Geologische diepe tijd en het PETM
Pastoor Geudens, 28-10-2026
Een cruciale pijler van het PTS-model (Model Bortoluzzi) is de harmonisatie van de Openbaring met de geologische tijdschaal via de linguïstische en exegetische analyses van Hubert Luns [^1]. Het tijdssuffix “-ANTA” in de mystieke bronnen duidt niet op enkele duizenden jaren, maar correspondeert met eonen van tientallen miljoenen jaren [^2]. Binnen het PTS-model wordt hiermee de oorspronkelijke schepping en de catastrofe van de Zondeval naar de geologische diepe tijd geplaatst, waarbij deze gebeurtenissen worden gesitueerd rond het Paleoceen-Eoceen Thermal Maximum (PETM), circa 55 miljoen jaar geleden [^3].
Binnen het denkkader van Don Guido Bortoluzzi, gecombineerd met de filologische inzichten van Hubert Luns en de uitwerking door pastoor Jack Geudens, wordt de oorsprong van de mens gekoppeld aan de diepe geologische tijd [^4]. Het taalkundige suffix “-ANTA” — afgeleid van Italiaanse tientallen zoals quaranta en cinquanta — wordt in deze synthese exegetisch verbonden met het Eoceen (circa 55 miljoen jaar geleden) [^5]. De moderne paleobiologie (zoals onderzoek naar de vroege diversificatie van placentazoogdieren) bevestigt weliswaar de hoge ouderdom van zoogdieren, maar bewijst niet het bestaan van vroege mensen of beschavingen in dat tijdvak [^6].
Biologische en theologische Dyaden (Genetica en Exegese)
- Genesis 6 en de Nephilim: Het model duidt de “zonen van God” en de Nephilim niet als engelen, maar als een fysiek-genetische vermenging tussen een oorspronkelijke menselijke lijn en pre-humane stamvormen [^7].
- De Chromosomale Hypothese: De Zondeval wordt binnen deze visie niet alleen als een morele breuk beschouwd, maar ook als een fysiek-genetische beschadiging (erfzonde als biologische ontsporing) [^8].
- De Zondvloed: Wordt binnen het model geduid als een ecologisch herstelproces, in lijn met archeologische sporen van ingrijpende regionale overstromingen na de ijstijden [^9].
Een bijzondere invalshoek op dit vraagstuk ontstaat wanneer deze thema’s worden vergeleken met de denkbeelden van Don Guido Bortoluzzi, de exegetische bijdragen van Hubert Luns en de historische en paleobiologische beschouwingen van Agatino Mezzatesta [^10]. In de door pastoor Jack Geudens samengestelde synthese Biologie, Theologie en Evolutie wordt een denkkader uitgewerkt waarin de oorsprong van de mens wordt geplaatst binnen de geologische tijdschaal van het Eoceen [^11]. Daarbij speelt de exegetische duiding van het suffix “-ANTA” een centrale rol: de herhaling hiervan in de openbaringen van Bortoluzzi wordt door de auteurs in verband gebracht met Italiaanse telwoorden en geduid als een tijdsaanduiding in miljoenen jaren [^12]. Vanuit taalkundig en geologisch perspectief betreft dit een hermeneutische interpretatie en geen algemeen geaccepteerde dateringsmethode [^13].
Don Guido Bortoluzzi: Een Andere Visie op de Oorsprong van de Mens
Een unieke plaats binnen deze discussie wordt ingenomen door Don Guido Bortoluzzi (1907–1991), een Italiaanse priester die gedurende zijn leven diepgaande schouwingen en visioenen over de Bijbelse scheppingsgeschiedenis optekenende [^14]. Zijn denkbeelden werden door prof. Renza Giacobbi geordend en uitgegeven, waarna Hubert Luns kritische beschouwingen en filologische opmerkingen toevoegde over Genesis en de menselijke afstamming [^15].
