INHOUD
Deel I. De Bijbelse Genesis uit de geschriften van Don Guido Bortoluzzi
Deel II. Weerwoord aan B. Maverik
Samenvatting
Het artikel bespreekt de geschriften en privévisioenen van de Italiaanse priester Don Guido Bortoluzzi (1907–1991) over het ontstaan van de mensheid en de erfzonde volgens het boek Genesis.
- Bemiddelde schepping: God schiep niet rechtstreeks een volwassen mens uit het niets, maar schiep een volwaardige menselijke cel (46 chromosomen) en plaatste deze in de baarmoeder van een bestaand vrouwelijk primaat (een draagmoeder/voedster). Uit deze ingreep werd Adam geboren.
- Het ontstaan van de Vrouw: Later schiep God op vergelijkbare wijze een eicel (23 chromosomen) die bevrucht werd met zaad van Adam. Hieruit werd de eerste genetisch zuivere Vrouw geboren. Het goddelijke plan was dat zij na volwassenheid samen een zuiver menselijk ras zouden stichten.
- De Erfzonde als biologische misstap: Voordat de eerste Vrouw volwassen was, paarde Adam op eigen initiatief met de mensaap-voedster in de hoop de voortplanting te versnellen. Omdat hier geen goddelijke scheppingsingreep aan voorafging, werd een hybride wezen geboren: Kaïn (half mens, half aap).
- Genetische vervuiling: Kaïn plantte zich verder voort met de draagmoeder, waaruit verschillende hominiden (voormenselijke soorten) ontstonden. Later vermengde ook het zuivere nageslacht van Adam zich met deze hybride populaties, waardoor volgens dit model de oorspronkelijke biologische en chromosomale zuiverheid voor de hele mensheid verloren ging.
- Theologische duiding: De erfzonde wordt in dit kader uitgelegd als een dubbele ramp: het verlies van de biologisch-genetische zuiverheid én de breuk in de spirituele relatie met God.
Uitleg begrippen
- Gameten: De voortplantingscellen van een organisme. Bij de mens zijn dit de zaadcellen (mannelijk) en de eicellen (vrouwelijk).
- Chromosomen: Structuren in de celkern die het DNA en alle erfelijk materiaal bevatten. Een gezonde mens heeft normaal 46 chromosomen (23 paren).
- Eicel / Zygote: De vrouwelijke voortplantingscel. Na bevruchting door een zaadcel vormt dit de eerste cel waaruit een nieuw organisme groeit.
- Meercellig organisme: Een levend wezen dat uit meerdere cellen bestaat die samenwerken (zoals planten, dieren en mensen), in tegenstelling tot eencelligen zoals bacteriën.
- Hominiden: Mensachtigen; de familie van fossiele en hedendaagse menssoorten en mensapen.
- Placenta (Mederkoek): Het orgaan dat tijdens de zwangerschap zorgt voor de overdracht van voedingsstoffen en zuurstof van de moeder naar het kind, zonder dat hun bloed of genetisch materiaal direct mengt.
- RNA-wereldhypothese: Een wetenschappelijke theorie die stelt dat vroeg leven op aarde primair gebaseerd was op RNA-moleculen vóór de evolutie van DNA en eiwitten.
- Hybridisatie: Het kruisen van twee verschillende soorten of genetische lijnen, wat leidt tot een nageslacht met gemengde eigenschappen (een hybride).
- Bemiddelde schepping (Creazione Mediata): Het idee dat God schept door gebruik te maken van een reeds bestaand natuurlijk middel of drager (in dit model: de baarmoeder van een mensaap) in plaats van iets uit het niets te maken.
- Erfzonde: In de christelijke theologie de staat van zonde en gescheidenheid van God waarin ieder mens geboren wordt als gevolg van de eerste misstap van de stamouders (Adam en Eva).
- Magisterium: Het officieel lerend gezag van de Katholieke Kerk (de paus en de bisschoppen) dat waakt over de uitleg van de geloofsleer.
- Catechismus van de Katholieke Kerk (CKK): Het officiële naslagwerk waarin de Katholieke Kerk haar geloofsleer, moraal en sacramenten samenvat.
- Onbevlekte Ontvangenis: De katholieke dogma-overtuiging dat Maria, de moeder van Jezus, vanaf het eerste moment van haar eigen conceptie vrij is gebleven van de erfzonde.
- Exegeten / Exegese: Wetenschappelijke of theologische verklaring en interpretatie van religieuze teksten (zoals de Bijbel).
- Natura non facit saltus: Latijnse uitdrukking die betekent “De natuur maakt geen sprongen”. Het verwijst naar het principe dat natuurlijke processen en veranderingen geleidelijk verlopen.
- Sicut unum corpus unius hominis: Latijnse frase uit de theologie die betekent “als één enkel lichaam van één enkele mens”, gebruikt om de lotsverbondenheid van de gehele mensheid aan te duiden.
Deel I. De Bijbelse Genesis uit de geschriften van Don Guido Bortoluzzi
Ingezonden door B. Maverik, 8 maart 2016, News-Info. Alternativa
Don Guido Bortoluzzi werd geboren in 1907 en overleed in 1991 in de buurt van Belluno. Tussen 1968 en 1974 ontving hij van de Heer 8 openbaringen over de oorsprong van de Aarde en de Mens.
Kaïn is de sleutel tot het mysterie
Wat was er eerder: het ei of de kip?
Een half-serieuze vraag die van oudsher aan elke generatie kinderen wordt gesteld. Don Guido – die stap voor stap werd geholpen het antwoord te begrijpen via een reeks primordiale gebeurtenissen waar hij getuige van mocht zijn – zou meteen antwoorden: het ei.
In tegenstelling tot de meeste microscopisch kleine cellen hebben wij het geluk dat sommige eicellen goed zichtbaar zijn en met het blote oog onderzocht kunnen worden. Denk aan de ontelbare variëteit aan eieren waarmee vogels, reptielen en schildpadden zich voortplanten.
En in het bijzonder, als dagelijkse ervaring, het kippenei. Wanneer het ei bevrucht is, stelt het ons in staat een enkele gigantische cel vast te houden waarin, met grote duidelijkheid en onveranderlijke verwondering, alle instructies en het materiaal aanwezig zijn om een compleet en afgewerkt kuiken te maken, dat zodra het eruit komt op zijn pootjes zal staan en zal beginnen te pikken.
