LA GENESI BIBLICA, dagli scritti di Don Guido Bortoluzzi = DE BIJBELSE GENESIS, uit de geschriften van Don Guido Bortoluzzi


Voorlopige vertaling:

Wat kwam eerst: de kip of het ei?

Wat was er eerder: het ei of de kip?

Het is een half-serieuze vraag die al generaties lang aan kinderen wordt gesteld. Don Guido – die de oplossing stap voor stap leert begrijpen aan de hand van een reeks oeroude gebeurtenissen waarvan hij getuige mag zijn – zou zonder aarzelen antwoorden: het ei.

Wij hebben het bijzondere geluk dat we, in tegenstelling tot de meeste cellen die microscopisch klein zijn, enkele eicellen kennen die met het blote oog zichtbaar en te onderzoeken zijn. Denk maar aan de enorme verscheidenheid aan eieren waarmee vogels, reptielen en schildpadden zich voortplanten.

En dan is er natuurlijk, als onderdeel van ons dagelijks leven, het kippenei. Wanneer zo’n ei bevrucht is, kunnen we letterlijk één reusachtige cel in onze hand houden. Daarin bevinden zich, op indrukwekkende wijze en tot onze blijvende verwondering, alle instructies en al het materiaal dat nodig is om een volledig kuiken te vormen. Zodra het uit het ei komt, kan het op zijn pootjes staan en begint het naar voedsel te pikken.

Bij de mens ligt dat heel anders. De menselijke eicel is, net als bij veel andere zoogdieren, microscopisch klein. Op de foto links, afkomstig van de Universiteit van Rome, is de cel ongeveer 900 keer vergroot met een elektronenmicroscoop.

Meer informatie over de cel – die wonderbaarlijke basiseenheid van het leven, het modulaire systeem waarmee God de oneindige vormen van leven opbouwt – is hier te vinden.

Eerst enkele biologische uitgangspunten

Wie een korte – maar zeker niet eenvoudige – bespreking wil geven van het werk van Don Guido Bortoluzzi over de Bijbelse Genesis, moet eerst enkele biologische begrippen toelichten.

Volgens Don Guido zou God leven en nieuwe soorten oorspronkelijk op een bijzondere manier hebben laten ontstaan: door eerst een volledige cel te scheppen. Vervolgens zouden daaruit steeds complexere meercellige organismen zijn ontstaan.

Ook vóór het ontstaan van de eerste cel kan men natuurlijk verdere scheppende tussenstappen veronderstellen (natura non facit saltus: de natuur maakt geen sprongen). Een voorbeeld daarvan is de hypothese van de zogenoemde RNA World. Maar de beslissende stap – het eerste systeem dat zelfstandig kan leven én zich kan voortplanten – is de cel.

Meercellige organismen bestaan uit meerdere cellen die onderling gespecialiseerd zijn en verschillende functies vervullen. Vrijwel al het leven dat wij met het blote oog kunnen zien, is meercellig.

Bij de eenvoudigste meercellige organismen, zoals sponzen, werken verschillende gespecialiseerde celtypen samen voor een gemeenschappelijk doel. Bij complexere organismen, zoals kwallen en koralen, zijn de cellen georganiseerd in weefsels. Nog verder ontwikkelde organismen beschikken bovendien over organen: verschillende weefsels werken daarin samen om specifieke functies te vervullen.

Zo kunnen organen heel eenvoudig zijn, zoals het zenuwstelsel van een platworm, maar ook enorm groot, zoals de stam van een sequoia, die tot ongeveer 90 meter hoog kan worden, of uiterst complex en veelzijdig, zoals de lever van een gewerveld dier.

Eicel, zaadcel en chromosomen

De mannelijke geslachtscellen worden zaadcellen of spermatozoïden genoemd; de vrouwelijke geslachtscellen zijn de eicellen.

Tijdens de vorming van geslachtscellen wordt het aantal chromosomen gehalveerd.