In de overkoepelende synthese van pastoor Jack Geudens wordt deze benadering samengebracht met moderne inzichten over de diepe geologische tijd, de genetica en de paleontologie [^16]. Het model tracht fundamentele antwoorden te formuleren op kernvragen zoals:
- Hoe moeten de Bijbelse overleveringen omtrent Adam en Eva worden geduid?
- Is de Zondeval uitsluitend een geestelijke gebeurtenis, of bezit zij in deze visie ook een reële biologische dimensie?
- Hoe verhouden de Bijbelse genealogieën zich tot de onmetelijke tijdschaal van de geologie?
- Kunnen oude religieuze tradities op een nieuwe manier worden begrepen in het licht van de moderne evolutiebiologie?
Binnen dit denkkader wordt verondersteld dat de oorspronkelijke menselijke natuur tot stand kwam door een bijzondere, goddelijke scheppingshandeling, om vervolgens door biologische vermenging te worden aangetast [^17]. Het is daarbij essentieel te onderstrepen dat dit een religieus-alternatieve hypothese betreft waarvan de biologische mechanismen niet onafhankelijk wetenschappelijk zijn aangetoond [^18]. De waarde van het model ligt primair in de poging om de Bijbelse overlevering te verbinden met een diepere tijdshorizon [^19].
Hubert Luns en de Diepe Geologische Tijd: De Betekenis van -ANTA
Een van de meest opmerkelijke elementen in deze synthese is de exegetische interpretatie van het taalkundige suffix “-ANTA” [^20]. In de publicatie Biologie, Theologie en Evolutie wordt een directe brug geslagen naar de diepe geologische tijdschaal rond het Eoceen [^21]. De herhaalde verwijzing naar elementen die resoneren met de Italiaanse telwoorden quaranta (40), cinquanta (50) en sessanta (60) wordt in deze visie geïnterpreteerd als een aanduiding van tientallen miljoenen jaren [^22].
Drie Onderscheiden Lagen
Om historisch-kritisch zuiver te werk te gaan, moeten drie niveaus zorgvuldig worden gescheiden:
- De oorspronkelijke visioenen en aantekeningen van Don Guido Bortoluzzi [^23].
- De filologische en exegetische beschouwingen van Hubert Luns in diens publicatie De Schepping – Boek Genesis: Ophelderingen betreffende de oorsprong van de Mens [^24].
- De latere synthese van pastoor Jack Geudens, waarin het suffix “-ANTA” expliciet aan het Eoceen wordt gekoppeld [^25].
Op basis van de beschikbare bronnen kan niet worden vastgesteld dat dit specifieke betoog over “-ANTA” in exact deze vorm letterlijk uit Luns’ pen afkomstig is, maar Luns fungeert wel als de cruciale exegetische bron waarop de interpretatie stoelt [^26]. Taalkundig gezien zijn quaranta, cinquanta en sessanta de reguliere Italiaanse tientallen; het suffix is geen algemeen erkend taalkundig morfeem voor ‘miljoenen jaren’ [^27]. De koppeling aan tientallen miljoenen jaren is dan ook een specifieke exegetische uitleg binnen onze religieuze visie, geen gevestigd taalkundig feit [^28].
Waarom het Eoceen?
Het Eoceen (dat ongeveer 56 miljoen jaar geleden begon met het Paleoceen-Eoceen Thermisch Maximum) vormt een feitelijk geologisch tijdvak [^29]. Hoewel de aanwezigheid van dit tijdvak in de hypothese aansluit bij de astronomische en geologische ouderdom van placentazoogdieren, ligt de wetenschappelijke datering van de moderne mens (Homo sapiens) op enkele honderdduizenden jaren [^30]. Binnen onze synthese fungeert de verwijzing naar het Eoceen en “-ANTA” dan ook als een theologische poging om de openbaring te duiden binnen de diepe tijd, en niet als een seculier bewezen datering [^31].
Agatino Mezzatesta en de Paleobiologische Tijdschaal
In het verlengde hiervan verbindt de studie het werk van Agatino Mezzatesta (L’Origine dell’Uomo e i Misteri della Storia) met paleobiologische inzichten over de evolutie van placentazoogdieren [^32].
