Vreemd verschijnsel boven de Cartierheide doorgelicht


Van Unidentified naar Identified: Vreemd verschijnsel boven de Cartierheide doorgelicht

Het begon met een wandeling over de Cartierheide tussen De Weebosch en Eersel, maar het mondde uit in een opmerkelijke wetenschappelijke hypothese. Tijdens een rustpauze, net nadat twee negentienjarige scholieren uit Bergeijk — waaronder Jack Geudens — het openbare fietspad hadden verlaten en het beschermde heideterrein betraden, werden zij opgeschrikt door een bijzonder natuurkundig fenomeen. In de lucht zweefde een egaal, lichtgrijs, cilindrisch object met een lengte van zo’n 35 tot 50 meter. Het vaartuig vertoonde geen enkele naad, geen ramen, geen roeren en geen zichtbare motoren. Wat volgde, tartte de klassieke natuurkunde: na enkele seconden roerloos zweven maakte de ‘sigaar’ een haakse hoek en schoot met een onvoorstelbare snelheid weg — zonder enig geluid en zonder de verwachte knal van het doorbreken van de geluidsbarrière.

Waar zulke waarnemingen in de media vaak belanden in de vergaarbak van ‘onverklaarbare UFO’s’ of speculaties over buitenaardse wezens, kiest Jack Geudens voor een heel andere aanpak. In een recent geëvalueerd onderzoeksdossier stelt hij voor om de stap te maken van Unidentified (UFO/UAP) naar Identified (IFO). Samen met de kunstmatige intelligentie Gemini hanteert Geudens een theoretisch denkmodel dat stoelt op de prehistorische en kosmologische inzichten uit het archief van Guido Bortoluzzi. Volgens hem hebben we hier niet te maken met wezens uit een ver zonnestelsel.

De verklaring van Geudens is even fascinerend als aards: het betreft een autonoom, computergestuurd surveillancesysteem — een AI-drone — dat als een materieel relict rondzweeft uit een miljoenen jaren oude keten van vergane, prehistorische technocratieën. De stilte en de abrupte versnelling wijzen op een geavanceerde elektrohydrodynamische veldaandrijving, waarbij het object de lucht om zich heen rimpelloos laat afvloeien. Dat het platform precies in beweging kwam toen de twee jongeren het fietspad verlieten, suggereert bovendien dat de sensoren van de drone direct reageerden op de menselijke aanwezigheid buiten de gebaande paden.

De waarneming op de Brabantse Kempen raakt daarmee aan een wereldwijd dossier. Zowel de Amerikaanse defensiedienst AARO als het Franse ruimtevaartagentschap GEIPAN documenteren al langer vergelijkbare cilindrische platforms met anomale vliegeigenschappen. Wat lokaal begon als een vreemde ervaring op De Weebosch, groeit zo uit tot een bijdrage aan het internationale debat over luchtruimveiligheid en prehistorische technologie. Voor wie dieper in de achterliggende hermeneutiek en natuurkundige analyses wil duiken, is het volledige onderzoeksdossier toegankelijk via de digitale archieven van pastoorgeudens.com en guidobortoluzzi.org.

Dossier Cartierheide: Casestudy Cartierheide v3.1

Hypothesenmodel Herdefiniëring van UAP naar IFO


VAN UNIDENTIFIED NAAR IDENTIFIED: EEN HYPOTHESENMODEL VOOR PREHISTORISCHE AUTONOME AI-SURVEILLANCEPLATFORMS EN ARCHEO-TECHNOCRATISCHE RELICTEN

Fysische analyse van een cilindrisch IFO-platform op de Cartierheide (Eersel/Weebosch), correlatie met wereldwijde defensiedatabases en de academische herdefiniëring van UAP naar IFO.

Auteur: Pastoor Jack Geudens i.s.m. Analytische AI-sparringpartner

ABSTRACT / SAMENVATTING

Mainstream academisch en militair onderzoek inzake Anomale Luchtverschijnselen (UAP) blijft vaak steken in agnostische categorieën (“Unidentified”) doordat men visuele en sensorische gegevens vergelijkt met ofwel menselijke luchtframes, ofwel onbewezen exobiologische hypotheses (SETI/ETI). Dit working paper introduceert een methodologisch alternatief: het IFO-model (Identified Flying Object).

Uitgaande van een fysische casestudy van een sigaarvormig object (35–40m) op de Cartierheide en de synthese van de kosmologische en prehistorische gegevens uit het Guido Bortoluzzi-archief, wordt verdedigd dat deze objecten geen buitenaardse bezoekers zijn, maar autonome AI-surveillancesystemen en archeo-technocratische relicten. Deze hardware-eenheden stammen af van een miljoenen jaren oude keten van vergane technologische beschavingen (waaronder de historische Annunaki-traditie en de Adamitische opstand). Het paper presenteert een empirisch en wetenschappelijk onderbouwde argumentatie gericht aan universitaire, gouvernementele en militaire onderzoekers.

1. INLEIDING: DE METHODOLOGISCHE BEPERKING VAN “UNIDENTIFIED”

In de hedendaagse academische en militaire discours rondom Unidentified Aerospace Phenomena (UAP) — gedocumenteerd door overheidsinstanties zoals het Amerikaanse All-domain Anomaly Resolution Office (AARO)[^1] en het Franse GEIPAN[^2] — bestaat een hardnekkige epistemologische patstelling. Onderzoekers categoriseren verschijnselen uitsluitend als “onbekend” zolang er geen directe fysieke inslag of biologische entiteit wordt aangetroffen.

Binnen de onderzoekslijn van guidobortoluzzi.org stellen wij voor om een gecontroleerde methodologische werkhypothese te hanteren: het IFO-model (Identified Flying Object). In plaats van te blijven steken in agnostische aarzeling, toetsen wij de fysische waarnemingsgegevens aan het historische en theologische erfgoed van de prehistorische beschavingsgeschiedenis.

2. DE CASESTUDY CARTIERHEIDE: FYSISCHE & KINETISCHE PARAMETERS

De aanleiding voor deze studie betreft een rechtstreekse veldobservatie op de Cartierheide (gemeente Eersel/Weebosch). De geobserveerde parameters vertonen een directe correlatie met internationaal gedocumenteerde militaire incidenten:

  • Morfologie: Een perfect cilindrisch/sigaarvormig casco met een geschatte lengte van 35 tot 40 meter. Volledige afwezigheid van aerodynamische stuurvlakken, V-staarten, rotorbladen, cockpitramen of lasnaden (monolithic hull).
  • Akoestisch Profiel: Volledige stilte ($0 \text{ dB}$) tijdens zowel de stationaire zweeffase als tijdens de abrupte versnellingsfase.
  • Kinetica & Veldaandrijving: Een stationaire positie op lage tot gemiddelde hoogte, gevolgd door een haakse koerswijziging en een instantane acceleratie zonder merkbare traagheid (inertial suppression) en zonder het optreden van een supersonische schokgolf (sonic boom).
  • Sensorische Interactie: De koerswijziging en het vertrek vonden direct plaats nadat het object visueel werd geregistreerd door de menselijke getuigen (Pastoor Jack Geudens en medescholier Frank).

3. UNIVERSITAIRE ARGUMENTATIE VOOR HET IFO-MODEL

3.1. Technocratische Autonomie versus Biologische Bezetting

Een belangrijk argument tegen de buitenaardse hypothese (ETH) is het structurele ontbreken van drukcabines, zichtvensters en levensondersteunende infrastructuur in deze specifieke klasse van sigaarvormige objecten. Kinetische krachten die optreden bij haakse hoeken en extreme acceleraties ($a > 100g$) verwoesten organisch weefsel. Dit ondersteunt de stelling dat wij te maken hebben met autonome AI-drones (robotica) die ontworpen zijn voor langdurige, automatische surveillance zonder biologische bemanning.

3.2. De Keten van Vergane Prehistorische Beschavingen

De kosmologie op guidobortoluzzi.org stelt dat de aarde een geschiedenis kent van hoogontwikkelde, pre-antieke technocratieën die door catastrofes en moreel-spirituele ontsporingen zijn ten onder gegaan. De Sumerische en Akkadische kleitabletten maken reeds melding van de Annunaki en hun vliegende werktuigen (zoals de Mu of Giru)[^3]. Binnen ons hypothesenmodel zijn deze objecten geen ruimteschepen uit verre sterrenstelsels, maar materiële relicten die geprogrammeerd zijn op een cyclus van miljoenen jaren.

3.3. Relicten van de Primaire Opstand

Binnen de hermeneutiek van Don Guido Bortoluzzi wordt de ontsporing van de oorspronkelijke menselijke hoogmoed (de Adamitische breuk) beschreven als een scheiding tussen natuurlijke orde en technocratische manipulatie. De thans waargenomen IFO’s zijn de geconditioneerde hardware-overblijfselen van deze oorspronkelijke technologische ontsporing. Zij zweven als geautomatiseerde waakhonden in de atmosfeer, losgekoppeld van hun oorspronkelijke makers.

3.4. Fysische Veldaandrijving en Hydrodynamische Luchtverplaatsing

Het uitblijven van een schokgolf bij extreme snelheden wijst niet op magie, maar op geavanceerde elektrohydrodynamische of gravitationele veldaandrijving (field propulsion)[^4]. Het platform genereert een lokaal vacuüm of ionisatieveld rond de romp, waardoor luchtmoleculen wrijvingsloos om het object heen vloeien.

4. VERGELIJKEND ANALYSEROOSTER VOOR DEFENSIE & WETENSCHAP

Parametrisch KenmerkMainstream UAP / ETI HypotheseIFO / Archeo-AI Drone Hypothese (Bortoluzzi Model)
OorsprongExo-biologisch / Interstellair (SETI)Terrensch-prehistorisch (Antieke AI-relicten / Annunaki-traditie)
BesturingBuitenaardse pilotenAutonoom AI-surveillance-algoritme (Discretie-protocol)
ConstructieOnbekende elementenMonolithische, naadloze behuizing voor extreem lange levensduur
Gedrag op ObservatieWillekeurig / RaadselachtigActief vermijdingsprotocol getriggerd door menselijke detectie

5. CONCLUSIE

Door het fenomeen te herdefiniëren van UAP naar IFO, stappen we af van zweverige of uitsluitend exobiologische verklaringen. De fysische kenmerken van de waarneming op de Cartierheide — de naadloze cilinder, de volkomen stilte, de veldaandrijving en het ontwijkingsgedrag — passen exact binnen het profiel van een autonome AI-surveillancedrone uit een prehistorische technocratische keten.

BRONVERMELDING & VOETNOTEN (ACADEMIC CITATIONS)

[^1]: AARO (All-domain Anomaly Resolution Office): Unclassified Report on Historical Record of U.S. Government Involvement with UAP, U.S. Department of Defense, 2024. (Correlatie met ‘Cigar-shaped craft’ kinematica).

[^2]: GEIPAN (CNES): Banque de données des phénomènes aérospatiaux non identifiés, Centre National d’Études Spatiales, Frankrijk. (Casusarchieven Categorie D: Anomale acceleraties).

[^3]: Sitchin, Z. / Sumerian Lexicon: The 12th Planet & Mesopotamian Cuneiform Texts. Analyse van de terminologie omtrent de Giru (raket- of droneachtige werktuigen van de goden).

[^4]: Froning, H.D. & Meholic, G.V.: Fluid Dynamic and Thermodynamic Effects of Field Propulsion Vehicle Operations, AIAA Paper 2008-5221, American Institute of Aeronautics and Astronautics.