Elke soort heeft een kenmerkend aantal chromosomen. Bij de mens bevatten gewone lichaamscellen 46 chromosomen, verdeeld over 23 paren. Wanneer een menselijke kiemcel zich deelt om geslachtscellen te vormen, krijgt iedere gameet slechts 23 chromosomen.

Bij de bevruchting worden die twee helften weer samengevoegd: 23 chromosomen van de moeder en 23 van de vader. Zo ontstaat opnieuw het normale aantal van 46 chromosomen, waarmee de ontwikkeling van een nieuw menselijk organisme begint.

Een theologische inleiding

Over de precieze wijze waarop de erfzonde heeft plaatsgevonden, doet de Kerk geen uitspraak. Zij weet immers niet hoe de gebeurtenissen zich concreet hebben voltrokken. Dat wordt ook erkend in paragraaf 390 van de Catechismus van de Katholieke Kerk:

“Het verhaal van de val maakt gebruik van beeldspraak, maar stelt een oorspronkelijke gebeurtenis voor, een feit dat aan het begin van de geschiedenis van de mens heeft plaatsgevonden. De Openbaring geeft ons de zekerheid van het geloof dat de hele menselijke geschiedenis getekend is door de oorspronkelijke schuld die onze stamouders uit vrije wil hebben begaan.”

Daarom, zo stelt de schrijver, kunnen bezwaren die uitsluitend uitgaan van een letterlijke interpretatie van het Bijbelse verhaal niet beslissend zijn. De Bijbelse beelden zouden gebeurtenissen uit een zeer ver verleden verbergen die voor ons niet rechtstreeks toegankelijk zijn.

Ook paragraaf 404 van de Catechismus benadrukt dat de overdracht van de erfzonde uiteindelijk een mysterie blijft:

“Heel het menselijk geslacht is in Adam […] als één lichaam van één mens.”

En verder:

“Toch blijft de overdracht van de erfzonde een mysterie dat wij niet volledig kunnen begrijpen.”

Opvallend is dat er wordt gesproken over “de zonde van Adam”. Volgens de openbaring die aan Don Guido zou zijn gegeven, was de ware “Eva”, de “Vrouw”, namelijk onschuldig.

De schrijver wijst er bovendien op dat in documenten van het kerkelijk leergezag, al vanaf het Concilie van Trente, vooral wordt gesproken over de zonde van Adam.

Met deze uitgangspunten kunnen we proberen de hoofdlijn van het verhaal samen te vatten. Dat is nodig, want het boek is niet gemakkelijk te lezen. Het vraagt aandacht en het verdient eigenlijk minstens een tweede lezing.

Don Guido was een priester met een uitzonderlijke wetenschappelijke belangstelling en een sterk verlangen om de dingen te begrijpen. Omdat hij zijn ervaringen aanvankelijk zo nauwkeurig mogelijk wilde vastleggen, beschrijft hij uitvoerig hoe zijn visioenen en inzichten zich ontwikkelden. Vooral de eerste hoofdstukken zijn daardoor behoorlijk moeilijk toegankelijk.

Deze samenvatting probeert de lezer daarbij te helpen.

Adam werd niet als volwassen man geschapen

Volgens Don Guido werd Adam niet rechtstreeks als volwassen mens geschapen. God zou bij de mens gebruik hebben gemaakt van wat hij “middellijke schepping” noemt.

God schiep eerst een volledige cel met het complete menselijke chromosomenpakket van 46 chromosomen. Uit deze cel zou Adam zich ontwikkelen. De cel werd vervolgens geplaatst in de baarmoeder van een vrouwelijke primaat van een reeds bestaande, inmiddels uitgestorven soort.

Het was dus als het ware een “geleende baarmoeder”.

Een vergelijkbaar principe kennen wij volgens de schrijver zelfs in de moderne veeteelt, bijvoorbeeld bij runderen. De vrouwelijke primaat zou alleen de voeding hebben geleverd die nodig was voor de ontwikkeling. Eigenschappen van haar soort zouden niet genetisch aan Adam zijn doorgegeven.