In tegenstelling tot eierleggende dieren is de menselijke eicel, net als bij veel zoogdiersoorten, echter van microscopische afmetingen.
Voor een korte (en niet eenvoudige) recensie van het werk van Don Guido Bortoluzzi over de Bijbelse Genesis, is ten minste een biologische inleiding vereisto. Volgens wat Don Guido begreep, bestond de normale manier waarop God het leven en nieuwe soorten liet ontstaan, aanvankelijk en essentieel uit het creëren van een complete cel. Daarna complexere meercellige organismen, enzovoort.
Voordat men bij de cel aankomt, kan men zeker andere creatieve ingrepen veronderstellen (natura non facit saltus – de natuur maakt geen sprongen), zie bijvoorbeeld de theorie over de RNA-wereld, maar de fundamentele stap – het basiselement dat in staat is tot zelfstandig leven en voortplanting – is zonder twijfel de cel.
Meercellige organismen zijn organismen die bestaan uit meer dan één cel met gedifferentieerde cellen die gespecialiseerde functies uitvoeren. Het meeste leven dat met het blote oog zichtbaar is, is meercellig.
Opmerkingen over de vrouwelijke gameet, mannelijke gameet en het chromosomenaantal
De mannelijke zaden (gameten) worden zaadcellen genoemd en de vrouwelijke eicellen. Tijdens de vorming van de gameten wordt het aantal chromosomen gehalveerd ten opzichte van de andere cellen in het lichaam.
Elke soort heeft een typisch aantal chromosomen. In menselijke cellen bevinden zich 46 chromosomen (23 paren). Wanneer een menselijke kiemcel zich deelt om gameten te vormen, ontvangt elke gameet de helft van de chromosomenset, oftewel 23 chromosomen in een enkele kopie. Het normale aantal (46) wordt hersteld bij de bevruchtingsfase, wanneer de twee gameten van moederlijke (23) en vaderlijke (23) oorsprong versmelten en elk bijdragen met de helft van de chromosomen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het nieuwe wezen.
Theologische inleiding
Over de concrete wijze waarop de zondeval heeft plaatsgevonden, spreekt de Kerk zich niet uit omdat zij niet weet hoe de zaken zijn gegaan; zij erkent dit in paragraaf 390 van de Catechismus van de Katholieke Kerk (CKK):
“Het zondevalverhaal maakt gebruik van beeldtaal, maar geeft een primordiale gebeurtenis weer, een feit dat heeft plaatsgevonden aan het begin van de geschiedenis van de mens. De Openbaring geeft ons de geloofszekerheid dat de hele menselijke geschiedenis getekend is door de erfzonde die vrijwillig door onze stamouders is begaan.”
Daarom houden alle bezwaren die teruggrijpen op de letterlijke tekst van het bijbelverhaal geen stand, aangezien ze gebaseerd zijn op symboliek die eeuwenoude, altijd verborgen gebleven gebeurtenissen verhult.
Zo formuleert de CKK het namelijk in paragraaf 404:
“Hoe is de zonde van Adam de zonde van al zijn nakomelingen geworden? Het hele menselijk geslacht is in Adam ‘sicut unum corpus unius hominis’ – als één enkel lichaam van één enkele mens. Door deze eenheid van het menselijk geslacht zijn alle mensen betrokken bij de zonde van Adam, zoals allen betrokken zijn bij de rechtvaardigheid van Christus. De overdracht van de erfzonde is echter een mysterie dat wij niet volledig kunnen begrijpen.”
Er wordt gesproken over “de zonde van Adam”: uit de openbaring aan Don Guido begrijpt men namelijk dat de echte “Eva”, de “Vrouw”, onschuldig was! Interessant is ook het (voorzienige?) feit dat in de documenten van het Magisterium, al vanaf het Concilie van Trente, hoofdzakelijk wordt gesproken over de “zonde van Adam”.
Een korte samenvatting van de plot
Na deze eenvoudige inleidingen kunnen we een korte samenvatting van de plot proberen, om de lezer voor te bereiden op de complexe boodschap. Het boek is overigens niet eenvoudig en vereist dat men niet heen en weer springt, maar het minstens een tweede keer leest.
Don Guido, een priester met een buitengewone wetenschappelijke cultuur en een groot verlangen om te begrijpen, wilde aanvankelijk een zeer nauwkeurig verslag geven van zijn ervaringen. Hij weidt uit over de kleinste details van hoe zijn visioenen en latere inzichten verliepen, waardoor de eerste hoofdstukken wat stroef lezen. Deze samenvatting dient om de lezer op weg te helpen.
Adam werd niet als volwassene geschapen: voor de mens gebruikte God “bemiddelde schepping”
God schiep namelijk een cel die compleet was met de gehele chromosomenset (46), in staat om Adam te vormen, en plaatste deze in de baarmoeder van een vrouwelijk primaat van een reeds bestaande soort. Een “draagmoeder” dus. Wij kunnen dit tegenwoordig zelfs in de moderne veeteelt. Op deze manier leverde de mensaap (van een nu uitgestorven soort) alleen de voeding, maar ging er geen enkele eigenschap van haar soort over.
Adam groeit op, grootgebracht door deze voedster (die een dier is, wat we niet moeten vergeten; zij neemt slechts passief deel) en bevindt zich in een gastvrij natuurlijk landschap, omringd door diverse andere dieren waarvan de sociaalheid en tamheid opvallen. Deze voedster is in feite de echte “Eva”, een symbolische naam waarvan wordt gezegd dat zij “de moeder van alle levenden” was.
We zien hoe Adam vanaf het begin intelligent en creatief is; hij maakt gereedschap en een eenvoudige woning. De “ancestrale Eva” die hem heeft gezoogd, woont naturally samen met hem. Terwijl hij zich ontwikkelt, leert Adam veel van de dieren om hem heen; hij ziet hun gewoonten, hun paringen en hoe zij op die manier nakomelingen voortbrengen volgens hun soort.
Het plan van God gaat verder: na de schepping van de (complete) cel van Adam, schept Hij in de baarmoeder van de ancestrale Eva een cel die deze keer onvolledig is (een vrouwelijke gameet, dus slechts 23 chromosomen, de helft van de nodige set) met het plan om deze te verenigen met een mannelijke gameet (de andere 23) afgenomen van Adam, om zo de eerste echte Vrouw te laten geboren worden.