- De Zoogdierendiversificatie: Baanbrekend statistisch onderzoek aan het fossielenbestand (zoals de publicatie van Emily Carlisle e.a. in Current Biology, 2023) bevestigt dat de evolutionaire oorsprong van placentazoogdieren teruggaat tot het Krijt, met een sterke diversificatie rond en na de massa-extinctie van 66 miljoen jaar geleden (de Chicxulub-inslag) [^33].
- Methodologische Grens: Hoewel dit aantoont dat de geschiedenis van zoogdieren aanzienlijk ouder is dan de menselijke beschaving, behoren placentazoogdieren tot een brede zoogdierorde; het ontstaan van deze groep impliceert geenszins dat de moderne mens of geavanceerde beschavingen toen al bestonden [^34].
- De Fysiologie van de Placenta: Het model hecht daarnaast veel waarde aan de fysiologische efficiëntie van de hemochoriale placenta in de uitwisseling van zuurstof en voedingsstoffen, en verbindt dit met de condities rond 55 miljoen jaar geleden [^35]. Hoewel fascinerend vanuit een beschouwend oogpunt, ondersteunt de moderne biologie niet de conclusie dat deze fysiologie op zichzelf een menselijke voorouder deed ontstaan [^36].
Genesis 6, de Nephilim en de Chromosomale Hypothese
Een van de meest ingrijpende theologische en biologische dyaden binnen het model betreft de interpretatie van Genesis 6:1–4 (de zonen van God, de dochters van de mensen en de Nephilim) [^37].
- Biologische Vermenging: Waar traditionele exegese de zonen van God vaak als engelen of vrome vaders duidt, brengt het model hen in verband met een oorspronkelijke menselijke lijn die zich vermengde met pre-humane stamvormen [^38]. De Nephilim worden in deze visie geduid als hybride wezens [^39]. Dit is een exegetische interpretatie van de tekst en geen archeologisch of genetisch vastgesteld feit [^40].
- De Chromosomale Hypothese: De synthese veronderstelt dat de zuivere oermens 46 chromosomen bezat en dat kruising met een dierlijke stamvorm met 48 chromosomen een biologische ontsporing veroorzaakte [^41]. Vanuit de moderne genetica bezien levert een verschillend chromosoomaantal echter geen bewijs op voor een dergelijke historische hybridisatie [^42]. Genetische fenomenen — zoals de fusie van menselijk chromosoom 2 — bevestigen juist de gemeenschappelijke afstamming binnen de evolutiebiologie, maar valideren niet het scenario van een volmaakte oermenselijke lijn die door een kruising werd beschadigd [^43].
- De Zondeval als Fysiek-Genetische Breuk: In de visie van Bortoluzzi wordt de Zondeval geduid als een reële biologische verandering van de menselijke natuur [^44]. Hoewel de christelijke erfzonde primair een geopenbaarde, theologische werkelijkheid is die geen wetenschappelijk genetisch mechanisme behoeft om haar geloofswaardigheid te bewijzen, biedt de synthese een diepgaand theologisch verklaringsmodel voor de existentiële gebrokenheid van de mens [^45].
De Zondvloed: Historische Herinnering en Ecologisch Herstelproces
Overstromingsverhalen vormen een universeel bestanddeel van vroege tradities wereldwijd, zoals het Mesopotamische zondvloedverhaal in het Gilgamesj-epos en het Bijbelse verhaal over Noach [^46].
- Historische Grondslag: Deze overleveringen bewaren herinneringen aan ingrijpende regionale overstromingen en het stijgen van de zeespiegel aan het einde van de laatste ijstijd [^47]. Onderwaterarcheologie brengt op tal van plaatsen vroege prehistorische nederzettingen aan het licht die destijds door water werden verzwolgen [^48].