Adam groeit op onder de zorg van deze voedster. Zij is een dier en neemt volgens dit verhaal uitsluitend passief deel aan zijn ontwikkeling.

Hij komt terecht in een prachtige en gastvrije natuurlijke omgeving, omringd door verschillende dieren die opvallend sociaal en tam zijn.

Deze voedster is volgens de interpretatie van Don Guido de werkelijke “Eva” uit het verhaal – een symbolische naam. Zij wordt aangeduid als “de moeder van alle levenden”.

Adam blijkt vanaf het begin intelligent en creatief te zijn. Hij maakt eenvoudige werktuigen en bouwt een primitieve woning.

De voorouderlijke “Eva”, die hem heeft gezoogd, blijft bij hem. Terwijl Adam opgroeit, leert hij veel door de dieren om zich heen te observeren. Hij ziet hoe ze leven, hoe ze zich voortplanten en hoe ieder dier nakomelingen van zijn eigen soort voortbrengt.

Dan gaat het plan van God verder.

Na de volledige cel waaruit Adam ontstaat, zou God in de baarmoeder van de voorouderlijke Eva een tweede cel hebben geschapen. Deze keer was het een onvolledige cel: een vrouwelijke gameet met 23 chromosomen.

Het plan was dat deze cel zou worden verenigd met een mannelijke gameet van Adam, eveneens met 23 chromosomen. Zo zou de eerste echte Vrouw ontstaan.

“God liet de mens in een diepe slaap vallen”

In Genesis 2:21 lezen we:

“Toen liet de HEER God de mens in een diepe slaap vallen, zodat hij insliep.”

Volgens Don Guido sluit zijn visioen hierbij aan.

Wanneer Adam geslachtsrijp wordt, beginnen bij hem de normale lichamelijke verschijnselen van de puberteit op te treden, waaronder erecties en nachtelijke zaadlozingen.

De voorouderlijke Eva, die samen met hem leeft, merkt dit op. Omdat zij op dat moment bronstig is, reageert zij instinctief en dierlijk.

Adam wordt plotseling wakker en begrijpt min of meer wat er is gebeurd. Later zou hij haar juist wegjagen wanneer zij opnieuw bronstig is.

Volgens deze interpretatie blijft ook de traditionele Bijbelse beeldspraak van de “rib” behouden. God zou tijdens Adams slaap iets uit hem hebben genomen waaruit de eerste Vrouw werd gevormd.

De schrijver merkt daarbij op dat sommige exegeten het Hebreeuwse woord dat traditioneel als “rib” wordt vertaald, eerder al in verband hadden gebracht met het mannelijke geslachtsorgaan.

De eerste echte Vrouw ontwikkelt zich vervolgens in de baarmoeder van de voorouderlijke Eva. Wanneer zij wordt geboren, heeft zij volgens het verhaal echter geen genetische eigenschappen van de draagmoeder. Ze is een prachtig menselijk meisje, tot grote tevredenheid van de jonge Adam.

De schrijver voegt daaraan een biologische opmerking toe: via de placenta worden voedingsstoffen uitgewisseld, maar geen genetische eigenschappen van de draagmoeder.

Opvallend is dat Adam ook hier niet bepaald sympathiek wordt voorgesteld. Hij wil het meisje onmiddellijk meenemen en gedraagt zich op andere momenten eveneens afstandelijk en onaangenaam.

Dit zou al een voorbode zijn van de hoogmoed die hem later ten val brengt.

Gods bedoeling was dat Adam en de eerste Vrouw zich, zodra zij volwassen was, zouden verenigen en een zuiver nageslacht zouden voortbrengen waarmee de aarde bevolkt zou worden.

Een huwelijk tussen naaste verwanten zou in deze eerste fase volgens het verhaal noodzakelijk en niet verkeerd zijn geweest. Het latere culturele begrip van incest en de verboden die daarmee samenhangen zouden pas veel later zijn ontstaan.