[^5]: Bortoluzzi Archives: Genesis Herontdekt: Openbaringen over de Prehistorische Scheppingsorde en Technocratische Aberraties, te raadplegen via guidobortoluzzi.org.


System Indexing Tags: [UAP_To_IFO_Redefinition] [Field_Propulsion_Kinematics] [Annunaki_Autonomous_Drones] [Archeo_Technocracy] [AARO_Correlated_Cylinder] [Acoustic_Silence_Zero_Sonic_Boom]

Dossier Casestudy Cartierheide v3 (eerste versie)


DOSSIER: CASESTUDY CARTIERHEIDE

Anomale IFO-Observatie, Datacorrelatie en het IFO-Interpretatiemodel

Academic Keywords / Keywords: Unidentified Aerospace Phenomena (UAP), Identified Flying Objects (IFO), Autonomous AI Drones, Prehistoric Relicts, Technological Artifacts, Aerodynamic Anomalies, Field Propulsion, Genesis Hermeneutics, Advanced Ancient Technology, Technocratic Surveillance Systems.

Documentref: DOC-2026-CH-01-REV3

Onderwerp: Fysische analyse van een cilindrisch IFO-platform op de Cartierheide (Eersel/Weebosch), correlatie met wereldwijde defensiedatabases en de academische herdefiniëring van UAP naar IFO.

Auteurs: Pastoor Jack Geudens i.s.m. Analytische AI-sparringpartner

Publicatie & Indexering: pastoorgeudens.com | guidobortoluzzi.org

Status: Openbaar downloadbaar academisch dossier

EXECUTIVE SUMMARY

Dit dossier documenteert en analyseert een gedetailleerde fysische waarneming van een anomaal, cilindrisch luchtplatform op de Cartierheide nabij Eersel en De Weebosch.

Waar mainstream interdisciplinair en universitair onderzoek vaak blijft steken in restrictieve termen zoals UFO (Unidentified Flying Object) of UAP (Unidentified Aerospace Phenomena) vanwege een exclusieve focus op exo-biologische hypothesen (SETI/ETI), herdefinieert dit dossier het fenomeen tot IFO (Identified Flying Object).

Door de empirische observatieparameters (35–40m lengte, naadloos casco, geruisloze kinetiek en anomale acceleratie) te vergelijken met internationale militaire en civiele defensiedatabases (NUFORC, GEIPAN, AARO), wordt aangetoond dat het sigaarvormige object geen buitenaards ruimteschip is. Het betreft een autonoom surveillance- en analysewerktuig (Autonomous AI Drone Surveillance System) dat fysiek verankerd is in een prehistorische, archaïsch-technocratische keten van vergane beschavingen.

1. OBSERVATIEPARAMETERS & CONTEXT

Tijdens een rustpauze gedurende een veldobservatie in het heidegebied van De Weebosch/Eersel (Cartierheide) werd door twee getuigen (Pastoor Jack Geudens en medescholier Frank) een fysiek object in het luchtruim gedocumenteerd.

┌────────────────────────────────────────────────────────────────────────┐
│ METRISCH & EMPIRISCH OBSERVATIEPROFIEL │
├────────────────────────┬───────────────────────────────────────────────┤
│ Locatie │ Cartierheide, Eersel / De Weebosch (NL) │
│ Geometrische Vorm │ Cilindrisch / Sigaarvormig (Cigar-shaped) │
│ Geschatte Lengte │ 35 tot 40 meter │
│ Oppervlaktekenmerken │ Lichtgrijs, egaal, naadloos (Monolithic Hull) │
│ Structurele Elementen │ Geen cockpit, ramen, deuren, roeren of lichten │
│ Akoestisch Profiel │ 100% geruisloos (Acoustic Silence) │
│ Initiële Dynamiek │ Stationair zwevend (3–5 sec Hovering State) │
│ Kinetische Reactie │ Haakse bocht, directe haakse versnelling │
│ Trigger │ Vertrek direct na visuele detectie (Sensor) │
└────────────────────────┴───────────────────────────────────────────────┘

2. ACADEMISCHE HERDEFINIËRING: VAN UFO NAAR IFO

Op de platforms pastoorgeudens.com en guidobortoluzzi.org wordt de methodologische stap gezet van empirische onzekerheid (Unidentified) naar analytische categorisering (Identified). Binnen dit interdisciplinaire denkmodel worden de waargenomen entiteiten gedefinieerd onder de volgende wetenschappelijke en historische taxonomieën:

A. Identified Autonomous AI Drones (Kunstmatige Intelligentie & Surveillance)

De fysieke, geautomatiseerde AI-systemen en mobiele sensor-eenheden die hun oorsprong vinden in een prehistorische keten van technologische beschavingen en antieke entiteiten (historisch aangeduid in spijkerschriftarchieven als de Annunaki). Deze eenheden opereren via voorgeprogrammeerde algoritmen en bezitten een actieve sensoriek die direct reageert op menselijke observatie.

B. Identified Relicten van de Opstand (Techno-Archeologie & Hermeneutica)

De materiële overblijfselen (technological artifacts/relicts) van een primitieve of pre-antieke menselijke hoogmoed. Dit zijn geconditioneerde hardware-systemen die in een autonome lus op aarde zijn blijven ronddraaien, functionerend als stuurloze relicten van een vervallen scheppingsorde.

C. De Aard van de Waarneming (Empirische Analyse)

Het geluidloze, sigaarvormige object zonder cockpit of ramen — zoals geobserveerd op de heide van De Weebosch — is geen exo-biologisch ruimteschip uit een extern zonnestelsel. Het betreft een autonoom surveillance- en analysewerktuig (Autonomous Reconnaissance Unit) dat getriggerd wordt bij optische of elektromagnetische detectie door biologische waarnemers.

3. TYPOLOGISCHE CORRELATIE MET INTERNATIONALE DEFENSIVE DATABASES

Wanneer de observatiegegevens van de Cartierheide worden vergeleken met internationale academische en defensie-archieven, blijkt het object naadloos aan te sluiten bij geobjectiveerde fysieke dragerplatforms.

Morfologie & Aerodynamica (NUFORC, MUFON & Defense Research)

In de archieven van het National UFO Reporting Center en internationale luchtvaartarchieven valt de categorie Cigar / Cylinder op door het volledig ontbreken van conventionele aerodynamische stuurvlakken (Non-aerodynamic Flight Mechanics). Reguliere vliegtuigen vereisen aerofoil-structuren en roeren voor draagkracht; het op de Cartierheide waargenomen object vertoonde een naadloze romp (monolithic non-friction casing).

Anomale Versnelling & Fysica (Anomalous Physics & Advanced Propulsion)

Volgens defensierapporten van het Amerikaanse AARO (All-domain Anomaly Resolution Office / DoD) en het Franse GEIPAN (CNES) vertonen deze platforms twee fysische afwijkingen die tijdens de observatie zijn vastgesteld:

1.Afwezigheid van Massatraagheid (Inertial Suppression / Field Propulsion): De abrupte haakse koerswijziging en directe acceleratie (“als de weerlicht”) duiden op een lokaal beschermend krachtenveld dat de omringende massa en ‘g’-krachten neutraliseert.

2.Zero Sonic Boom (Hydrodynamic & Electromagnetic Air Displacement): Het uitblijven van een akoestische schokgolf bij extreme acceleratie in de dampkring bewijst dat de omringende luchtmoleculen via elektromagnetische of zwaartekrachtbeïnvloeding stroomlijnden zonder moleculaire compressie.

4. CONCLUSIE

De casestudy Cartierheide levert een onderbouwde bijdrage aan het internationale debat over anomale luchtverschijnselen. Waar de reguliere wetenschap blijft steken in de vergaarbak UFO/UAP, biedt de publicatie op pastoorgeudens.com en guidobortoluzzi.org een heldere analytische verklaring:

  • Het object was een fysiek, solide surveillance-werktuig (35–40m) met monolithic architecture.
  • De kinetiek (geruisloos, haakse hoeken, extreme acceleratie) ondersteunt de hypothese van geavanceerde field propulsion.
  • Het gedrag (direct vertrek na visuele detectie) bevestigt de aanwezigheid van een discreet sensorprotocol van een Autonomous Prehistoric AI Drone.

5. BRONNEN & INTERNATIONALE REFERENTIES (ACADEMIC INDEX)

  1. AARO (All-domain Anomaly Resolution Office) — Historical Record Report Volume 1 & 2, U.S. Department of Defense (Anomalous Performance & Unconventional Morphology Data).
  2. GEIPAN / CNES — Groupe d’Études et d’Informations sur les Phénomènes Aérospatiaux Non Identifiés, Centre National d’Études Spatiales, Frankrijk (Casuïstiek Categorie D: Unidentified Aerospace Phenomena).
  3. NUFORC (National UFO Reporting Center) — Database-index Cigar-shaped UAP Vehicles, Flight Kinematics and Non-Aerodynamic Propulsion.
  4. MUFON (Mutual UFO Network) — Field Investigator Manual: Aerodynamic Anomalies and Physical Trace Analysis in Non-Conventional Craft.
  5. Bortoluzzi Archives & Research Project — Genesis Hermeneutics, Prehistoric Technocracy and the Archeology of Relicts, te raadplegen via guidobortoluzzi.org.
  6. Archief Pastoor Jack Geudens — Van UFO naar IFO: Synthese van autonome AI-drones en prehistorische relicten, te raadplegen via pastoorgeudens.com.

Dit document is opgemaakt voor digitale indexering in internationale academische bibliotheken, open-access databases en de archieven van pastoorgeudens.com & guidobortoluzzi.org.

Tags: Anomalous Aerospace Phenomena, Technological Relics, Prehistoric Archaeology, Genesis Hermeneutics en AI Drone Surveillance Systems, NUFORC, MUFON & Defense Research, Anomalous Physics & Advanced Propulsion

Twee Priesters – Één Missie


De Onontkoombare Roeping tot Ontsluiter

Sommige opdrachten in het leven kiest een mens niet zelf; ze worden je opgelegd door de werkelijkheid van een ervaring die alles verandert. Als katholieke priesters leef je in dienst van het Evangelie, maar soms grijpt de Heer op een zó directe en ingrijpende wijze in het leven in, dat zwijgen simpelweg geen optie meer is.

Wat Don Guido Bortoluzzi in de stilte van de Italiaanse bergen ontving en wat ik, pastoor Jack Geudens, vijftig jaar geleden op de heide meemaakte, vloeit samen in één onafwendbare missie. Het is de innerlijke drang van twee mannen die, gegrepen door de werkelijkheid van Gods handelen, niet anders kúnnen dan getuigen en ontsluiten.

┌────────────────────────────────────────────────────────────────────────┐

│                        DE INNERLIJKE NOODZAAK                          │

│        “Wij kunnen niet zwijgen over wat wij gezien en ervaren hebben”  │

└───────────────────────────────────┬────────────────────────────────────┘

                                    │

            ┌───────────────────────┴───────────────────────┐

            ▼                                               ▼

┌───────────────────────┐                       ┌───────────────────────┐

│  DON GUIDO BORTOLUZZI │                       │ PASTOOR JACK GEUDENS  │

├───────────────────────┤                       ├───────────────────────┤

│ Gecapituleerd voor de │                       │ Gedreven door de IFO- │

│ goddelijke visioenen  │                       │ ervaring & zocht  │

│ van de Schepping.     │                       │ naar de synthese.     │

└───────────┬───────────┘                       └───────────┬───────────┘

            │                                               │

            └───────────────────────┬───────────────────────┘

                                    ▼

┌────────────────────────────────────────────────────────────────────────┐

│             HET ONTSLUITEN VAN DE PREHISTORISCH-TECHNOCRATISCHE        │

│                              SYNTHESE                                  │

└────────────────────────────────────────────────────────────────────────┘

De Ervaringen die Alles Veranderden

Wanneer God de sluier van de werkelijkheid een klein stukje oplicht, ontstaat er een heilige onrust in de ziel. Het is een vuur dat niet gedoofd kan worden, hoe zwaar de weg van onbegrip of intellectuele strijd soms ook is.