“Toen liet de Heer God een diepe slaap op de mens vallen, en hij insliep.”
In Genesis 2:21 vinden we dit verhaal, en het visioen van Don Guido komt ermee overeen: wanneer Adam zich seksueel ontwikkelt, begint bij hem – zoals bij alle pubers – het natuurlijke fenomeen van erectie en nachtelijke zaadlozing op te treden. De ancestrale “Eva”, die bij hem woont, merkt dit bij een van deze gelegenheden op en, aangezien zij zich in haar bronstperiode bevindt, dekt zij hem vanuit een sterk instinct (het is een dier!).
Adam schrikt wakker en begrijpt min of meer wat er is gebeurd. Later zien we namelijk dat hij het vrouwtje verjaagt wanneer zij opnieuw bronstig is.
Hiermee zou ook de traditionele bijbelse metafoor behouden blijven volgens welke God een “rib” van Adam wegnam “in zijn slaap” om de eerste Vrouw te vormen. De bijbelse term “rib” werd al vóór Don Guido door andere exegeten geïnterpreteerd als verwijzend naar het mannelijk geslachtsorgaan.
De eerste echte Vrouw ontwikkelt zich dus eveneens in de (geleende) baarmoeder van de “ancestrale Eva”, maar wanneer zij geboren wordt, heeft zij niets van de ancestrale soort: zij is een prachtig meisje over wie de jonge Adam zichtbaar tevreden is (gynaecologische noot: via de placenta worden geen genetische eigenschappen overgedragen, alleen voedingsstoffen). Opvallend is dat het personage Adam ook in deze situatie – wanneer hij het baby’tje meteen wil meenemen – beslist onaangenaam overkomt, en ook bij latere gelegenheden uitstootgevend en afwijzend reageert. Een voorspel tot de hoogmoed die hem uiteindelijk zal misleiden.
Gods plan was om Adam later te verenigen met de eerste Vrouw (wanneer zij volgroeid zou zijn) om daaruit het zuivere nageslacht voort te brengen waarmee Hij de planeet wilde bevolken. De vereniging tussen bloedverwanten was in die fase kennelijk noodzakelijk en goed; het begrip incest is cultureel van veel latere datum en het verbod erop is ook ingesteld om misvormingen te voorkomen, die erg vaak voorkomen bij hybride bloedverwanten die dragers zijn van recessieve afwijkingen.
De erfzonde: Adam loopt vooruit op Gods plan
Wanneer de eerste Vrouw ongeveer 3 jaar oud is, verschijnt op een dag het ancestrale vrouwtje bij de ingang van de woning. Adam, die haar normaal gesproken wegjoeg als ze bronstig was, moedigt haar dit keer juist aan om binnen te komen. Hij gaat op zijn rug liggen, laat haar boven op hem komen en accepteert de paring.
Hij doet dit niet uit seksuele aantrekkingskracht – zij was immers vrij afstotelijk – maar omdat hij een fatale gedachte heeft opgevat: “Als dit ancestrale vrouwtje mij heeft gebaard (een perfecte mens) én dit prachtige meisje, betekent dit dat ze een goede fokmerrie is. Ik laat haar meer kinderen krijgen en doe het alleen.” Hij denkt alles al te begrijpen en wil “voor zichzelf beginnen”!
De beroemde “slang” uit het bijbelverhaal is niet te zien, maar Satan toont zich gewoonlijk niet; zijn tactiek is zich te verbergen: hij gesuggereert en oefent druk uit op onze verbeelding. Hier maakt hij gebruik van het ancestrale vrouwtje dat zich op suggestieve wijze “kronkelend” voortbeweegt.
Maar deze keer was er geen voorafgaande scheppende ingreep van God geweest. Wat er geboren wordt, is een lelijk wezen: half harige aap en half mens. Een hybride. Kaïn!
Adam is geschokt en teleurgesteld, maar lijkt niet te reageren; hij lijkt zich steeds meer in zichzelf terug te trekken. Men voelt dat hij de vriendschapsrelatie met God afwijst (over deze eerdere gelukkige staat worden geen details onthuld). Zijn onverdraagzaamheid en egoïsme worden steeds duidelijker. Hij doodt Kaïn niet, zelfs niet wanneer deze Abel laat sterven (een kind met menselijke kenmerken, later geboren uit de relatie tussen Adam en de eerste Vrouw), maar hij verjaagt hem.
Kaïn dwaalt rond en vindt de ancestrale Eva terug, paart met haar en brengt hybride wezens voort (hominiden!).
Adam krijgt waarschijnlijk nog andere kinderen met de eerste Vrouw
Op dit punt doet Don Guido nog andere hypothesen (p. 369-373) die echter naïef en gekunsteld overkomen, maar hij verklaart zelf dat het slechts om hypothesen gaat.
Het genetisch zuivere nageslacht groeit dus op naast het hybride nageslacht, totdat (de tijdsduur is onzeker) het fenomeen zich voltrekt dat beschreven staat in Genesis 6:1-2: “Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, zagen de zonen van God dat [sommige van] de dochters van de mensen mooi waren, en zij namen zich daaruit tot vrouw wie zij maar verkozen.”
Er vindt dus een vermenging van de twee lijnen plaats totdat, in de loop der duizenden jaren, het zuivere nageslacht volledig verdwijnt. Wij zijn daarom, helaas, allemaal hybriden! Een dergelijke chromosomale schade is van enorme omvang, onomkeerbaar en herstelbaar.
Dit verhaal zou ook het mysterie van de hominiden verklaren: zij zouden niets anders zijn dan bastaarden, half aap en half mens, het nageslacht van Kaïn. Bovendien verklaart het de ziekten, erfelijke afwijkingen, de oneindige lichamelijke gebreken van menselijke wezens en vooral de neiging tot het kwade en de ondeugden met een dierlijk instinct dat slechts met moeite onder controle te houden is.
Terzijde: apen hebben 48 chromosomen, de mens 46, en mensen met het syndroom van Down (dragers van een van de meest opvallende afwijkingen) hebben er 47.
Tenslotte bevestigt het de enorme draagwijdte van de verlossing door Christus, die is gekomen om vooral de geest te genezen, maar ook onze miserabele lichamelijke conditie.