De erfzonde: Adam loopt vooruit op Gods plan

Wanneer de eerste Vrouw ongeveer drie jaar oud is, verschijnt de voorouderlijke Eva opnieuw bij de ingang van Adams woning.

Gewoonlijk stuurde Adam haar weg wanneer zij bronstig was. Deze keer doet hij echter het tegenovergestelde: hij laat haar binnen en stemt in met de paring.

Volgens Don Guido gebeurt dit niet uit seksuele aantrekkingskracht. Hij vindt haar immers afstotelijk. Adam heeft echter een gedachte gekregen die uiteindelijk desastreus blijkt te zijn:

Als dit vrouwtje mij, een volmaakte mens, heeft voortgebracht én ook dit prachtige meisje, dan moet zij wel een goede moeder zijn. Waarom zou ik haar niet nog meer kinderen laten krijgen? Dan kan ik mijn eigen plan uitvoeren.

Adam denkt dat hij het allemaal begrijpt en besluit als het ware zijn eigen gang te gaan.

De slang uit het Bijbelse verhaal verschijnt niet letterlijk. Volgens deze interpretatie is dat ook niet nodig: Satan toont zich gewoonlijk niet openlijk, maar werkt door gedachten, verleiding en verbeelding. In dit verhaal gebruikt hij de voorouderlijke Eva als middel, waarbij haar slangachtige bewegingen een symbolische verwijzing naar de slang vormen.

Maar ditmaal is er geen goddelijke scheppingsdaad aan voorafgegaan.

Het resultaat is daarom geen volmaakt mens, maar een hybride wezen: gedeeltelijk mens en gedeeltelijk aap.

Kaïn.

Adam is geschokt en teleurgesteld. Toch lijkt hij niet werkelijk te reageren. Hij trekt zich steeds verder in zichzelf terug.

Volgens de interpretatie van Don Guido wijst dit erop dat Adam de vriendschap met God begint af te wijzen. Zijn egoïsme en ontevredenheid worden steeds duidelijker.

Wanneer Kaïn later Abel doodt – Abel zou volgens het verhaal een volledig menselijk uiterlijk hebben gehad en uit Adam en de eerste Vrouw zijn geboren – doodt Adam Kaïn niet. Hij verjaagt hem.

Kaïn zwerft vervolgens rond en komt opnieuw bij de voorouderlijke Eva terecht. Met haar verwekt hij hybride nakomelingen: de mensachtigen.

Adam zou nog meer kinderen hebben gekregen

Over de vraag of Adam nog andere kinderen met de eerste Vrouw heeft gekregen, formuleert Don Guido verschillende hypotheses. Hij bespreekt die op pagina 369-373, maar deze verklaringen lijken volgens de schrijver nogal ingewikkeld en weinig overtuigend. Don Guido zelf benadrukt dan ook dat het slechts hypotheses zijn.

Het zuivere menselijke nageslacht en het hybride nageslacht zouden vervolgens lange tijd naast elkaar hebben bestaan.

Uiteindelijk zou er, op een moment waarvan de precieze datering onzeker is, een vermenging tussen beide lijnen hebben plaatsgevonden.

De schrijver verwijst daarbij naar Genesis 6:1-2:

“Toen de mensen zich op aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, zagen de zonen van God dat de dochters van de mensen mooi waren en zij namen zich tot vrouw wie zij maar wilden.”

Volgens deze interpretatie ontstond daardoor gedurende duizenden jaren steeds meer vermenging, totdat het oorspronkelijk zuivere nageslacht volledig verdwenen was.

De conclusie van het verhaal is dan ook:

Wij zouden allemaal hybriden zijn.

De daaruit voortgekomen genetische aantasting zou enorm zijn geweest en volgens deze visie onomkeerbaar en onherstelbaar.

Deze theorie zou volgens de schrijver ook een verklaring bieden voor het bestaan van de mensachtigen: zij zouden afstammelingen van Kaïn zijn, ontstaan uit een vermenging van mens en aap.