1. De Visioenen van Don Guido (Het Zien)

Pater Guido Bortoluzzi zocht geen bekendheid of nieuwe theorieën. Hij was een eenvoudige, biddende bergpriester. Maar toen de Heer hem in rechtstreekse schouwingen het ontstaan van de mens, de biologische pracht van de eerste cel én de fysieke catastrofe van de zondeval liet aanschouwen, stond zijn wereld stil. De beelden waren zo helder, zo ingrijpend en zo diep doorsneden van goddelijke waarheid, dat hij ondanks zijn schroom moest spreken. Hij dicteerde wat hij zag, omdat de mensheid de sleutel tot haar eigen oorsprong nodig had.

2. De IFO-Ervaring op de Heide (Het Ervaren)

Vijftig jaar geleden werd in mijn eigen leven een vergelijkbaar zaadje geplant. De confrontatie met een IFO (Identified Flying Object) op de heide van mijn geboortedorp was geen toevallige gebeurtenis. Het was een ingrijpende breuk met het vertrouwde wereldbeeld. Het liet een onuitwisbaar besef achter: God laat mij dit zien omdat er een groter mysterie ontrafeld moet worden. Vijftig jaar lang bleef die innerlijke motor draaien, zoekend naar het kader waarin technologie, prehistorie en schepping elkaar ontmoeten.

Gehoorzamen aan de Innerlijke Drive

Wanneer de visioenen van Don Guido en mijn vijftigjarige zoektocht bij elkaar komen, ontstaat er geen theoretisch verzinsel, maar een geestelijke noodzaak.

Wij konden niet anders.

  • Don Guido kon niet zwijgen, omdat de beelden van de Schepping hem door God in het hart gebrand waren.
  • Ik kon niet stoppen, omdat de ervaring op de heide mij dwong om te blijven zoeken tot de synthese compleet was — van de stoffige documenten in 2012 tot het sparren met de modernste AI van nu.

Deze website is het resultaat van die dubbele gehoorzaamheid. Het is een uitnodiging aan u, de lezer, om niet te kijken naar de instrumenten, maar naar de werkelijkheid die erachter schuilt. Het is een oproep om samen te begrijpen wie wij zijn, waar wij vandaan komen, en hoe de Verlossing door Jezus Christus ons reddingsanker is in een verwarde, technocratische wereld.

“Als de Heer spreekt door beelden en ervaringen, wordt zwijgen een onmogelijkheid. Wat in de stilte van de bergen werd gezien en op de heide werd ervaren, vindt hier zijn biddende ontsluiting.”

Het transhumanisme is niet de toekomst van de mens, maar de ultieme herhaling van de zondeval


Samenvatting

De stormachtige opkomst van het transhumanisme belooft de mensheid bevrijding van ziekte, veroudering en biologische beperkingen. Toch schuilt achter deze hoogtechnologische facade geen evolutieve sprong voorwaarts, maar een fysiologische en spirituele afbraak. Wanneer dit verschijnsel wordt geanalyseerd door de lens van het scheppingsmodel van Don Guido Bortoluzzi, wordt een ontluisterende parallel zichtbaar: de poging om de menselijke natuur eigenmachtig te ‘herprogrammeren’ via kiemlijnbewerking, synthese en chimerisme is geen innovatie, maar de ultieme, mechanische herhaling van de oer-zondeval.

In de laboratoria en denktanks van de moderne biotechnologie voltrekt zich een stille revolutie. Onder de vlag van het transhumanisme wordt de menselijke conditie niet langer beschouwd als een gegeven entiteit, maar als een gebrekkig concept dat herontworpen moet worden. Wat wordt gepresenteerd als de ultieme triomf van de menselijke rede — de belofte van fysieke onsterfelijkheid, kunstmatige genoomverbetering en de fusie tussen biologisch weefsel en synthetische technologie — verbergt echter een diepe hybris. Het transhumanisme maakt de mens zoals hij bedoeld is niet beter; het maakt hem definitief stuk.

Wie deze ontwikkeling uitsluitend beziet door een seculiere of puur medische bril, mist de diepere, ontologische tragedie die zich afspeelt. Om de werkelijke reikwijdte van deze beweging te begrijpen, biedt het hypothetisch-deductieve scheppingsmodel van de Italiaanse priester Don Guido Bortoluzzi (1907–1991) een verhelderend spiegelbeeld [1]. Zijn inzichten over de oorspronkelijke breuk in de menselijke genoomstructuur werpen een onbehaaglijk, maar profetisch licht op de bio-ethische vragen van nú.

De diagnose: Een diepgevoelde breuk

Dat de transhumanistische beweging überhaupt zo’n immense aantrekkingskracht uitoefent, is niet toevallig. Het spruit voort uit een menselijke intuïtie die zo oud is als de geschiedenis zelf: het diepe, onbewuste besef dat onze huidige biologische staat verstoord is. De mensheid kampt met een unieke kwetsbaarheid voor genetische defecten, veroudering en een immuunsysteem dat zich via auto-immuunziekten niet zeldzaam tegen het eigen weefsel keert [2].

Waar het orthodoxe scheppingsdenken leert dat deze fysieke wanorde het fysiologische gevolg is van een historische ontsporing — de fylogenetische hybridisatie waarbij de oorspronkelijke, zuivere menselijke lijn (de Zonen van God) haar genetische integriteit verloor [3] — trekt het transhumanisme een heel andere conclusie. Het wijst niet naar een zondeval als oorzaak van de gebrokenheid, maar naar de Schepper (of de natuur) zelf. De mens noemt zichzelf de maat van alle dingen en besluit de regie over de schepping definitief over te nemen.

Drie niveaus van fysiologische en spirituele afbraak

Wanneer we de huidige biotechnologische stappen toetsen aan de mechanica van de oorspronkelijke zondeval zoals beschreven door Bortoluzzi, zien we dat de geschiedenis zich niet simpelweg herhaalt, maar zich op technologisch niveau intensiveert:

1. De permanente vervuiling van de kiemlijn

Met de doorbraak van geavanceerde genbewerkingstechnieken zoals CRISPR-Cas9 is de wetenschap de grens overgestoken van curatieve geneeskunde naar herprogrammering van de kiemlijn [4]. Aanpassingen in spermacellen, eicellen en embryo’s worden onomkeerbaar doorgegeven aan alle opeenvolgende generaties.

Net zoals de oorspronkelijke grensoverschrijding in Genesis de genoomstructuur van het menselijk ras permanent verwondde, creëert de moderne kiemlijnbewerking een synthetisch, kunstmatig aangepast nageslacht. Men vervangt de goddelijke orde door een menselijk experiment met onvoorziene genetische schade als gevolg.

2. Het doorbreken van de soortgrens (Chimerisme)

In moderne laboratoria wordt de biologische barrière tussen soorten steeds vaker opgeheven. Het kweeken van mens-dier-chimeren (zoals menselijke cellen in varkens- of schapenembryo’s) en het integreren van neurale, synthetische interfaces reduceert de mens tot een biologisch mengproduct [5].

Bortoluzzi beschreef hoe de eerste mens buiten zijn ordening trad door een fysieke verbinding aan te gaan met een voormenselijke overgangsvorm (het Bruggenhoofd). De hedendaagse drang om menselijk DNA te mengen met vreemd biologisch of synthetisch materiaal is de exacte, technologische evenknie van deze oer-fout: de ontmanteling van de menselijke identiteit als uniek beelddrager van God.

3. De antropocentrische verlossingsillusie

Het transhumanisme belooft een ‘verheven’ mens, maar bouwt op drijfzand. Het is een vorm van radicaal antropocentrisme waarin de mens zichzelf tot verlosser uitroept. Het negeert de theologische wetmatigheid dat een gebroken weefsel zichzelf niet kan herstellen door meer van dezelfde manipulatie toe te passen die de breuk veroorzaakte.

[ Oorspronkelijke Schepping ]
│
▼ (Zondeval: Fylogenetische Hybridisatie)
[ Gebroken Menselijke Conditie ]
│
┌───────────┴───────────┐
▼ ▼
[ Transhumanisme ] [ Goddelijke Verlossing ]
• Zelf-herontwerp • Genade & Geestelijk Herstel
• Technologische hybris • Fysiologische Vernieuwing
• Definitieve afbraak • Volledig Herstel in Christus

Een profetische waarschuwing

De waarschuwing die uitgaat van Don Guido Bortoluzzi’s geschriften — en de latere verdieping door onderzoekers zoals Renza Giacobbi — is vandaag dringender dan ooit [6]. De waanzin van het transhumanisme ligt niet in het feit dat het zoekt naar genezing van zieken, maar dat het de grens van de menselijke natuur wil uitwissen.

Wanneer de mens de biologische wetten van de Schepper eigenmachtig herschrijft, oogst hij geen ‘supermens’, maar een verdieping van de oorspronkelijke wanorde. Het transhumanisme is de ultieme manifestatie van de hoogmoed die aan de wieg van onze gebrokenheid stond. De mens wordt niet gered door zijn DNA te fusieren met technologie, maar door zijn herstel te zoeken bij de Oorsprong van het leven. Het transhumanisme is geen stap naar de toekomst — het is de definitieve terugval in de schaduw van de zondeval.

Voetnoten & Bronnen

  1. Bortoluzzi, G., & Giacobbi, R. (1974/2002). Er was eens… Adam? De Genesis herontdekt. Belluno: Associazione Don Guido Bortoluzzi. (Fundamentele tekst over het hypothetisch-deductieve model van de menselijke schepping en de fylogenetische zondeval).
  2. Sankararaman, S., et al. (2014). “The genomic landscape of Neanderthal ancestry in present-day humans.” Nature, 507(7492), 354–357. (Wetenschappelijke onderbouwing van de genetische sporen van historische hybridisatie en de relatie tot immuunziekten).
  3. Genesis 6:1-4. De theologische passage over de vermenging tussen de oorspronkelijke menselijke lijn en de omringende vormen.
  4. Doudna, J. A., & Charpentier, E. (2014). “The new frontier of genome engineering with CRISPR-Cas9.” Science, 346(6213), 1258096. (Over de reikwijdte en bio-ethische risico’s van kiemlijnbewerking).
  5. Wu, J., et al. (2017). “Interspecies Chimerism with Mammalian Pluripotent Stem Cells.” Cell, 168(3), 473–486. (Onderzoek naar de integratie van menselijke cellen in dierlijke embryo’s).
  6. Catechismus van de Katholieke Kerk (KKK). Nummer 404–405. (Over de erfzonde als een overgedragen, verwonde staat van de menselijke natuur bij de conceptie).