Het staat niet in het boek, maar het is een aanvaardbare gevolgtrekking: de Kerk leert dat de Maagd Maria onbevlekt is ontvangen, vrij van de erfzonde. Dit feit doet van oudsher denken aan de Genade en de zuiverheid van haar ziel, maar het is aannemelijk en passend dat God haar ook heeft bewaard voor de genetische fout als gevolg van de hybridisatie. Hierdoor was niet alleen haar geest, maar ook haar lichaam en haar genetisch erfgoed zuiver.
Gevolgen van de erfzonde
Uit het vervolgverhaal blijkt duidelijk dat de erfzonde geen geïsoleerd incident was, maar werd gevolgd door een verharding en sluiting van het hart. De twee gevolgen van de zonde kunnen worden vergeleken met de typische verhoudingen van een ijsberg:
- Het meest oppervlakkige en opvallende deel is het onomkeerbare verlies van de chromosomale zuiverheid.
- Het minder zichtbare, maar belangrijkste deel is het verlies van de vriendschap met God (traditioneel Genade genoemd), die God in staat zou hebben gesteld de schade te herstellen als Adam berouw had getoond.
Over het boek en de impact
Dit verlichtende en unieke boek stelt geen compromis voor tussen evolutionisme en creationisme, maar illustreert de overstijging ervan door middel van een nieuw concept: “de bemiddelde schepping”. Het gaat om een openbaring die is gegeven aan een nederige priester van de Katholieke Kerk, bestemd om vragen op te werpen bij enkele wetenschappelijke postulaten.
De grootste kwaliteit van dit boek is dat het uitputtende antwoorden geeft op vele terreinen en verhelderend werkt voor een dieper begrip van vele bijbelpassages, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Het is een mooi boek, rijk aan poëtische elementen (zie de schepping van het heelal of de beschrijving van de natuurlijke omgeving van het eerste menselijke gezin), maar op sommige punten gebruikt het onverhulde taal. Het is beter als men ook enige kennis heeft van fysiologie en genetica.
Het roept wisselende reacties op: er zijn lezers die absoluut enthousiast zijn en anderen die het schokkend vinden.
Schokkend is in werkelijkheid de erfzonde, die de mensheid miljoenen jaren lang in een miserabele toestand heeft gestort. Dit bracht de corruptie van haar fysieke en psychische natuur en het verlies van haar spirituele dimensie met zich mee. De mens bleef verminkt op alle drie de niveaus van het zijn: lichaam, geest en ziel.
Het boek bevat niets afschuwelijks; of liever gezegd: het is de realiteit van de erfzonde die de meest “afschuwelijke” rampspoed van de mensheid vormt. De gebruikte taal is soms rauw en direct, ongeschikt voor overgevoelige personen – niet omdat er immorele zaken in staan, maar in de zin dat bijvoorbeeld niet iedereen geschikt is om bij een bevalling aanwezig te zijn.
Het is een boek dat verdieping vraagt. Er zijn veel enthousiaste priesters die dat hebben gedaan, die vervolgens hebben gevraagd om de locaties te zien en de redactrice te ontmoeten die de geschriften heeft verzameld. De Engelse, Nederlandse en Duitse vertalingen zijn met enthousiasme gemaakt door priesters die zich spontaan en kosteloos hebben aangeboden voor het lange vertaalwerk. De Poolse vertaalster vond na vele jaren van afwezigheid haar geloof weer terug. Alleen al het lezen van de biografie van Don Guido zou de goedheid van de boom moeten verlichten.
Sommigen vergelijken de openbaring aan Don Guido met andere openbaringen, vinden verschillen en trekken de gehaaste conclusie dat “een van de twee liegt”. Zij kennen aan “hun” ziener een absolute waarde toe en houden geen rekening met het fundamentele uitgangspunt: zieners en charismatische personen, zelfs als ze authentiek en te goeder trouw zijn, zijn niet onfeilbaar; de gave van God is altijd toevertrouwd aan de menselijke kwetsbaarheid. Daarom kunnen er geen “kruiscontroles” tussen hen worden uitgevoerd, maar moet ieder afzonderlijk worden vergeleken met het Magisterium en in de eerste plaats worden beoordeeld op de afwezigheid van theologische fouten.
Als we bijvoorbeeld de visioenen van Maria Valtorta, de Dienares van God Maria Cecilia Baij en Anna Catherina Emmerich vergelijken, vinden we afwijkingen. Wie liegt er? Waarschijnlijk niemand, bedenkkend dat de Heer in verschillende tijden, tijdperken en culturen altijd slechts gedeeltelijke en complementaire aspecten van de waarheid openbaart, vaak op symbolische wijze, en de voorkeur geeft aan de interpretatie in spirituele zin van de gebeurtenissen die in de Schrift worden verteld.
Het is een boek dat geduld en concentratie vereist en niet onderbroken gelezen kan worden door hier en daar stukken over te slaan; het heeft één rode draad waarvan de stappen in perfect verband met elkaar staan. Als de volgorde niet wordt gerespecteerd, gaan de verbindingen verloren.
Deel II. Weerwoord aan B. Maverik
Bijdrage door B. Maverik: De Bijbelse Genesis uit de geschriften van Don Guido Bortoluzzi
(Inclusief inhoudelijk en theologisch weerwoord en voetnotenbestand op basis van de Prehistorisch-Technocratische Synthese van Pastoor Jack Geudens)
Inleidende opmerking
Pastoor Jack Geudens | Smakt, oktober 2026
Hieronder volgt mijn inhoudelijk en theologisch weerwoord aan B. Maverik, geformuleerd vanuit het kader van de Prehistorisch-Technocratische Synthese (PTS). Dit weerwoord is nadrukkelijk niet bedoeld om Maveriks waardevolle bijdrage af te wijzen, maar om zijn interpretatie op enkele wezenlijke punten te corrigeren, aan te vullen en exegetisch verder te ontwikkelen.
De biologische Genesis van Don Guido Bortoluzzi opnieuw beschouwd
Van de creatio mediata en de Chromosomale Breuk naar de Prehistorisch-Technocratische Synthese
Inleiding
In zijn artikel La Genesi Biblica, dagli scritti di Don Guido Bortoluzzi van 8 maart 2016 heeft B. Maverik een belangrijke bijdrage geleverd aan de bekendheid en interpretatie van het werk van de Italiaanse priester Don Guido Bortoluzzi (1907–1991) [^1]. Zijn verdienste ligt vooral in het toegankelijk maken van een bijzonder biologisch-theologisch verklaringsmodel voor de oorsprong van de mens en de Zondeval.