- De Hypothetische Duiding binnen het Model-Bortoluzzi: Binnen onze synthese krijgt de Zondvloed een verdergaande, biologische dimensie: de catastrofe wordt geduid als een ingrijpend herstelproces waarin beschadigde biologische lijnen en ontspoorde afstammingsvormen werden teruggedrongen [^49]. Voor deze specifieke biologische sanering bestaat geen onafhankelijk wetenschappelijk bewijs [^50].
Overzicht: Wetenschappelijke Stand van Zaken vs. Model-Bortoluzzi
| Categorie | Stand van de Wetenschappelijke Kennis |
| Bekende Oude Beschavingen | Talrijke culturen (Sumerië, Egypte, Maya’s, etc.) zijn archeologisch overtuigend aangetoond. |
| Verdronken Steden en Rijken | Er zijn vele historische en prehistorische voorbeelden van cultuurverschuivingen en stijgende zeespiegels. |
| Nog Onbekende Prehistorische Culturen | Het is volkomen aannemelijk dat toekomstig veldonderzoek nieuwe vroege nederzettingen ontdekt. |
| Minstens Twaalf Grote Vroegere Beschavingen | Dit specifieke getal is niet empirisch of wetenschappelijk vastgesteld. |
| Industriële Beschavingen van Miljoenen Jaren Geleden | Een speculatieve hypothese (Silurian Hypothesis) waarvoor momenteel geen overtuigend bewijs bestaat. |
| Een Menselijke Oorsprong van >50 Miljoen Jaar | Onverenigbaar met de huidige empirische datering en genetica van Homo sapiens. |
| De Interpretatie van het Suffix “-ANTA” | Een specifieke religieuze en exegetische interpretatie, geen erkende taalkundige of geologische datering. |
Wetenschappelijke Bronnen en Literatuurlijst
- Guido Bortoluzzi: guidobortoluzzi.org — De Genesis van de mens en de hedendaagse wetenschap; Uitnodiging tot doordenking van Genesis en biologie.
- Hubert Luns: De Schepping – Boek Genesis: Ophelderingen betreffende de oorsprong van de Mens (uit De Schepping is Herschepping); Het Nu Komende Vrederijk.
- Gavin A. Schmidt & Adam Frank (2018): The Silurian Hypothesis: Would It Be Possible to Detect an Industrial Civilization in the Geological Record? International Journal of Astrobiology. DOI: 10.1017/s1473550418000095 [^51].
- Emily Carlisle et al. (2023): A timescale for placental mammal diversification based on Bayesian modeling of the fossil record. Current Biology, 33(15), 3073–3082.e3. DOI: 10.1016/j.cub.2023.06.016 [^52].
Voetnoten
[^1]: Vergelijk de exegetische analyse van Hubert Luns in zijn beschouwingen over de oeroorsprong van de mens in verhouding tot de traditie.
[^2]: Uit de openbaringsdocumentatie van Don Guido Bortoluzzi omtrent de oertijd en de chronologische duiding.
[^3]: Synthese Biologie, Theologie en Evolutie (guidobortoluzzi.org), hoofdstuk over het Paleoceen-Eoceen Thermal Maximum (PETM).
[^4]: Gecombineerd overzicht uit de archieven van Don Guido Bortoluzzi, bewerkt door prof. Renza Giacobbi en pastoor Jack Geudens.
[^5]: Luns, Hubert. De Schepping – Boek Genesis: Ophelderingen betreffende de oorsprong van de Mens.
[^6]: Carlisle, Emily, et al. (2023). A timescale for placental mammal diversification based on Bayesian modeling of the fossil record. Current Biology.
[^7]: Exegese van Genesis 6:1–4 binnen het Model-Bortoluzzi.
[^8]: Dogmatische en biologische duiding van de erfzonde als chromosomale verstoring in de vroege menselijke lijn.
[^9]: Archeologische en geologische duiding van de post-glaciale zeespiegelstijging.
[^10]: Mezzatesta, Agatino. L’origine dell’uomo e i misteri della storia.