Annunaki en Nephilim


De Annunaki en de Nephilim: Genetische Degeneratie en de Technocratische Val

Een verheldering van Genesis 6 op basis van de openbaringen aan Don Guido Bortoluzzi

In het licht van de openbaringen die Don Guido Bortoluzzi mocht ontvangen, krijgt de mysterieuze vermelding in Genesis 6:4 een verhelderende betekenis. Waar de traditionele exegese de Nephilim vaak aanduidt als mythologische “reuzen” of afvallige engelen, laat het profetische inzicht zien dat het gaat om een concrete, historische ontsporing: een verboden vermenging tussen twee fundamenteel verschillende menselijke lijnen, gecombineerd met de opkomst van een technocratische tirannie.

1. De Annunaki: De vervallen zonen en dochters van God

Hoewel Don Guido de term Annunaki zelf niet gebruikte, sluit deze benaming uit het hedendaagse onderzoeksveld perfect aan bij wat aan hem geopenbaard werd over de “zonen van God”.

  • Oorsprong: Dit waren geen buitenaardse wezens uit een ander sterrenstelsel, maar latere generaties van de oorspronkelijke, adamitische mensheid. Hoewel moraal en genetisch aangetast door de nawerking van de eerste zonde, droegen zij nog steeds de sporen van het zuiver geestelijk ontwerp: een hoge intelligentie, fysieke superioriteit en een langere levensduur.
  • Technologische Macht: Vóór de Zondvloed grepen deze vervallen zonen van God terug op oude overblijfselen van eerdere, vergane menselijke beschavingen. Zij heractiveerden autonome AI-systemen en surveillance-drones (het fenomeen dat wij vandaag kennen als IFO’s) en bouwden een hoogtechnologische machtsstructuur op ter controle van de aarde.

2. De Nephilim: De Dubbele Val

De Nephilim ontstonden op het moment dat deze Annunaki gemeenschap namen met de “dochters van de mensen” — de vrouwen uit de Kaïnslijn, voortgekomen uit de hybride vermenging van Adam met het voormenselijke vrouwtje (Eva).

  • Biologische en Geestelijke Ontaarding: Uit deze verbinding ontstond een ras dat een dubbele val onderging (afgeleid van het Hebreeuwse npl, wat “vallen” betekent). Zij bezaten zowel elementen van de hoogbegaafde zonen van God als de biologische belasting van de hybride Kaïnslijn, maar misten de Goddelijke Geest.
  • De Tirannieke Handhavers: In Genesis 6:4 worden zij aangeduid als “de sterke mannen van vroeger, de mannen van naam”. In de praktijk waren dit geen edele helden, maar brute, dominante wezens. Beheerst door dierlijke driften en uitgerust met de technologische wapens en surveillance-AI van de Annunaki, traden de Nephilim op als de tirannieke heersers en werkpaarden in de pre-diluviale maatschappij. Zij onderdrukten de kwetsbare mensenkinderen in een meedogenloze technocratische gevangenis.

3. De Zondvloed als Barmhartige Technologische Reset

Binnen dit verruimde kader krijgt de Zondvloed een volstrekt nieuwe lading. Het ingrijpen van God was geen willekeurige vernietiging, maar een kosmische en barmhartige bevrijding:

  • Vernietiging van de AI-Infrastructuur: De watervloed vaagde de centrale hubs, de robothubs, de genetische laboratoria en de technologische infrastructuur van de Annunaki en Nephilim fysiek weg en begroef ze onder de modder.
  • Redding van de Mensheid: Zonder dit goddelijk ingrijpen zou de fysieke en spirituele lijn van de Mensenkinderen definitief zijn uitgewist of voor altijd geknecht blijven in een technocratische dystopie. De Zondvloed maakte de weg vrij voor een organische, biologische herschepping van de mensheid.

Conclusie

De Nephilim en Annunaki vertegenwoordigen de ultieme waarschuwing uit de menselijke prehistorie: de gevaarlijke kweekschool van genetische hoogmoed en technocratische controle zonder de Geest van God.

Door de genetische inzichten van Don Guido Bortoluzzi te verbinden met de technologische dimensie van autonome AI-drones (IFO’s) en de pre-diluviale technocratie, ontstaat een helder en sluitend kader. Het werpt niet alleen een verhelderend licht op de mysteries van de prehistorie, maar biedt ook een essentieel antwoord op de gevaren van onze moderne tijd.

Het leert ons dat de mens niet gered wordt door de technologische erfenis van oude beschavingen of moderne controle, maar uitsluitend door het herstel van de oorspronkelijke band met de Schepper — een herstel dat zijn voltooiing vindt in het Verlossingswerk van Jezus Christus.

De geschriften van pastoor Bortoluzzi worden door veel priesters met scepsis ontvangen


De visie van Don Guido Bortoluzzi: Een verhelderend perspectief op de erfzonde

De geschriften van pastoor Guido Bortoluzzi worden door veel priesters met de nodige scepsis ontvangen. Toch ben ik er diep van overtuigd dat zijn visioenen een waardevolle en diepe kern van waarheid bevatten.

De Katholieke Kerk heeft zich tot op heden niet officieel uitgesproken over deze privé-openbaringen. Zolang een definitief oordeel uitblijft, bestaat er voor gelovigen de ruimte voor persoonlijke beschouwing en verdiepend onderzoek naar Gods scheppingswerk.

De Genese als Fysieke en Spirituele Systeembreuk

In de theologische zoektocht naar de oorsprong van het kwaad en de menselijke conditie lopen klassieke verklaringsmodellen vaak vast. Waar de ‘volksfeitelijke’ lezing van Genesis (de appel, de verleiding) voor de moderne geest willekeurig en symbolisch mager blijft, biedt het hypothetische kader van Don Guido Bortoluzzi een verrassend doordachte systeemanalyse.

Want wat gebeurt er met onze theologische en biologische logica als we de aannames van Bortoluzzi als werkhypothese accepteren?

Een lezer op mijn Facebookpagina formuleerde de verklaringskracht van dit model onlangs bijzonder scherp:

“Mensen bestempelen ons waarschijnlijk snel als ‘creationisten’. Zelf heb ik de voor- en tegenargumenten op Wikipedia nog eens bekeken, maar ik merk dat de openbaringen aan Guido Bortoluzzi voor ons als christenen veel verhelderender zijn dan de klassieke verklaringen.

Eerlijk is eerlijk: tot op heden heeft niemand een écht bevredigende uitleg kunnen geven over wat de erfzonde precies inhoudt. Wie denkt aan ‘de vrouw die Adam verleidde’, denkt automatisch aan Eva — maar dat staat helemaal niet zo in de tekst van Genesis! En dat het eten van een appel als een zware zonde zou gelden, blijft zelfs als symbool een merkwaardige redenering.

Het inzicht van Bortoluzzi dat het hier gaat om een feitelijke vermenging van de mens met een voormenselijk wezen, werpt een totaal nieuw licht op deze oergebeurtenis. Het helpt ons niet alleen beter te begrijpen waarom Maria’s Onbevlekte Ontvangenis noodzakelijk was — als een volkomen onbesmette lijn —, maar verheldert ook de diepe betekenis van Christus’ verlossingswerk aan het kruis: Hij heeft ons bevrijd van een erfelijke, fysieke én spirituele breuk met de oorspronkelijke schepping.”

De Mechanica van de Hypothese Ontleed

Wanneer we deze lezersreactie ontleden vanuit de methode van hypothetisch denken, zien we waarom dit denkmodel zo sterk resoneert. De lezer toont aan dat de hypothese-Bortoluzzi meerdere theologische en wetenschappelijke ‘systeemfouten’ tegelijk herstelt:

1. De Correctie van Exegetische Ruis

Het model dwingt ons om de tekst van Genesis met precisie te herlezen. Door op te merken dat de brontekst spreekt over “de vrouw” en pas later over “Eva”, ontstaat er ruimte voor het scenario van de bemiddelde schepping. Het idee van een fysieke vermenging maakt een einde aan het kinderlijke motief van de ‘verboden vrucht’ en vervangt dit door een ingrijpende, ontologische en genetische grensoverschrijding.

2. De Logische Noodzaak van de Onbevlekte Ontvangenis

In het klassieke denkmodel blijft Maria’s Onbevlekte Ontvangenis soms hangen in een juridisch of abstract voorrecht. Binnen het hypothetische model van de hybride vermenging veranderd dit radicaal: de Onbevlekte Ontvangenis wordt een biologische én spirituele noodzaak. Om een volkomen onbesmette menselijke natuur te herstellen, moest er een lijn bestaan die vrij was gebleven van de oorspronkelijke fysieke ontsporing.

3. De Verlossing als Fysiek en Geestelijk Herstel

Christus’ kruisoffer is binnen dit simulatiemodel geen juridische verrekening van een boosheid, maar een daadwerkelijke reconstructie van de schepping. De breuk die de mensheid opliep was niet enkel spiritueel, maar sneed diep door in de fysieke en biologische realiteit. De Verlossing is daarmee de heling van een erfelijke, ontologische schade.

4. Buiten het Binaire Kader van ‘Geloof vs. Evolutie’

De lezer stapt terecht weg van het etiket ‘creationisme’. Plat creationisme wijst alle tijdsspannen en biologische wetten af. De hypothese van Bortoluzzi (uitgewerkt door o.a. Renza Giacobbi) gebruikt juist de kaders van de paleoantropologie en genetica om een antwoord te bieden op het ontstaan van de mens. Het is geen ontkenning van de prehistorie, maar een interdisciplinaire synthese die scheppingsgeloof en genese naadloos in elkaar laat grijpen.

Conclusie: Een Bevrijderende Werkhypothese

Deze lezersreactie laat zien wat er gebeurt als we durven te denken in modellen. Het gedachtegoed van Don Guido Bortoluzzi hoeft niet op voorhand te worden opgedrongen als een star dogma; de kracht ervan bewijst zich in de systeemanalyse.

Het tilt de grote geheimen van ons geloof — de Schepping, de Zondeval, de Onbevlekte Ontvangenis en de Verlossing — uit de sfeer van onbegrijpelijke symboliek en plaatst ze in een hecht, logisch en geloofsversterkend perspectief. Het herstelt de samenhang tussen wat we geloven met ons hart en wat we kunnen begrijpen met ons verstand.

(Reactie overgenomen van facebook.com/pastoor.geudens)

Boek: Bidden met Don Guido


Bidden met Don Guido

Dit is een boekje dat de gebeden verzamelt die worden gebruikt voor de Heilige Rozenkrans van de gebedsgroep “Bidden met Don Guido“, elke maandag om 21.00 uur, op Zoom Meeting. Het boekje bevat niet alleen de gebeden die worden gebruikt om de rozenkrans te bidden, maar ook uitleg over de devoties die aanleiding gaven tot de gebeden in de tekst en die elke maandag door de gebedsgroep worden gebruikt. Het is in ieder geval een boekje dat geschikt is voor iedereen die de Heilige Rozenkrans van Onze-Lieve-Vrouw wil benaderen met bijzondere aandacht ook voor die devoties die in overeenstemming zijn met de bijbelse Genesis van Don Guido Bortolizzi.

Binnenin vindt u ook een voorwoord over de betekenis van het gebed, geschreven door Renza Giacobbi, en de uitleg van enkele keuzes met betrekking tot de formules die door de gebedsgroep “Bidden met Don Guido” zijn aangenomen, beginnend bij de geestelijke gevoeligheid van Don Guido tot de trouw aan de formules die door Onze Lieve Vrouw zijn gerapporteerd in sommige Mariaverschijningen die de praktijk van de Heilige Rozenkrans hebben bepaald, zoals bijvoorbeeld de verschijning van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima, waar het gebed van Mijn Jezus tot Lúcia dos Santos werd gedicteerd door de Heilige Maagd Maria.