Maverik probeert aannemelijk te maken dat de door Bortoluzzi beschreven gebeurtenissen niet uitsluitend symbolisch of allegorisch moeten worden verstaan, maar mogelijk betrekking hebben op een concrete biologische voorgeschiedenis van de mensheid.
Ik onderschrijf het belang van deze onderzoeksvraag. Toch meen ik dat Maveriks reconstructie op verschillende punten verdere verduidelijking behoeft. Bovendien kan zijn interpretatie worden uitgebreid met een aantal consequenties die hij zelf nauwelijks behandelt.
Mijn weerwoord richt zich daarom op drie zaken: een nauwkeuriger weergave van de door Bortoluzzi beschreven scheppingshandeling, een verdere uitwerking van de biologische en theologische gevolgen van Adams ongehoorzaamheid en de mogelijkheid van een langdurige antediluviale beschavingsontwikkeling.
Deze beschouwing vindt plaats binnen de Prehistorisch-Technocratische Synthese (PTS), een hypothetisch onderzoeksmodel waarin Bijbeltekst, Bortoluzzi’s geschriften [^2], latere interpretaties en natuurwetenschappelijke onderzoeksvragen met elkaar in verband worden gebracht, zonder hun verschillende bewijsstatus uit het oog te verliezen.
I. De eerste menselijke Vrouw: een noodzakelijke precisering
Een eerste punt betreft de wijze waarop volgens Bortoluzzi de eerste volledig menselijke Vrouw ontstond.
Maverik beschrijft terecht dat de eerste mens niet als volwassen individu zou zijn geschapen, maar dat God de menselijke levensvorm op embryonaal niveau tot stand bracht. Daarbij functioneerde een reeds bestaande voormenselijke vrouwelijke levensvorm als draagmoeder. Voor het ontstaan van de eerste Vrouw is echter een nadere precisering noodzakelijk.
[Weerwoord / Correctie Pastoor Geudens]:
Volgens de door mij gehanteerde reconstructie van Bortoluzzi schiep God rechtstreeks een menselijke eicel met 23 chromosomen in de baarmoeder van de voormenselijke draagster. Vervolgens vond de bevruchting plaats door een zaadcel van Adam, eveneens met 23 chromosomen, tijdens een door God veroorzaakte diepe slaap.
De voortplantingshandeling die tot het ontstaan van de eerste Vrouw leidde, was daarmee volgens deze interpretatie geen autonome beslissing van Adam en evenmin een gewone seksuele verhouding met de draagster. Zij stond geheel onder goddelijke leiding.
De eerste Vrouw ontving haar genetische constitutie uit de rechtstreeks door God geschapen eicel en de menselijke zaadcel van Adam. De voormenselijke draagster leverde uitsluitend de omgeving waarin de zwangerschap zich kon voltrekken. Daarom is het essentieel drie zaken te onderscheiden:
- De goddelijke oorsprong van de menselijke eicel;
- De menselijke genetische bijdrage van Adam;
- De uitsluitend gestationele functie van de voormenselijke draagster.
Dit onderscheid is geen bijkomstigheid. Het vormt de biologische grondslag van het gehele model. De uitdrukking uit Genesis dat God de Vrouw uit de Man nam, krijgt hierdoor binnen de hypothese een concrete reproductieve interpretatie: de eerste Vrouw ontstaat mede uit de menselijke substantie van Adam, maar zonder genetische bijdrage van de voormenselijke draagster [^3]. Deze voorstelling blijft een hypothese over de betekenis van Bortoluzzi’s ervaringen. Zij kan niet rechtstreeks uit Genesis 2 worden afgeleid.
II. De 47-chromosomale Ancestre
Een tweede precisering betreft de chromosomale constitutie van de draagster. Maverik benadrukt het verschil tussen de 48 chromosomen van de voormenselijke dierlijke stam en de 46 chromosomen van de mens. Binnen het aanvullende Bortoluzzi-materiaal wordt echter een uitzonderlijke tussenvorm beschreven [^5].
De voormenselijke populatie bezat volgens dit model 48 chromosomen, terwijl het bijzondere vrouwelijke individu dat als draagmoeder functioneerde, door goddelijke tussenkomst 47 chromosomen zou hebben gehad.
[Systematische Structuur & Cytogenetische Vraagstelling]:
Daarmee ontstaat de structuur:
- Voormenselijke stam: 48 chromosomen
- Bijzonder geprepareerde Ancestre: 47 chromosomen
- Adam en de eerste menselijke Vrouw: 46 chromosomen
Deze bijzondere constitutie krijgt binnen het model een doelgerichte betekenis: de Ancestre vertegenwoordigt een biologische brug tussen de reeds bestaande voormenselijke wereld en de eerste werkelijk menselijke generatie. Ik meen dat dit gegeven veel nadrukkelijker in de verdere biologische analyse moet worden betrokken. Niet omdat het bestaan van een dergelijke brug daarmee genetisch bewezen zou zijn, maar omdat een correcte beoordeling van de hypothese vereist dat eerst haar eigen uitgangspunten nauwkeurig worden weergegeven.
De cytogenetische onderzoeksvraag wordt vervolgens: onder welke voorwaarden zou een 47-chromosomaal individu een biologisch onderscheiden embryo kunnen dragen en tevens reproductief kunnen deelnemen aan de veronderstelde hybride afstammingslijn? Het aantal chromosomen alleen geeft daarop nog geen antwoord. De hypothese vereist een onderzoek naar chromosoomstructuur, meiose, embryonale levensvatbaarheid en voortplantingscompatibiliteit.
III. De Zondeval als intellectuele hoogmoed
Op dit punt levert Maverik naar mijn oordeel een bijzonder waardevolle interpretatie. Hij stelt dat Adams ongeoorloofde verhouding met de Ancestre niet primair voortkwam uit seksuele begeerte, maar uit intellectuele hoogmoed.
Adam had waargenomen dat de draagster hemzelf en vervolgens de eerste menselijke Vrouw had voortgebracht. Daaruit trok hij de conclusie dat hij dit biologische proces zelfstandig kon benutten om meer nakomelingen te verkrijgen.
[Theologische Verdieping / Oorzakelijke Volgorde]:
De gedachte achter zijn beslissing kan aldus worden samengevat: “Ik begrijp hoe het werkt; daarom kan ik het zelf.” Daarin ligt naar mijn oordeel de diepste betekenis van de overtreding. Adam verwart inzicht in een biologisch proces met het recht om dat proces naar eigen inzicht te gebruiken. Hij meent dat zijn kennis hem onafhankelijk maakt van de Schepper.