Ook ziekten, erfelijke aandoeningen, lichamelijke afwijkingen en zelfs de menselijke neiging tot kwaad en ondeugd zouden hierdoor verklaard kunnen worden. De mens zou een dierlijke instinctiviteit hebben behouden die slechts met grote moeite onder controle kan worden gehouden.

De schrijver merkt hierbij op dat apen 48 chromosomen hebben, terwijl de mens er 46 heeft. Mensen met het syndroom van Down hebben 47 chromosomen.

Ten slotte zou deze visie volgens de schrijver ook de omvang van de verlossing door Christus benadrukken. Christus kwam niet alleen om de menselijke geest te redden, maar zou uiteindelijk ook onze lichamelijke toestand herstellen.

Maria en de genetische zuiverheid

Het boek zelf zegt dit niet, maar de schrijver beschouwt het als een redelijke gevolgtrekking.

De Kerk leert dat de Maagd Maria onbevlekt is ontvangen en dus vrij is gebleven van de erfzonde.

Traditioneel wordt dit vooral verbonden met de bijzondere genade en zuiverheid van haar ziel. Volgens deze theorie zou het echter aannemelijk zijn dat God haar ook lichamelijk en genetisch voor de gevolgen van de erfzonde heeft behoed.

Niet alleen haar geest, maar ook haar lichaam en haar genetisch erfgoed zouden dan zuiver zijn gebleven.

De gevolgen van de erfzonde

Uit het verdere verhaal blijkt dat de erfzonde volgens deze visie niet slechts één afzonderlijke gebeurtenis was. Ze werd gevolgd door een steeds grotere verharding van het hart en een verwijdering van God.

De gevolgen kunnen worden vergeleken met een ijsberg.

Het meest zichtbare gedeelte zou de onomkeerbare aantasting van de genetische zuiverheid zijn.

Maar het belangrijkste gevolg ligt volgens de schrijver onder de oppervlakte: het verlies van de vriendschap met God, traditioneel aangeduid als de Genade.

Als Adam berouw had getoond, zou God volgens deze interpretatie de ontstane schade hebben kunnen herstellen.

Een bijzonder en verhelderend boek

Het boek wordt gepresenteerd als een uniek werk dat geen eenvoudig compromis zoekt tussen evolutionisme en creationisme. In plaats daarvan introduceert het een derde concept: “middellijke schepping”.

Het zou gaan om een openbaring die aan een eenvoudige priester van de Katholieke Kerk, Don Guido Bortoluzzi, is gegeven en die vragen oproept bij bepaalde wetenschappelijke uitgangspunten.

Een van de grootste kwaliteiten van het boek zou zijn dat het op uiteenlopende terreinen antwoorden probeert te geven en nieuwe inzichten biedt in veel passages uit zowel het Oude als het Nieuwe Testament.

Het is volgens de schrijver een mooi en rijk boek, met ook veel poëtische passages – bijvoorbeeld de beschrijving van de schepping van het universum en de natuurlijke omgeving waarin het eerste menselijke gezin leefde.

Op sommige plaatsen is de taal echter zeer direct en ongefilterd. Enige kennis van fysiologie en genetica kan daarom helpen bij het lezen.

De reacties op het boek lopen sterk uiteen. Sommige lezers zijn er zeer enthousiast over, terwijl anderen het juist diep schokkend vinden.

Maar, zo stelt de schrijver, werkelijk schokkend is niet het boek zelf. Het is de werkelijkheid van de erfzonde die de grootste ramp van de mensheid vormt.

Volgens deze visie heeft de erfzonde de mensheid miljoenen jaren lang in een ellendige toestand gebracht. Zowel de lichamelijke als de psychische natuur zou zijn aangetast en ook de spirituele dimensie van de mens zou verloren zijn gegaan.

De mens zou daardoor op alle drie de niveaus van zijn bestaan zijn getroffen:

lichaam, geest en ziel.