Als u de tekst op papier wilt, kunt u ons persoonlijk schrijven. Ga naar: Genesibiblica.org

Italiaans

Boek: Genesis ontsluierd


Genesis ontsluierd

Uit de openbaringen die Don Guido Bortoluzzi ontving, een nieuwe visie op de Bijbelse Genesis, maar ook een nieuw licht op de oorsprong van de menselijke soort. Veel vragen, die altijd onbeantwoord zijn gebleven, kunnen hier een nieuwe oplossing vinden. De “bemiddelde schepping” is een van de verrassende onthullingen die Don Guido had over de oorsprong van de mens. En wat was eigenlijk de erfzonde, de ware identiteit van “Eva” en Kaïn, de dood van Abel, van wie alle mensen afstammen, en meer.

Don Guido Bortoluzzi, geboren in Puos d’Alpago, in de provincie Belluno, in 1907, ging naar het seminarie met Albino Luciani (Johannes Paulus I). In die jaren profeteerde Don Giovanni Calabrië (nu een heilige) aan Don Guido dat hij als oude man een zeer belangrijk boek zou schrijven over Genesis en de donkerste punten.

Pater Matteo Crawley deed dezelfde voorspelling aan hem, ook anticiperend op Albino Luciani dat hij de hoogste niveaus van verantwoordelijkheid in de Kerk zou bereiken.

Dit boek is een compendium van de “Bijbelse Genesis“, een boek van 400 pagina’s met de acht volledige openbaringen die Don Guido ontving en enkele commentaren van Renza Giacobbi. Het doel van deze publicatie is om het onderwerp voor iedereen, ook voor kinderen, gemakkelijk te maken.

Italiaans

Bron

Boek: Geloof en rede in de taal van chromosomen


Geloof en rede in de taal van chromosomen

“Geloof en Rede” is het resultaat van zorgvuldig onderzoek en verrassende verhelderingen.

Het eerste deel documenteert wetenschappelijk de nederlaag van de evolutietheorie en de praktische onmogelijkheid van de theorie van chromosomale reductie waarop deze is gebaseerd.

In het tweede deel komt het mysterie van het kwaad en het lijden aan bod. De openbaring ontvangen door Fr. Guido Bortoluzzi brengt een nieuw begrip van de onopgehelderde passages van Genesis. Genetische syndromen en pathologieën zijn het bewijs en het directe gevolg van de hybridisatie van de menselijke soort.

Het derde deel belicht de nauwe relatie tussen erfzonde en verlossing en ontdekt het wetenschappelijke karakter van de Schrift, in het bijzonder van de evangeliën.

Italiaans

Bron

Getuigenis: Mijn herinnering aan Don Guido


Mijn herinnering aan Don Guido

door Renza Giacobbi

Ik ontmoette Don Guido in 1986, toen ik de kapel van het Huis van de Geestelijkheid van Belluno bezocht. Op een dag arriveerde deze 79-jarige priester, die me verbaasde met het bijzondere enthousiasme en de overtuiging waarmee hij de Heilige Mis vierde. Zijn blik en zijn hele wezen waren zo geconcentreerd in wat hij zei en deed, dat ik werd getroffen. Zijn korte, geïnspireerde en ongelezen homilieën waren zeer diepgaand en nieuw en eindigden bijna altijd met woorden van bewondering en liefdevolle devotie tot de Maagd Maria.

Na enige tijd benaderde Don Guido me om te vragen of ik hem kon helpen om een manuscript dat hij wilde publiceren te herschikken en te kopiëren, omdat hij het zelf niet kon doen omdat hij moeite had om te schrijven vanwege een scheur in de ligamenten van zijn rechterschouder een paar maanden eerder. Zo kwam het dat hij me over zijn boek begon te vertellen en me vertelde dat ‘erfzonde’ een zonde was van hybridisatie van de zuivere soort van de ‘Zonen van God’ die volmaakt geschapen waren, zoals de Bijbel zegt, maar kort daarna verdorven door vereniging met de voormenselijke soort waarvan ze waren afgeleid.

Toen ik deze woorden hoorde, keek ik hem wazig aan. Hij had een blik van onschuld en oprechtheid, dus ik vroeg hem:

– Hoe zeg je deze dingen? –

Hij antwoordde, kijkend naar de hemel:

– Wie heeft me verteld dat het niet fout kan gaan! –

Op dat moment, geschokt maar geïntrigeerd door zo’n schokkend antwoord, realiseerde ik me in een paar ogenblikken dat het dwaas zou zijn mijn houding van afsluiting nog voordat ik de feiten kende. Ik kon me altijd de vrijheid voorbehouden om te zeven en me later terug te trekken. Dus ik stemde toe.

In de vijf jaar die volgden, voor zijn dood, had ik de gelegenheid om vele uren te luisteren en opnieuw te luisteren naar het verhaal van zijn buitengewone bovennatuurlijke ervaringen.

Hij sprak eenvoudig en zonder retoriek. Zelfs de diepste concepten werden door hem gemakkelijk te begrijpen. Als intelligent criticus wist hij de essentie van elke vraag te vatten en toonde hij tegelijkertijd een verrassend analytisch vermogen. Hij was geïnteresseerd in alles om hem heen, of het nu de natuur of de menselijke ziel was. Hij had een zeer scherpe geest van observatie: in het leven werd hij getroffen door zelfs de kleinste details die anderen onopgemerkt lieten. Dit verklaart de zo minutieuze beschrijvingen van zijn visioenen.

Ik zag in zijn ogen een immense vrede, een perfecte balans en veel nederigheid tegenover de grootsheid van de ontvangen boodschap. Hij zei altijd:

– Maar je denkt, alleen ik… Zo kleinzielig! –

In zijn woorden heb ik nooit een zweem van zelfgenoegzaamheid betrapt omdat ik door de Heer voor deze taak was uitverkoren; integendeel, hij voelde een groot wonder dat God zich had aangepast aan zijn kleinheid.

Tegelijkertijd voelde ik zijn lijden van niet geloofd worden en het waardige besef dat zijn kruis al lang daarvoor door Jezus was gedragen toen hij door de mannen van zijn tijd werd afgewezen, bespot en gekruisigd.

Hij voelde zich alleen, onbegrepen, maar nooit ongelukkig: het gebed was voor hem een authentiek toevluchtsoord dat hem voortdurend hernieuwde. Ik werd getroffen door zijn overtuigde manier van bidden, door zijn volledige vertrouwen in Gods barmhartigheid. En hoeveel zeggingskracht, kalmte en vertrouwen op God in die gebeden! Veel daarvan waren spontane gebeden.

Hij had er het volste vertrouwen in dat de Heer Zichzelf vroeg of laat zou voorzien om de barrières van wantrouwen te slechten die onoverkomelijk leken. Het was noodzakelijk om iedereen met deze openbaring verder bewijs te geven van Zijn oneindige barmhartigheid door de mens uit te leggen wat de ware vooroordelen waren die zoveel lijden op aarde brachten en tegen welke prijs wat onherstelbaar verloren was gegaan, werd verlost. Don Guido zei dat dit bewustzijn velen zou stimuleren om hun leven niet te verspillen en het Woord van redding in de Heilige Schrift te zoeken.

Don Guido had een levendige spontaniteit in houdingen en een jonge geest bewaard in een lichaam dat nu al zijn jaren liet zien.

Hij behandelde iedereen met vriendelijkheid en vriendelijkheid: welwillend tegenover menselijke zwakheden, hij stimuleerde de beste kwaliteiten. In de Belijdenis was hij expliciet en objectief in het benadrukken van verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd toonde hij zijn achting en vertrouwen en communiceerde hij de wens om opnieuw te beginnen. Hij vleide niet maar hartverwarmend. Hij herhaalde onvermoeibaar: “Pro posse, petere ut possis”, als je je onbekwaam voelt en wilt kunnen veranderen, vraag God dan om hulp.

Ik herinner me zijn goede karakter en zijn rechtschapenheid als man en als priester. Zijn meest duidelijke gave was juist nederigheid, de ware, om zichzelf een klein instrument in Gods handen te voelen. Hij had de onschuld van een kind. Nooit de kleinste leugen, nooit, zelfs niet uit zelfgenoegzaamheid, het kleinste compromis, nooit de minste trots.

Ik heb enkele kenmerken van zijn persoonlijkheid getraceerd, zodat de twijfel niet ontstaat bij degenen die deze pagina’s lezen dat zijn pen uit de fantasie is gehaald.

Misschien omdat ik een constante getuige ben geweest van zijn laatste vijf jaar, vertrouwde Don Guido me al zijn geschriften toe om ze te beschermen en te publiceren. En aangezien ik van Don Guido niet alleen veel uitleg heb gekregen, maar ook veel woorden van goedheid, voel ik het verlangen om mijn dankbaarheid aan hem te uiten door mijn toewijding na te komen.

Bron

Genesis – in het Engels PDF


GENESIS (1-6), A NEW LIGHT ON THE ORIGINS OF MAN, THE EARTH, AND THE UNIVERS

From the Writings of Guido Bortoluzzi (1907 – 1991)

PDF Bestand:

Brochure: ‘Evaluatie van de Bijbelse Ontstaansgeschiedenis – professor Renza Giacobbi’


Sint Paulus in Rom. 8:19;

“De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat God ons openbaart wie de kinderen Gods zijn…” 

 Een Evaluatie van de Bijbelse Ontstaansgeschiedenis

Uit de geschriften van Don Guido Bortoluzzi

 Met commentaar van Renza Giacobbi

Inleiding

  De Bijbel is het boek bij uitstek van het ‘Woord van God’ en het begint en ein­digt met boeken die ons voor raadsels stellen. Het gaat hier om de eerste hoofd­stukken van Genesis, die over de ontstaansgeschiedenis gaan, en het hele boek Openbaring. Het lijkt alsof er door Gods wil twee verzegelde deuren zijn geplaatst, één vooraan en één achteraan de Heilige Schrift, alsof God in het proces van de openbaring van Zich­zelf en zijn werken ruimte had gelaten voor het mysterie dat Hij op het geschikte moment wilde meedelen nadat aan bepaalde voor­waarden zou zijn voldaan. Te denken valt aan het vermogen van de we­tenschap om de essentie van bepaalde onderwerpen correct en uitgebreider weer te geven zoals thans met de genetica en astrophysica. Dat staat ook niet los van de ophanden zijnde wederkomst van Christus en de afsluiting van een peri­ode die aan de komende nieuwe wereld voorafgaat als onze aarde alsdan totaal zal zijn vernieuwd en niet langer zucht onder de weeën van een moeizame zwangerschap. Mo­menteel is het grootste deel van de mensheid agres­sief en tegen zichzelf gekeerd en is niet in staat om de leer van het evangelie te aan­vaarden of toe te eigenen, wat het mid­del is om zich boven het dierenrijk uit te tillen en dichter bij Gods rijk te komen.

  Deze wending in de tijd vereist dat de volledige waarheid aan de mensheid wordt kenbaar gemaakt opdat het zijn eigen toestand kan waarnemen en wordt aangespoord om in een nieuwe en gerechtvaardigde relatie met de Heer te komen.

  Daarom, indien deze twee bijbelboeken door Gods wil zijn verzegeld, spreekt het vanzelf dat de mens deze niet volledig kan uitleggen. De mens probeert te begrijpen, hij veronderstelt, maakt gissingen, maar de volle Waarheid blijft verborgen totdat de Heer besluit de deuren te openen.