[^11]: Geudens, Jack. Biologie, Theologie en Evolutie (gepubliceerd via guidobortoluzzi.org).
[^12]: Ibid., toelichting bij de taalkundige duiding van het suffix “-ANTA”.
[^13]: Methodologische kanttekening bij de hermeneutische duiding van mystieke teksten versus seculiere taalkunde.
[^14]: Bortoluzzi, Don Guido. Private geschriften en openbaringsverslagen (1968–1991).
[^15]: Giacobbi, Renza (Ed.) (2003). Genesis Biblica.
[^16]: Geudens, Jack. Overkoepelende synthese van het Model-Bortoluzzi.
[^17]: Theologische grondslag van de middellijke schepping.
[^18]: Epistemologische afbakening tussen geopenbaarde theologie en empirische wetenschap.
[^19]: Vergelijk de doelstelling van de protologische hermeneutiek op guidobortoluzzi.org.
[^20]: Luns, Hubert. Philologische aantekeningen bij de geschriften van Bortoluzzi.
[^21]: Geudens, Jack. Biologie, Theologie en Evolutie, kop “De diepe geologische tijdschaal: Het Eoceen (~55 Ma) en de -ANTA-openbaring”.
[^22]: Ibid.
[^23]: Bortoluzzi, Don Guido. Archivio Storico delle Rivelazioni Protologiche.
[^24]: Luns, Hubert. De Schepping – Boek Genesis.
[^25]: Geudens, Jack. Systematische uitwerking van het PTS-model.
[^26]: Redactionele verantwoording ten aanzien van de bronnen van Luns en Geudens.
[^27]: Taalkundige feitenrelaas omtrent Italiaanse numerale morfologie.
[^28]: Methodologische duiding binnen de religieuze hypothese.
[^29]: Geologische tijdschaalgegevens betreffende het Paleoceen-Eoceen Thermisch Maximum (PETM).
[^30]: Paleoantropologische consensus omtrent de datering van Homo sapiens.
[^31]: Theologische duiding van de diepe tijd binnen het model.
[^32]: Mezzatesta, Agatino. L’origine dell’uomo e i misteri della storia.
[^33]: Carlisle, Emily, et al. (2023). Current Biology.
[^34]: Evolutiebiologische duiding van de zoogdiercladistiek.
[^35]: Fysiologische beschouwingen binnen de synthese over placentale zoogdieren.
[^36]: Methodologische grensafbakening tussen theologische fysiologie en empirische biologie.
[^37]: Exegese van de Nephilim-passage in Genesis 6.
[^38]: Traditionele versus model-specifieke exegese van de “zonen van God”.
[^39]: Bortoluzzi, Don Guido. Visioenen over de hybride vroege mensheid.
[^40]: Erkenning van het exegetische karakter van de hypothese.
[^41]: De chromosomale hypothese van het Model-Bortoluzzi (n=23/24 versus n=24/25).
[^42]: Cytogenetische en evolutionaire overwegingen rond menselijke chromosoomfusies (zoals chromosoom 2).
[^43]: Vergelijk de fylogenetische gegevens over mens en mensaap.
[^44]: Bortoluzzi, Don Guido. Theologische opvattingen over de val van de mens.
[^45]: Existentiële en theologische duiding van de erfzonde.
[^46]: Vergelijk de comparatieve mythologie van het Oude Nabije Oosten.
[^47]: Geologische data over het einde van de laatste ijstijd (smeltwaterpulsen).
[^48]: Inzichten uit de onderwaterarcheologie en continentale platstudies.
[^49]: Geudens, Jack. Interpretatie van de Zondvloed als biologisch saneringsproces binnen het model.
[^50]: Epistemologische verantwoording over het ontbreken van empirisch bewijs voor de biologische sanering.
[^51]: Schmidt, Gavin A., & Frank, Adam (2018). The Silurian Hypothesis…, International Journal of Astrobiology.
[^52]: Carlisle, Emily, et al. (2023). Current Biology.