Dit raakt aan de klassieke theologische betekenis van de Zondeval: de mens wil zelf bepalen wat goed is en wat kwaad, zonder zich nog te onderwerpen aan Gods ordening [^4]. De biologische daad is binnen het Bortoluzzi-model de concrete uitdrukking van deze geestelijke ongehoorzaamheid. Daarom moet de volgorde steeds zijn:
$$\text{Intellectuele hoogmoed} \longrightarrow \text{ongehoorzaamheid} \longrightarrow \text{ongeoorloofde voortplanting} \longrightarrow \text{biologische gevolgen}$$
De zonde ontstaat niet door een chromosomale afwijking. De veronderstelde biologische ontregeling volgt op de vrije menselijke grensoverschrijding.
IV. De Chromosomale Breuk
Binnen de Prehistorisch-Technocratische Synthese noem ik de biologische consequentie van Adams daad de Chromosomale Breuk [^6].
Bij de schepping functioneerde de Ancestre als draagmoeder zonder genetische bijdrage aan Adam of de eerste Vrouw. Bij de ongeoorloofde voortplanting verandert deze verhouding fundamenteel. Adam, met 46 chromosomen, gaat een generatieve verbinding aan met de Ancestre, die binnen het model 47 chromosomen bezit. Daarmee wordt een oorspronkelijke draagfunctie veranderd in een voortplantingsfunctie. Uit deze verbinding ontstaat volgens Bortoluzzi Kaïn.
[Systeem-Definitie Kaïn]:
Kaïn vertegenwoordigt binnen het model de eerste hybride afstammingslijn. Ik acht het van belang hierbij niet zonder meer te spreken over een wezen dat exact half mens en half dier zou zijn. Een dergelijke omschrijving suggereert een genetische verhouding die uit de beschikbare gegevens niet kan worden afgeleid. Nauwkeuriger is Kaïn te beschrijven als een nakomeling waarin de menselijke genetische bijdrage van Adam zich volgens de hypothese verbond met de biologische constitutie van de Ancestre. Daarmee wordt de Chromosomale Breuk het begin van een nieuwe afstammingsgeschiedenis.
V. Kaïn en de voortgaande hybridisatie
Maverik beschrijft vervolgens dat Kaïn opnieuw een voortplantingsverbinding met de Ancestre aangaat. Dit is een belangrijke aanvulling op de eerste gebeurtenis. De biologische grensoverschrijding blijft daardoor niet beperkt tot één generatie. Er ontstaat een voortgaande terugkoppeling naar de voormenselijke stam.
[Involutie-Hypothese & Paleoantropologie]:
Binnen het model luidt de reeks:
$$\text{Adam} \times \text{Ancestre} \longrightarrow \text{Kaïn}$$
$$\text{Kaïn} \times \text{Ancestre} \longrightarrow \text{Verdere hybride nakomelingen}$$
$$\text{Verdere voortplanting} \longrightarrow \text{Toenemende differentiatie van afstammingslijnen}$$
Hieruit ontwikkelt zich de involutiehypothese. Volgens deze hypothese zouden bepaalde mensachtige vormen niet noodzakelijk de evolutionaire voorlopers van de werkelijk menselijke Adamitische lijn zijn, maar mogelijk latere hybride of regressieve afstammingsvormen. Deze gedachte is bijzonder verstrekkend. Zij vraagt om een grondige外confrontatie met fossiele gegevens, chronologie en moderne populatiegenetica.
De huidige paleoantropologische gegevens ondersteunen niet de conclusie dat de bekende fossiele homininen uit een historische Adamitische hybridisatie zijn ontstaan. Wie deze hypothese verder wil ontwikkelen, zal daarom moeten aantonen welke specifieke gegevens door haar beter worden verklaard dan door bestaande modellen.
VI. Twee verschillende fasen van vermenging
Een ander belangrijk element betreft het aanvankelijk naast elkaar voortbestaan van twee afstammingslijnen. Volgens Maveriks reconstructie bestond enerzijds de oorspronkelijke menselijke lijn van Adam en de eerste Vrouw en anderzijds de hybride lijn die met Kaïn begon.
[Exegese Genesis 6]:
Binnen de Prehistorisch-Technocratische Synthese wordt deze tweedeling betrokken op Genesis 6 [^3]. De Benei HaElohim (de zonen van God) worden binnen het model verbonden met de oorspronkelijke menselijke lijn. De Benot HaAdam (de dochters van de mensen) worden verbonden met de reeds vermengde populaties. Deze identificatie is een hypothese en geen letterlijke vertaling van de Hebreeuwse tekst. Daarmee ontstaan twee afzonderlijke fasen:
- De eerste vermenging: de ongeoorloofde verbinding tussen Adam en de Ancestre.
- De tweede vermenging: de latere verbinding tussen de nakomelingen van de oorspronkelijke menselijke lijn en de hybride afstammingslijnen.Dit onderscheid is belangrijk omdat het de gebeurtenissen uit Genesis 4 en Genesis 6 binnen het model met elkaar verbindt.
VII. Nephilim en Gibborim
Maveriks biologische reconstructie kan vervolgens worden uitgebreid met een nadere analyse van de Nephilim en Gibborim.
[Sociaal-Biologische Nuancering]:
Binnen de Synthese wordt onderzocht of de Nephilim mogelijk betrekking hebben op uitzonderlijke lichamelijke verschijningsvormen die uit verdere vermenging voortkwamen. De Gibborim kunnen daarentegen worden onderzocht als machtige personen of groepen die hun positie ontleenden aan fysieke kracht, militaire organisatie, intellectuele vermogens of politieke overheersing. Daarmee ontstaat een onderscheid tussen biologische differentiatie en maatschappelijke machtsvorming.
Dit onderscheid is van belang voor de volgende fase van de hypothese. De gevolgen van de vermenging zouden namelijk niet uitsluitend lichamelijk zijn geweest; zij konden binnen het model ook bijdragen aan het ontstaan van nieuwe maatschappelijke hiërarchieën. De Bijbeltekst zelf bewijst deze biologische interpretatie niet, maar biedt binnen het gekozen model een aanleiding om haar nader te onderzoeken.