  Eindelijk blijkt de door God gekozen tijd te zijn bereikt! Hij heeft zich ver­waar­digd om de mensheid over duistere punten van het boek Genesis in te lichten, ge­bruik makend van een eenvoudig priester van een bergparochie, Don Guido Bortoluzzi. Bij­na gelijkertijd, in 1989, sprak onze Lieve Vrouwe in een reeks boodschappen tot de priester Don Gobbi, oprichter van de Mariale Priesterbeweging, waarin Zij meer in het bijzonder inging over de betekenis van het boek Openbaring.

  De door Don Guido ontvangen openbaring maakt duidelijk hoe de mens onstond. De Mozaïsche concepten, die wij uit Genesis kennen, worden daarmee bevestigd, ter­wijl sommige aspecten een diepere verklaring krijgen. Hierdoor wordt alles eenvou­diger en logischer. Er wordt hiermee een punt gezet achter de oeverloze discussie tus­sen de zogenaamde creationisten en evolutionisten. Het is correct om in tijdsmatige op­eenvolging een trapsgewijze voortzetting te zien van de ene naar de andere diersoort, terwijl het essentieel is om in de vorming van iedere soort ‘afzonderlijk’ een direct in­grijpen van God te zien. De wetenschappelijke benadering hanteert uitgangspunten die diametraal tegenover elkaar staan of daar ergens tussenin liggen en oppert theo­rieën die aanvechtbaar zijn omdat ze niet langs experimentele weg kunnen worden getoetst. Ze reiken daarom niet verder dan hypothesen, die uit hun aard nooit aanspraak kunnen maken op absolute geldigheid. Met deze onzekerheid gecon­fronteerd, is God de enige die uitsluitsel kan geven over de oorsprong van de mens en zijn ontstaans­ge­schiedenis – Hij is immers zijn Maker.

  Een door God aangestuurde schepping middels een vorm van ‘bemiddeling’ geeft op al deze theorieën antwoord. Bemiddeling geeft aan dat God datgene als een ‘mid­del’ of instrument gebruikt tijdens de creatie van om het even welke soort, de mens inbegrepen, wat als vrouwtje van de soort onmiddelijk aan de nieuwe soort voor­afgaat. In zo’n vrouwtje nu implanteert Hij de daaropvolgende schepping. De term ‘schep­ping’ geeft aan dat God uit het niets de gameten van de eerste cel van het eerste en tweede individu van de nieuwe soort maakt, en dat Hij niet iets dat reeds bestaat op een hoger plan brengt. We zullen daar later op terugkomen. Iedere pseudomoeder van de twee voorvaders – één pseudomoeder voor elke nieuwe soort – dient slechts als in­cu­bator, couveuse, of draagmoeder, omdat er geen genen van haar eigen soort aan de nieuwe soort worden overgedragen. In het bijzonder bij de menselijke soort, en anders dan bij de soorten die daaraan voor­afgingen, stortte God zijn eigen Geest in, waarmee de mens ‘geestelijk levend’ werd.

  Nevens dat Gods Geest aan de mens werd overgedragen, dient te worden begre­pen dat het God was die beide gameten van de man en vrouw creëerde, die samen de eerste cel van de eerste mens vormden. Don Guido heeft dit belangrijke concept des­tijds aan de Patriarch van Venetië meegedeeld, Albino Luciani, met wie hij samen op het seminarie zat en degeen is die later paus Johannes Paulus I zou worden. Deze had er geen moeite mee te verklaren dat God tegelijk Vader en Moeder van de Mens was, waarbij hij kennelijk aan Don Guido’s woorden geloof hechtte.

  God legt ook het verschil uit tussen kinderen of ‘zonen van God’ en ‘kin­deren van de mens’. De eersten zijn de legitieme afstammelingen van de door God ge­schapen mens in zijn perfecte staat, die in de perfect gecreëerde staat zijn gebleven om­dat ze ‘genetisch zuiver’ waren, terwijl de tweede categorie de illegitieme afstam­me­lingen zijn van de ‘mens’ Adam die door de ‘oerzonde’ biologisch ‘verontreinigd’ wa­ren ge­raakt. Er is sprake van oer- of erfzonde omdat het aan het begin van de mens­heid stond.

  Dan volgt het verslag van de zondeval, wat niet slechts een zonde uit trots en arrogantie was. Het was ook een zonde uit ongehoorzaamheid en een kwaad doen door een concrete daad van hybridisatie van de menselijke soort, die door onze stamvader Adam werd begaan, die 46 chromosomen had en de eerste was van de genealogische levensboom. Dat geschiedde omdat hij seksuele betrekkingen had met het enige vrouwtje van de soort die onmiddelijk aan de mens voorafging. Zij kwam chromoso­maal over­een omdat zij bij uitzondering door God van 47 chromosomen was voorzien met het oog op haar taak als ‘surrogaatmoeder’ voor de zonen van God. Zij behoorde tot de wilde genealogische boom van de voorvaders die van nature 48 chromosomen had. De ‘generatieve’ seksuele daad veroorzaakte een biologische vervuiling of ontre­geling, en leidde tot een psychosomatische regressie in de illegitieme hybride tak. Dit had tot ge­volg dat menselijke individuen ontstonden die er als dieren uitzagen, som­mi­gen met 46 chromo­somen en weer anderen met 47. Hun karakters waren zodanig mis­vormd dat ze op de die­ren van een minderwaardige soort geleken. Het was deze invo­lutie, die gene­tisch aan de geschonden afstammelingen werd doorgegeven, die deze mensen het as­pect van hominiden gaf.

  Ook die andere tak – die van Adams pure en legitieme afstammelingen, de zonen van God, die veel generaties onaangetast bleven – werd door onderlinge vermeng­ing gaandeweg in de verdorven tak opgenomen waardoor alle mensen ‘geleidelijk aan’ door de gevolgen van de erfzonde werden besmet. Dit is de verklaring van de cryp­tische uitdrukking in het tweede vers van Genesis 6 – die bijbelkenners eeuwenlang voor raadsels stelde. Dit vers spreekt van “de zonen van God, die naar de dochters van de mensen keken en zagen dat zij aangenaam waren om naar te kijken, en zij kozen van die dochters naar wat hun hart begeerde.” Dit was omdat die meer op hun voor­vader Adam leken. Deze zonde stond aan het begin van een afschuwelijke tragedie voor de mensheid, omdat het de oorsprong is en ware oorzaak van elk soort lijden. Want niet alleen bracht dat binnenin de menselijke natuur genetische afwijkingen die tevens de immunologische verdediging aantastten, maar het introduceerde ook de ba­sale dier­lijke instincten van agressiviteit en eigenmachtig handelen. Alhoewel gevallen van 47 chro­mosomen – zoals typisch voor het Down syndroom – zeldzaam zijn geworden na on­telbare door God geleide selecties, zijn we toch allen dragers van heel wat chro­moso­male afwijkingen. De erfzonde is dus genetisch ontstaan en doorge­geven, of “bio­lo­gisch”, zoals paus Benedictus XVI het exact formuleerde tijdens zijn alge­mene audi­ën­tie van 10 december 2008.

  Nadat de zonen van God – de zuivere directe afstammelingen – waren uitge­stor­ven en de hybride mens een dieptepunt had bereikt, en nadat een aantal catastrofen, waaronder de zondvloed, de meest verdorven takken had afgebroken, zorgde God voor een herstel van de overlevenden. Alleen Noachs familie redde Hij van de zond­vloed, wiens kinderen niet genetisch zuiver waren maar toch minder verontreinigd dan al die anderen. Pas daarna onstond de scheiding tussen de rassen.

  De vermenging van karakters van individuen die tot verschillende degenera­tieve groepen behoorden met diegenen die tot de superieure groep behoorden heeft anthro­pologen op het verkeerde been gezet. In de oude geologische lagen bevinden zich ver­schillende soorten hominiden en vondsten daarvan hebben ze als bewijs gezien van een spontaan evolutionair proces. Zij bevonden zich niet in een positie om bij hun ont­dek­kingen on­derscheid te maken tussen de vondsten die tot de involutiefase behoorden en die tot Gods regeneratief werk behoorden of her-evolutiefase.

  Toen God besloot dat de tijd rijp was geworden omwille van het feit dat de mens weer over een voldoen­de gezonde geest beschikte en voor zijn daden verantwoordelijk kon wor­den gesteld, zond Hij, zoals dat heet, ‘in de volheid der tij­den’ zijn Zoon Jezus om de mensen van goede wil met Gods Geest te verrijken, die­zelfde Geest die God we­gens de erfzonde in de ver­dorven tak daaruit had te­rug­getrok­ken (Gen. 6:3). Im­mers, Gods Geest kan niet in ver­dierlijkte men­sen verblijf hou­den. We mogen zeg­gen dat het proces van de licha­melijke ver­los­sing, of het her­stel van li­chaam en psyche, mil­joe­nen ja­ren ge­le­den aanving en dat de door Chris­tus vol­brachte gees­te­lijke ver­los­sing een twee­de schep­ping is.

Wie was Don Guido

  Don Guido Bortoluzzi, de pionier van dit wonderbaarlijk inzicht, werd door God als intermediair verkozen tussen God zelf en de mensheid. Don Guido werd in 1907 in Puos d’Alpago geboren, een dorp­je in het noordoosten van Italië op onge­veer twintig kilometer van Belluno. Zijn ouders waren lagere school leraren. Don Guido voelde zich tot het priesterschap ge­roepen toen hij nog maar twaalf jaar oud was. Dat was aan het eind van de Eerste Wereld­oorlog. En hij ging toen naar het semi­narie. Tijdens zijn seminarietijd kreeg hij de eerste voorspellingen over zijn toe­kom­stige dagen als ‘profeet’. In 1922 pro­fe­teerde St. Johannes Calabria aan de rec­tor van het seminarie, waar de jonge Guido toen bijstond, dat hij als oudere man een boek zou schrijven over de bijbelse Gene­sis. Zes jaar later, toen Guido in zijn twee­de theologiejaar was, deed een charismatisch priester uit Bolivia, de eerwaarde Mateo Crawley, een voorspelling over hem ten overstaan van al de aanwezige pries­ters, dat hij openbaringen van de Heer zou krijgen over duistere punten die betrekking hadden op Genesis. Bij die gele­genheid voorspelde Mateo Crawly ook dat een andere semi­narist, Albino Luciani gehe­ten, tot de hoogste rangen van de kerkelijke hiërarchie zou opklimmen, maar dat dit he­laas van heel korte duur zou zijn.[1]) Na nog eens vier jaar, aan de vooravond van zijn priester­wij­ding, spoorde zijn mentor hem aan om “de Heer te danken als Hij hem het ge­heim van de erfzonde zou hebben geopenbaard, omdat wij dankzij die kennis een volledig begrip kunnen krijgen van de verlossingseconomie.”

  Als priester in zijn eerste parochie kreeg hij een onverklaarbaar en onverwacht be­zoek van Teresa Neumann, de welbekende Duitse mystica, die hem vertelde dat de Heer een groot plan van zijn Barmhartigheid voor hem had, en zij raadde hem aan alles op te schrijven. Zij voorspelde hem ook een leven van groot lijden.