Het boek bevat volgens de schrijver niets afschuwelijks. Het is eerder de werkelijkheid van de erfzonde die de meest “afschuwelijke” ramp van de mensheid vormt.

De taal is soms rauw en direct. Daardoor is het boek misschien niet geschikt voor mensen die bijzonder gevoelig zijn. Niet omdat er immorele zaken worden beschreven, maar omdat niet iedereen bijvoorbeeld geschikt is om een bevalling van dichtbij mee te maken.

Het boek vraagt om verdieping en aandacht.

Verschillende priesters zouden het met enthousiasme hebben bestudeerd en vervolgens de plaatsen willen bezoeken die in verband staan met het verhaal. Ook wilden zij de redactrice ontmoeten die de oorspronkelijke geschriften had verzameld.

De Engelse, Nederlandse en Duitse vertalingen zouden volgens de schrijver tot stand zijn gekomen dankzij priesters die zich vrijwillig en kosteloos voor het omvangrijke vertaalwerk hebben ingezet.

Ook de Poolse vertaalster zou door het werk haar geloof na vele jaren van afstand opnieuw hebben gevonden.

Volgens de schrijver zou zelfs het lezen van de biografie van Don Guido al iets laten zien van de “goedheid van de boom”.

Ook een andere priester heeft een positieve en overtuigende bespreking van het werk geschreven.

Op 7 oktober 2007, de verjaardag van Don Guido, zouden vier priesters samen de Eucharistie hebben gevierd. Onder hen bevond zich ook de vicaris van het bisdom Belluno, die zich volgens de schrijver positief over de bijeenkomst uitliet.

Verschillende openbaringen en verschillende visioenen

Sommige mensen vergelijken de openbaringen die aan Don Guido zouden zijn gegeven met andere mystieke openbaringen. Wanneer zij verschillen ontdekken, trekken zij soms de snelle conclusie:

“Dan moet een van beiden liegen.”

Volgens de schrijver is dat een onjuiste manier van redeneren.

Wie zijn eigen ziener een absolute autoriteit toekent, vergeet volgens hem een belangrijk uitgangspunt: ook authentieke zieners en charismatische personen die te goeder trouw zijn, zijn niet onfeilbaar.

Een goddelijke gave wordt altijd toevertrouwd aan een mens en dus ook aan de kwetsbaarheid van de menselijke natuur.

Daarom kunnen verschillende zieners niet eenvoudigweg tegen elkaar worden “gecontroleerd”. Iedere openbaring moet afzonderlijk worden vergeleken met het kerkelijk leergezag en in de eerste plaats worden beoordeeld op de vraag of er theologische fouten in voorkomen.

Wanneer men bijvoorbeeld de visioenen van Maria Valtorta, de Dienares van God Maria Cecilia Baj en Catharina Emmerich naast elkaar legt, ontdekt men verschillen.

Wie liegt er dan?

Waarschijnlijk niemand, aldus de schrijver.

God zou zich in verschillende tijden, culturen en historische omstandigheden telkens slechts gedeeltelijk openbaren. Verschillende openbaringen kunnen daardoor verschillende, aanvullende aspecten van de waarheid laten zien.

Bovendien kunnen zulke openbaringen symbolisch zijn en uitnodigen tot een geestelijke interpretatie van de gebeurtenissen die in de Bijbel worden beschreven.

Een boek dat aandacht vraagt

Dit is geen boek om vluchtig te lezen.

Het vraagt geduld, concentratie en aandacht. Het is niet geschikt om zomaar hier en daar een hoofdstuk open te slaan of passages over te slaan.

Volgens de schrijver heeft het boek één centrale verhaallijn waarin de verschillende onderdelen nauw met elkaar verbonden zijn. Wanneer de volgorde wordt losgelaten, gaan belangrijke verbanden verloren.

Wie het boek werkelijk wil begrijpen, doet er daarom goed aan het rustig en in zijn geheel te lezen – en het eventueel daarna nog een tweede keer door te nemen.

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