VIII. Maverik en de onvoltooide technologische consequentie
Hier meen ik dat Maveriks interpretatie nog niet ver genoeg gaat. Wanneer de eerste mens volgens Bortoluzzi vanaf zijn ontstaan over uitzonderlijke intelligentie beschikte en wanneer de vroege menselijke geschiedenis zich over een zeer lange periode uitstrekte, ontstaat onvermijdelijk een nieuwe vraag: tot welk technologisch niveau kon een dergelijke mensheid zich ontwikkelen?
Genesis 4 vermeldt reeds stadsbouw, veeteelt, muziek en metaalbewerking. Binnen de Prehistorisch-Technocratische Synthese kunnen deze activiteiten worden beschouwd als vroege vormen van specialisatie.
[Archeo-Technologische Hypothese / PTS-Uitbreiding]:
Indien kennis gedurende zeer lange perioden werd opgebouwd en doorgegeven, kan worden onderzocht of daaruit geavanceerde beschavingen ontstonden. Daarmee komen ook hypothesen over hoogontwikkelde energievoorziening, metallurgie, transporttechnologie, genetische manipulatie, autonome systemen en kunstmatige intelligentie in beeld [^7].
Dit zijn geen uitspraken van Genesis en evenmin bewezen conclusies uit Bortoluzzi. Het betreft een verdere technologische onderzoekslijn. Toch meen ik dat deze uitbreiding een wezenlijke vraag zichtbaar maakt die bij Maverik grotendeels buiten beschouwing blijft: als de mens oorspronkelijk uitzonderlijk intelligent was, waarom zou men dan zonder onderzoek moeten aannemen dat zijn technische ontwikkeling gedurende een zeer lange prehistorie noodzakelijk primitief bleef? Het stellen van deze vraag bewijst geen prehistorische hoogtechnologie. Het maakt duidelijk welke aanvullende archeologische en technische gegevens nodig zouden zijn om de hypothese te onderzoeken.
IX. Van Adams hoogmoed naar de antediluviale technocratie
Hier ligt naar mijn oordeel de belangrijkste verdere ontwikkeling van Maveriks gedachtegang. De eerste zonde van Adam en de latere technocratische ontwikkeling kunnen binnen de Synthese worden beschouwd als twee verschijningsvormen van hetzelfde antropologische probleem.
Adam ontdekt een biologisch proces en besluit het zelfstandig te gebruiken. Een latere technocratische beschaving zou vervolgens hetzelfde kunnen doen op veel grotere schaal. Wat bij Adam een individuele grensoverschrijding was, wordt dan een georganiseerde beschavingspraktijk.
[De Antropologische Ontwikkelingslijn]:
$$\text{Kennis} \longrightarrow \text{beheersing} \longrightarrow \text{autonomie} \longrightarrow \text{manipulatie} \longrightarrow \text{macht zonder morele begrenzing}$$
Binnen deze hypothese kan de antediluviale wereld uiteindelijk worden gekenmerkt door een combinatie van uitzonderlijke intelligentie, biologische ontregeling, politieke overheersing en technologische superioriteit. De mogelijke verbinding met Anunnaki-overleveringen en autonome technologische systemen behoort tot deze verdere uitbreiding [^7]. Zij vraagt zelfstandig historisch en natuurwetenschappelijk onderzoek.
De diepere gedachte is echter theologisch: het kwaad ontstaat niet doordat de mens kennis bezit, maar doordat hij zijn kennis gebruikt alsof hij zelf de uiteindelijke maatstaf van het leven is.
X. Erfzonde en genetische beschadiging
Op één belangrijk punt ben ik het uitdrukkelijk met Maverik eens. Hij vergelijkt de gevolgen van de Zondeval met een ijsberg. De zichtbare biologische beschadiging vormt slechts het bovenste gedeelte. De diepste beschadiging betreft het verlies van de oorspronkelijke vriendschap met God.
[Dogmatische Afgrenzing & Menselijke Waardigheid]:
Dit onderscheid moet naar mijn oordeel consequent worden gehandhaafd. De erfzonde is niet eenvoudig een chromosomale afwijking. De katholieke leer begrijpt haar als een toestand waarin de menselijke natuur beroofd is van oorspronkelijke heiligheid en gerechtigheid [^4]. Binnen het Bortoluzzi-model kan men onderzoeken of de oorspronkelijke ongehoorzaamheid daarnaast concrete biologische gevolgen had. Maar deze biologische gevolgen mogen niet met het wezen van de erfzonde worden vereenzelvigd.
Ook mag uit genetische verschillen nooit worden afgeleid dat bepaalde mensen een geringere menselijke waardigheid zouden bezitten. Kaïn bezit binnen het model een menselijke geestelijke ziel. Daarom geldt: biologische constitutie bepaalt niet de menselijke waardigheid.
XI. Maria en de Onbevlekte Ontvangenis
Maverik trekt uit zijn biologische interpretatie nog een bijzondere gevolgtrekking. Hij stelt de vraag of Maria, die volgens de katholieke geloofsleer vanaf haar ontvangenis van de erfzonde gevrijwaard bleef, mogelijk eveneens gevrijwaard werd van de veronderstelde genetische gevolgen van de oorspronkelijke vermenging.
[Theologische Passendheidsvraag]:
Hij presenteert deze gedachte uitdrukkelijk als een aanvullende deductie. Daarmee is reeds duidelijk dat zij niet eenvoudig aan Bortoluzzi’s oorspronkelijke ervaringen kan worden toegeschreven. Evenmin behoort zij tot de dogmatische definitie van de Onbevlekte Ontvangenis [^4]. Toch kan binnen het model een theologische passendheidsvraag worden gesteld: indien de Zondeval volgens de hypothese tevens lichamelijke gevolgen had, zou Gods unieke voorbereiding van Maria op het moederschap van Christus dan eveneens een bijzondere lichamelijke dimensie kunnen hebben gehad? Die vraag is binnen het model bespreekbaar. Zij mag echter niet worden verward met de katholieke geloofsleer zelf.
XII. De Zondvloed als meer dan biologische sanering
Binnen een uitsluitend genetische interpretatie zou de Zondvloed kunnen worden voorgesteld als een ingreep om biologische vermenging te beëindigen. Ik acht die uitleg te beperkt. Genesis verbindt het goddelijke oordeel allereerst met menselijke verdorvenheid en geweld [^3].
