De échte Darwin versus het Neodarwinisme (samenvatting)


De échte Darwin versus het Neodarwinisme (samenvatting)

In het kort

In 1859 bracht Charles Darwin zijn beroemde werk De oorsprong der soorten uit. Zijn ideeën zetten de wetenschappelijke wereld op zijn kop, maar het beeld dat veel mensen tegenwoordig van Darwin hebben, klopt op wezenlijke punten niet met wat hij zelf schreef.

Darwin stelde namelijk niet dat soorten langzaam, spontaan en toevallig in elkaar veranderen. Hij beschreef voornamelijk morfologische verwantschap: het gegeven dat soorten bij dezelfde ‘bouwfamilie’ horen. Onder invloed van de beroemde anatoom Georges Cuvier ging Darwin uit van gefixeerde basissoorten. Natuurlijke selectie zorgt volgens zijn oorspronkelijke visie slechts voor kleine aanpassingen aan de omgeving binnen de grens van de soort — wat we tegenwoordig micro-mutaties noemen.

Volgens de oude stelregel “Natura non facit saltus” (de natuur maakt uit zichzelf geen sprongen) stelde Darwin dat de natuur niet de capaciteit heeft om autonoom de drempel naar een hogere soort te overschrijden. Om een kwalitatieve overgang naar een nieuw organisatieniveau te maken, is een hogere sturing nodig die verloopt via een uniek overgangsfiguur: de beroemde ‘schakel’. Darwin was dan ook geen atheïstische materiaaldenker die alles aan het toeval toeschreef; hij behield tot zijn dood een diepe eerbied voor de Schepper als de Auteur van de natuurwetten en de geordende natuur.

In de twintigste eeuw, met name na de ontdekking van de genetica en het DNA, grepen latere wetenschappers — de neodarwinisten — de naam van Darwin aan om een heel ander verhaal te vertellen. Zij vormden zijn inzichten om tot een atheïstische filosofie waarin het ontstaan van het leven uitsluitend het resultaat zou zijn van een blind proces van toeval en noodzaak. Waar Darwin uitging van vastomlijnde soorten en een hogere ordening, maakten neodarwinisten van soorten een vloeibare toestand van voortdurende, ongestuurde verandering. Door de autoriteit en naamsbekendheid van Darwin te koppelen aan dit materialistische wereldbeeld, verklaarden zij de rol van een Schepper overbodig. In feite hebben de neodarwinisten de naam van Darwin gekaapt voor een ideologie die ver afstaat van zijn oorspronkelijke werk.

Het verschil tussen deze twee benaderingen is cruciaal. De fossielen laten zien dat talloze organismen, zoals haaien en mieren, gedurende honderden miljoenen jaren morfologisch onveranderd zijn gebleden. Dit ondersteunt het idee van gefixeerde soorten, maar schuurt met het neodarwinistische idee van continue, toevallige verandering. Bovendien tast het idee van een louter toevallige mens de kern van het christelijke geloof aan: als de mens een willekeurig natuurproduct is, verliezen begrippen als de Schepping, de Zondeval en de Verlossing hun betekenis.

De historische feiten laten zien dat de wetenschappelijke inzichten uit de genetica prima samengaan met de gedachte van een geordende schepping. Het toeschrijven van de menselijke oorsprong aan louter ‘toeval’ is geen ontdekking van Darwin zelf, maar een latere, ideologische toevoeging van het neodarwinisme.

Compleet artikel:


Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