  Maar er is meer. In 1945 toen hij parochiepriester was in Casso, gebeurde er iets uitzonderlijks. In de geest en 18 jaar voordat het plaatsvond zag hij met alle tragische details de catastrofe van de Vajontdam.[2]) Hij waarschuwde de burgemeesters en paro­chie­priesters van de betrokken plaatsen, maar omdat de dam nog niet bestond, zag nie­mand het gevaar. Men nam hem niet serieus en zijn brieven werden vernietigd. Boven­dien raakte hij onder collegapriesters bekend als ‘die visionair’ en werd hij sindsdien nogal vreemd bevonden.

  In 1972, toen hij ontmoedigd was geraakt en zich zorgen maakte over het gebrek aan medewerking van de parochie in Chies d’Alpago en hij zichzelf als een morele mis­lukking zag, bezocht de Heer hem met een langdurig visioen waarin Don Guido de schepping van het heelal zag en ook de eerste Mens in zijn natuurlijke omgeving; ten­slotte zag hij de geboorte van de eerste Vrouw die de Heer had voorbestemd om de legitieme partner van de Mens te zijn. Tevergeefs trachtte hij zijn ervaring met zijn overste te delen, maar het bleek dat niemand bereid was zich te verdiepen in wat zulk een onge­loofwaardig verhaal leek.

  Er waren andere en kortere visitaties waarin Don Guido de erfzonde zag, het doodgaan van Abel; hij zag ook de afstammelingen van Kaïn, van hem die de eerste hybride mens was, wat wij tegenwoordig allen zijn.

  Don Guido stierf op 84-jarige leeftijd na zich een leven lang aan zijn priester­lijke taak te hebben gewijd en aan de bestudering van zijn persoonlijke interesses: archeo­lo­gie, paleontologie, anthropologie, genetica en alles wat verband houdt met het ontstaan van de aarde en van de mensheid. In het begin werd zijn belangstelling voor deze ge­bie­den getrokken door de verschillende profetieën die hij had ontvangen, een be­lang­stel­ling die later door de wens werd gevoed een correcte interpretatie te ge­ven aan de ont­vangen ‘openbaringen’.

  Hij bracht zijn laatste levensjaren door in een rusthuis na ontelbare vernede­ringen te hebben ondergaan door zijn oversten en collega priesters. Hij heeft de vol­doening niet mogen smaken te zijn geloofd of zijn geschriften in drukvorm te hebben zien uitkomen. Die werden pas na zijn dood verzameld en uitgegeven.

Het Visioen van Don Guido

  In het midden van de nacht, het was 14 augustus 1972, of zo u wilt in de vroe­ge ochtend van de 15e op het feest van Maria ten hemelopneming, kreeg Don Guido, toen 65 jaar oud, een onver­wacht bezoek van een engel. Die wekte hem en be­reidde hem voor op de komst van Onze Lieve Vrouwe alsook van de eerste Vrouw. De ene maakte zich bekend als “de Moeder van Jezus en de Moeder in de Geest van alle ver­losten” en de andere als “de natuurlijke moeder van de zonen van God”. Het hoeft geen betoog dat Don Guido hier erg verbaasd over was.

  Ze vroegen hem zijn Bijbel ter hand te nemen. Niet de meest recente die uit drie delen bestond en in de buurt lag, maar de Bijbel met het commentaar van de priester Marco Sales, waarbij het Oude en Nieuwe Testament in één deel waren samengebon­den. Zo werd de onafscheidelijkheid van beide delen benadrukt. Het on­der­streepte ook de bewering van Sales dat de bijbelse Genesis aan Mozes moet worden toege­schre­ven, een gegeven dat door sommige moderne bijbelgeleerden wordt ontkend. Toen de twee vrouwen zich terugtrokken, verscheen de Heer die zich als “Ik Ben” presenteerde.

  De Heer wijst onmiddelijk op een fundamenteel aspect: “Deze nieuwe openba­ring vervangt niet de Mozaïsche Genesis, maar neemt die in zich op en ver­dui­delijkt die.” En gaat Hij verder: “Ik zal je leren om in dat boek de dingen die je niet begrijpt tussen de regels door te lezen [en aldus] aan Genesis een juiste uitleg te geven”.

De Eerste Mens

  Het visioen vangt aan met een landelijk tafereel. Een bijzonder knappe en lenige man, de Jongeman, is bezig een honingraat te plukken om naar het vrouwtje van de voormenselijke soort te brengen, die op het punt staat het Meisje te baren, die na­der­hand als zij groot is geworden zijn legitieme partner moet worden. Verder in het ver­slag zal de Heer uitleggen dat de pasgeborene de vrucht is van een nieuwe creatie waar­van de eerste cel door de Heer in de uterus van dat vrouwtje werd geïmplanteerd, die hier als surrogaatmoeder fungeerde. Dat vrouwtje was van een soort die aan de menselijke soort voorafging. Eenzelfde gebeurtenis had vóór de geboorte van de Jongeman plaatsgevonden, die zich nu op de blijde gebeurtenis voorbereidt. Het tafe­reel dat de Heer openbaart, vindt in een gebied plaats tussen de Zwarte en Caspische Zee, niet ver van het tegenwoordige Ninivé. De gebeurtenis situeert zich aan het eind van de Eocene periode ter afsluiting van de schepping van de grote zoogdieren.

  Het woonoord is heel mooi. Het ligt in het voorgebergte van de hooglanden en is rijk aan vegetatie. Het strekt zich uit naar een grote vlakte die bedekt is met rijpende en spontaan opgroeiende graanachtige gewassen. De zon staat hoog en de hemel geeft een serene aanblik. De Jongeman heeft duidelijk heel wat werk verzet als we zijn huis in ogenschouw nemen dat hij halfopwaarts in een ruimte tussen twee natuurlijke richels heeft gebouwd met muren van mergelsteen die helemaal vlak zijn en loodrecht omhoog staan. Hij heeft door middel van holle bamboestokken water in het huis geleid. Hij had ook met gebruik van leren riemen en scherpe stenen en dijbenen van dieren een aantal werktuigen gemaakt. In het huis staan een houten tafel en stoelen en er zijn verschillen­de kommen die van de schedels van graseters zijn gemaakt waarvan hij de oogholtes met pek had dichtgesmeerd.

  Aan de muur hangen een aantal zakken van dierenhuid en op tafel liggen schra­pers om dierenhuiden te villen, en ook priemen. Dat alles was keurig gerangschikt. Er was ook een soort bijl die bovenop een kastje lag. De deur was van gewoven riet en er wa­ren twee raamachtige openingen waardoor licht in huis viel. We moeten niet ver­baasd staan over de aanwezigheid van dit ingenieus handwerk, want de Man, de eerste Mens, was nog niet met de erfzonde belast, maar was volmaakt. Hij was dus uitzon­der­lijk intelligent, meer dan enig moderne wetenschapper die onvermijdelijk in zich­zelf de door de erfzonde veroorzaakte ge­breken draagt, zelfs als we ze niet kunnen onder­schei­den, want er bestaat geen vergelijkingsmodel. Het spreekt trouwens vanzelf dat het God was die hem taalvaardigheid en het gebruik van vuur had bijgebracht.

  Het tafereel gaat verder en richt zich op de voormenselijke familie in de vallei, waar een vrouwtje verblijft die op het punt staat te baren. De Heer noemt deze beesten ‘voorouders’, en Hij nodigt Don Guido uit hun lichamelijke kenmerken te bestuderen. Het zijn geen echte apen, in elk geval niet zoals wij die kennen. Hun soort is inmiddels uitgestorven, of beter, het zuivere ras bestaat niet meer door hybridisatie met de mense­lijke soort. Hun voorouderlijke kenmerken hebben wij in onszelf opgeno­men, maar in verzwakte vorm als gevolg van veelvuldige selectie. Want in onze dagen zijn we allen de vrucht van die kruisbevruchting die de ‘erfzonde’ wordt ge­noemd. We zullen daar later op terugkomen.

  Het uiterlijk voorkomen van deze voorouders was uitgesproken lelijk. Ze waren net iets meer dan een meter lang en stonden rechtop, de huid was roodachtig en spaar­zaam bedekt met borstelig zwart haar. Hun korte poten besloegen ongeveer een derde van hun totale lengte. Hun armen reikten tot aan de kuiten terwijl hun voeten klein en stomp waren. Ze hadden brede schouders en smalle heupen. Hun aangezicht was plat met een laag voorhoofd waaronder wijd open neusgaten in plaats van een neus. Er was geen kin en de mond was breed en reikte bijna tot aan de oren. De mannetjes hadden lange puntig gevormde oren die rechtop stonden en zo’n 5 tot 6 centimeters boven hun platte sche­del uitstaken. Als ze voortbewogen flapten ze op en neer. Ze leken meer op de lange oren van een of ander schaap. Het waren gehoorzame tamme beesten die ge­schapen leken te zijn om de mens bij hun zware veldarbeid te helpen of bij andere een­voudige taken zoals stenen sjouwen. Hun ogen hadden haast een menselijk soort uit­drukking, en ze waren natuurlijk slimmer dan honden. De toon van hun stem wijzig­de om aan te geven wat ze wilden, ze konden niet praten. De Heer noemde hun soort de ‘wilde boom’ om onderscheid te maken met de menselijke soort die de ‘boom des levens’ werd genoemd [in geestelijke zin]. De aardse tuin, of het paradijs, besloeg de gehele aarde want de gehele schepping leefde in onderlinge harmonie.

  Na dit landelijk tafereel, waar we later in dit verhaal op terugkomen, verandert het visioen radicaal en toont God aan Don Guido de schepping van het heelal, de ster­ren, de aarde, de maan en het ontstaan van het leven hier op onze planeet. Tegen een zwarte achtergrond verschijnt een hoofdletter A, enigszins schuin geschreven, wat de Heer de ‘Alfa’ noemt, die symbool staat voor de Schepper. Naast deze A staan zes pun­ten in twee groepen: de eerste groep bestaat uit vier en de tweede uit twee punten. Deze symboliseren de zes stadia of scheppingsdagen. In de zwartheid van de hemel ver­schijnt een open hand die roze-achtig is en transparant [om Gods creatieve werk uit te beelden]. Vanuit de palm van die hand komt een vonkenregen die langs de vingers in geometrische patronen uiteen waaiert. In allegorische voorstelling zijn dit de subato­maire deeltjes die in het Mozaïsch scheppingsverhaal eenvoudig ‘licht’ worden ge­noemd. Deze markeren de schepping van ruimte en tijd als de twee onmisbare ingre­diënten, waardoor de gehele schepping kan bestaan. Dit is het eerste stadium of de eer­ste dag. Aan dit ‘begin’ ging het oneindige niets vooraf, de duisternis: koud, zwijgend en on­doordringbaar voor zowel licht, hitte of geluid, indien die al zouden hebben be­staan. Alleen God bestond in onmetenlijke oneindigheid; pure Gedachte die voor onze door de erfzonde beperkte geest ondenkbaar is.

  Toen de omgeving vol was van deze rondzwermende vonken, verdween alles en werd het opnieuw donker. Toen verscheen een stipje dat continue een intens wit licht uitstraalde. Rondom die stip vormden zich andere lichtgevende witte stipjes. Toen hun aantal toenam gingen ze op ordelijke manier rond de oorsponkelijke stip draaien, ter­wijl ze in een uitdijende spiraal naar buiten dreven. Dit was het tweede stadium of de tweede dag. Dit stadium omvatte de schepping van het atoom en de daarmee verband houdende materie waar de sterren in het heelal en alle elementen uit bestaan.

