik op 18-jarige leeftijd het Museum in Florence bezocht, was ik in shock.

En denk eens aan de vele gevallen van Siamese tweelingen…! Een paar weken geleden was er een lange reportage op tv over Siamese tweelingen. Ze lieten een meisje zien dat in India was geboren met vier armen en vier benen… In dat meisje zaten twee meisjes in één!

Bron

Dr. Francesco Saverio Martelli, WANNEER GELOOF EN VERSTAND HETZELFDE VERHAAL KUNNEN VERTELLEN (IN DE TAAL VAN DE CHROMOSOMEN) – Guido Bortoluzzi – De Middelijke Schepping | Biologie, Theologie en Evolutie

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