[Multidimensionale Zondvloed-Integratie]:
Binnen de Prehistorisch-Technocratische Synthese kan de Zondvloed daarom worden beschouwd als het culminatiepunt van verschillende processen:
- Geestelijke ongehoorzaamheid;
- Biologische grensoverschrijding;
- Voortgaande vermenging;
- Maatschappelijke machtsvorming;
- Mogelijke genetische manipulatie;
- Technologische overheersing;
- En toenemende gewelddadigheid.
De Zondvloed wordt daarmee binnen de hypothese niet slechts een biologische sanering, maar een goddelijk oordeel, een biologische herstelbreuk en een beschavingsreset. Ook hier blijft de morele dimensie fundamenteel. God oordeelt niet over mensen omdat zij een bepaald chromosomenpatroon bezitten. Het oordeel betreft de verdorvenheid en gewelddadigheid van de mensheid.
XIII. Christus als voltooiing van de menselijke geschiedenis
Ten slotte moet de gehele hypothese christologisch worden beoordeeld. De mens wordt niet verlost door genetische perfectie. Christus is niet uitsluitend gekomen om een oorspronkelijke biologische constitutie te herstellen. Hij is gekomen om de mens te verlossen.
Het lichaam behoort wezenlijk tot die mens, maar de menselijke persoon is niet tot zijn lichaam of DNA te reduceren. Daarom loopt de geschiedenis van Adam niet uiteindelijk uit op een genetisch ideaal, maar op Christus, de Nieuwe Adam. In Hem wordt de menselijke natuur niet eenvoudig teruggebracht naar een vroegere biologische toestand, maar opgenomen in de verlossing en de belofte van de verrijzenis. Dat is naar mijn oordeel de noodzakelijke theologische voltooiing van iedere biologische interpretatie van Genesis.
Conclusie
Mijn weerwoord aan Maverik is daarom geen afwijzing van zijn bijdrage. Integendeel. Zijn interpretatie levert verschillende waardevolle elementen voor de verdere ontwikkeling van het Bortoluzzi-model. Vooral zijn nadruk op Adams intellectuele hoogmoed, de voortgaande hybridisatie via Kaïn, het naast elkaar bestaan van onderscheiden afstammingslijnen en het onderscheid tussen biologische beschadiging en verlies van genade verdient verdere aandacht.
Toch meen ik dat zijn reconstructie op een aantal punten moet worden gepreciseerd:
- De bijzondere ontstaanswijze van de eerste Vrouw moet nauwkeurig worden onderscheiden van Adams latere ongeoorloofde voortplantingsdaad.
- De 47-chromosomale Ancestre verdient een centrale plaats binnen de biologische hypothese.
- De Chromosomale Breuk moet worden onderscheiden van de geestelijke betekenis van de Zondeval.
- En de gevolgen van de oorspronkelijke grensoverschrijding kunnen binnen de Prehistorisch-Technocratische Synthese verder worden onderzocht in relatie tot Genesis 4–6, de Nephilim, Gibborim en de mogelijke ontwikkeling van een antediluviale technocratie.
Daarmee ontstaat een bredere hypothese waarin één fundamenteel patroon terugkeert: de mens ontdekt de wetmatigheden van de schepping, maar loopt gevaar zijn kennis te verwarren met het recht om zelf over de schepping te beschikken.
Bij Adam krijgt dit patroon binnen het Bortoluzzi-model een biologische uitdrukking. Bij een mogelijke antediluviale technocratie zou het op beschavingsniveau kunnen terugkeren. Voor de hedendaagse mens wordt dezelfde vraag opnieuw actueel door genetische technologie en kunstmatige intelligentie.
Daarom eindig ik met een vraag die verder reikt dan de historische reconstructie van Genesis: wat gebeurt er met een mensheid die technisch steeds meer kan, maar steeds minder bereid is de morele grenzen van haar eigen geschapenheid te erkennen? Dit is de diepere antropologische en theologische vraag die de Prehistorisch-Technocratische Synthese wil onderzoeken.
Pastoor Jack Geudens
Smakt, oktober 2026
Bronnen en toelichting (Voetnotenbestand)
[^1]: B. Maverik, La Genesi Biblica, dagli scritti di Don Guido Bortoluzzi, News-Info. Alternativa, 8 maart 2016. De door mij gebruikte Nederlandse tekst bevat zowel een samenvatting als een uitgebreidere wetenschappelijk-theologische uitwerking. Deze moeten als verschillende tekstlagen worden onderscheiden.
[^2]: Guido Bortoluzzi, Sintesi della Genesi Biblica. Voor een definitieve wetenschappelijke editie moeten de hier besproken bijzonderheden worden vergeleken met de oorspronkelijke Italiaanse tekst en de relevante passages over de eerste mens, de Vrouw, de Ancestre en Kaïn.
[^3]: Sacra Biblia, Genesis 2–6. Bijzondere aandacht verdienen Genesis 2:21–23 (ontstaan Vrouw), Genesis 4:1–22 (Kaïn en de eerste beschaving) en Genesis 6:1–13 (de Benei HaElohim, Nephilim en de Zondvloed).
[^4]: Catechismus van de Katholieke Kerk (CKK), §§390, 396–405, over de oorspronkelijke zonde van de mens, de intellectuele hoogmoed en de theologische gevolgen van de erfzonde.
[^5]: Archief & Aanvullend Bortoluzzi-materiaal: De hypothese van de 47-chromosomale Ancestre behoort tot het gebruikte aanvullende studie- en archiefmateriaal rond de Bortoluzzi-verslaglegging. Haar biologische brugfunctie vereist afzonderlijke cytogenetische toetsing.
[^6]: Terminologie PTS: De begrippen Chromosomale Breuk, Involutie (in de hier systematisch uitgewerkte betekenis) en Prehistorisch-Technocratische Synthese worden in deze beschouwing gebruikt als analytische begrippen. Zij mogen niet zonder bronverificatie als letterlijke termen van Maverik of Bortoluzzi worden geciteerd.
[^7]: Onderzoeksvragen PTS: De hypothesen over antediluviale hoogtechnologie, Anunnaki-paraklassieke referenties, genetische manipulatie en autonome AI-systemen zijn verdere onderzoeksvragen binnen de Prehistorisch-Technocratische Synthese (Pastoor Geudens). Zij worden gepresenteerd als hypothetisch-deductieve modellen en niet als bewezen historische feiten.