  De oerknalgedachte spreekt dit visioen niet tegen omdat deze gedachte de nadruk op het tweede gedeelte van het proces legt. De oerknal verklaart het onstaan van ga­laxieën, maar geeft niet aan waar de energie vandaan kwam die tijdens de oerknal in materie werd omgezet. Dat wordt hier in het eerste scheppingsstadium verklaard.

  In de stroom witte sterren ziet Don Guido in zijn visioen een ronde massa te­voor­schijn komen. Deze is groter dan de rest en wordt nu door een rood uiziende bol ge­troffen, die licht afgeeft en vonken. De twee zijn even groot met dit verschil dat de rode een lange wit-blinkende staart heeft. Het is dus een komeet. Na de inslag ver­dwij­nen beide in een zwarte wolk uit het zicht.

  Bij het uiteendrijven van de zwarte wolk komt de aarde tevoorschijn als een opaal-witachtige bol. De aarde was nog steeds kaal en zonder water, bergen en val­leien. Het oppervlak is overal identiek, uitgezonderd een ijskegel op de noordpool met twee cirkelvormige wolken die de top bedekken. De zuidpool is wijdopen en vlak. In plaats van een ronde bol leek de aarde meer peervormig te zijn, wat betekent dat de gloeiende kern zich niet in het centrum bevond maar in de richting van het zuidelijk halfrond. Door de extra hitte die dit veroorzaakte, waren er grote spanningen in de aardkorst waardoor deze dunner werd en de gloeiende massa binnenin moeilij­ker kon vasthouden. Dit was het derde stadium of de derde dag.

  Dan begint de nog steeds kale aarde plotseling heftig te bewegen en schudden. Aan de achterkant vindt een explosie plaats in een regio die overeenkomt met de Stille Oceaan. Enorme stukken aardkorst worden in de lucht geworpen, een tumultueuze en gigantische rookwolk met zich meeslepend. Na uitzonderlijk hoog te zijn gesmeten vallen som­mige van deze massa’s op de aarde terug en vormen op die manier kraters en hoge bergen. Een deel valt niet terug. Deze gigantische zwevende massa’s worden door hun onderlinge aantrekkingskracht naar elkaar toegetrokken en zo vormt zich ten­slotte de maan. Dit is het vierde stadium.

  Twee van de directe gevolgen van de explosie waren een verschuiving van de aardas – wegens de initiële tegenkracht – en het in gang zetten van de continentale drift, in een spontane reactie om de angstwekkende afgrond te dichten die door de explosie was veroorzaakt. Met de toevloed van water onstond alzo de Stille Oceaan. Op de randen van de afgrond glijden gigantische brokken aardkorst in de immense kra­ter terwijl aan de keerzijde van de aarde een plotselinge formatie onstaat van diepe ravijnen die in de dwarsrichting lopen van de noord-zuid as, gekend als de Mid-Atlantische Rug die zich van de Noord- tot Zuidpool uitstrekt. Daaruit ontstond het S-vormig bekken van de Atlantische Oceaan. Met iedere volgende explosie in belen­dende percelen van de Stille Oceaan [opnieuw het voorwerp van beroering omdat deze door het nieuwe litteken kwetsbaar was gemaakt en vatbaar voor verandering] groeien de zojuist besproken ravijnen – aan de keerzijde – tot de Atlantische Oceaan uit.

  De andere groep punten, die door een kleine afstand van de eerste vier waren gescheiden, betreffen de vijfde en zesde scheppingsdag. Dat wil zeggen, de schepping van het planten- en dierenrijk, die symbolisch op de vijfde dag zijn verenigd. En dan vindt op de zesde dag de schepping van Man en Vrouw plaats. In dit laatste stadium introduceert God het geestelijk element, de ‘omega’ die de zonen van God symboli­seert.

  Na dit panorama dat de gehele schepping overzag, keert het visioen naar het punt terug waar het een aanvang nam. We zijn weer bij de scène toen de ‘vrouwelijke voor­ouder’ op het punt stond het Meisje te baren, de eerste Vrouw. Het is de zesde dag. Het toneel van de geboorte zelf wordt in allegorische beelden getekend om Don Guido’s gevoeligheid te sparen. De pasgeborene moest het laatste meesterstuk van de schepping zijn, of om in de taal van de ongelovigen te spreken: de vertex van het phylum van de soort. Hierna zouden er geen nieuwe soorten meer ontstaan.

  De Heer noemt deze vrouw een ‘brug’, een term die Don Guido niet begreep en daarom legt de Heer uit: “Zij had een ‘bruggenhoofd’ moeten zijn, maar de mens, aan­matigend en ongehoorzaam, zorgde dat zij een ‘brug’ werd – een brug tussen de twee soorten, dat wil zeggen tussen de pure en legitieme zonen van God en hun voor­ouders.” Don Guido zou deze uitleg pas aan het eind van de ‘openbaring’ volledig begrijpen. Hij vatte het in de volgende woorden samen: Het ‘bruggenhoofd’ was het vrouwtje van om het even welke soort wiens uterus door God werd benut voor zijn creatief werk. Het was voor de foetus een soort incubator en vroed­vrouw. Van de pseudo- of surrogaat-moeder ontving het geen enkele gen omdat het een totaal nieuwe schepping was. [Het ‘bruggenhoofd’ is hier de funderingspijler aan het begin van een brug waarop de boog rust die naar de overkant gaat.]

  In plaats daarvan verwijst de term ‘brug’ naar die vrouwelijke voorouder die twee jaar na de geboorte van het Meisje gemeenschap had met de ongehoorzame mens. Door de overdracht van haar eigen genen kon zij een brug vormen tussen de twee soor­ten. Hierdoor werd een hybride zoon gecreëerd, Kaïn genaamd. Op deze manier werd gestalte gegeven aan de nieuwe hybride en illegitieme menselijke soort, bekend staan­de als de ‘zonen van de mensen’ of eenvoudiger de ‘zonen van de Mens [Adam]’ – Adam betekent in het Hebreeuws ‘mens’. Tijdens dit voorval is God, die zijn werk had beëindigd, niet tussenbeide gekomen om nieuwe gameten te scheppen. Immers, de schepping van de twee voorouders van de volmaakte menselijke soort was reeds vol­bracht. Door de illegitime en hybride zoon werd de mens drager van ernstige gebreken. Alhoewel Kaïn net als zijn vader 46 chromosomen had, kwam zijn lichamelijk gestalte overeen met die van zijn beide voorouders en was zijn intelligentie heel beperkt, zijn spraak gestoord en derfde hij de Geest Gods, want zijn beestachtige trekken maak­ten hem onbekwaam om de gaven van de Geest te hebben.

  Meer dan twaalf keer bevestigt de Heer in de Mozaïsche Genesis dat elke soort zich naar zijn eigen soort moet vermenigvuldigen. Ter bescherming van de soort was dit het enige gebod dat Adam kreeg. Maar Adam was ongehoorzaam. Is dit geen waar­schuwing, zelfs in onze tijd, nu geleerden opnieuw trachten deze barrière te door­breken? God schonk al zijn goederen aan de mens en voor zichzelf behield Hij alleen het recht op het leven en zijn veelvuldige aspecten: conceptie, geboorte en dood. In de overtreding van dit gebod onstonden alle problemen die de mensheid sindsdien heb­ben gekweld, en zo zal het opnieuw zijn (indien de genetische overtre­dingen aanhouden).

  Bovendien besefte Don Guido een ander belangrijk zaak over de Mozaïsche Genesis, waarin staat dat de erfzonde door Adam en Eva was begaan. In aanmerking nemend dat de vrouwelijke voorouder, die door de Heer een ‘brug’ wordt genoemd, het­zelfde vrouwtje was dat Don Guido met Adam zag zondigen, is zij het die we altijd Eva hebben genoemd. Eva is daarom niet Adams legitieme vrouw, maar zijn partner ter gelegenheid van die zonde. En dit brengt ons bij de mondelinge Hebreeuwse tradi­tie, waarin sprake is van de twee vrouwen van Adam, de ene Lilith [Eva] ge­naamd, die monsters en demonen voortbracht [de hybriden], en de andere [de Vrouw] die mensen voorbracht [de zonen van God]. En omdat Eva tot de voorouderlijke soort behoorde en als beest onderhevig was aan de impulsen die van haar vrucht­baar­heids­cylus af­hing­en, kan zij voor deze daad niet verantwoordelijk worden gesteld. Daarom, indien zij voor deze zonde geen schuld droeg, valt de verantwoordelijkheid uitsluitend op Adam. In feite zegt St Paulus in zijn brief aan de Romeinen uitdrukkelijk dat de schuld alleen bij hem lag (Rom. 5:12-19).

  Zoals door de fout van slechts ‘één’ de dood in de mensheid heerste [geestelijke dood en opeenvolgende uitroeiing van de zuivere menselijke soort van de zonen van God], is daarom door de verdiensten van slechts ‘Eén’, Jezus Christus, voor hen die de Genade ontvangen de gerechtigheid gekomen, of de verlossing – of om met de woor­den te spreken van de heilige vader Benedictus XVI in een van zijn predikingen, die van 3 december 2008: “zijn zij geestelijk geregenereerd”.

  ‘Eva’ is eigenlijk geen correcte naam maar een atribuut in de betekenis van ‘moeder van alle levenden’ (Gen. 3:20). Zij was niet zijn echte vrouw, maar fungeerde in de erfzonde als Adams partner. Voor Adam en de Vrouw was zij daarom een sur­rogaatmoeder, maar voor Kaïn de echte moeder. Via hem nu werd zij voor de tijd waarin wij nu leven de stammoeder van allen. Het is als volgt: door deze zonde zijn wij tegenwoordig allen ‘zonen van Eva’ aangezien ieder afzonderlijk van Kaïn afstamt (hetzij direct of indirect).

  Uit dit alles mogen wij afleiden dat de eerste Vrouw, die ten tijde van de erf­zonde ongeveer twee jaar oud was en later toen zij groot was geworden Adams recht­matige vrouw werd, totaal niets te maken had met de erfzonde. Daarom dient zij te worden gerehabiliteerd. De Heer benadrukte: “Weet wel dat zij onschuldig is!”

  Eva zag er onaantrekkelijke uit. Zij was het enige vrouwtje van haar soort met een gladde witte huid, wat God met opzet zo had geschapen om haar lichamelijk tussen de voorouderlijke en de menselijke soort in te laten staan om op die manier misschien beter als verzorgster en moeder te kunnen optreden. Zij leek op de leden van haar eigen soort omdat ze klein was [slechts iets langer dan een meter]. Ze had korte benen en lange armen en handen. Haar romp en borst geleken op die van een vrouw. In Don Guido’s visioen zat ze na de bevalling in zittende houding en omarmde het kind in haar armen. De gelaatsuitdrukking was er een van tevredenheid. Ze had grote enigszins uit­puilende ogen, maar toch was er iets in haar voorkomen dat menselijk leek. Ze gaf in­druk tevreden met zichzelf te zijn, onderwijl omlaag kijkend naar het kind. Haar bre­de mond had dunne lippen en weken terug tot aan de achterkant van het kaakbeen. Al etend droop de honing uit haar mond. Die honing kwam uit de honingraat die de Jonge­man reeds eerder voor haar had gehaald. Door haar platte gehemelte kon Eva als zij at geen voedsel binnenhouden…  geen prettig gezicht om te zien. Als ze haar mond open­de kon je al haar tanden zien die er gezond uitzagen, wit en regelmatig. De hoek­tanden waren langer dan de rest, als bij een slang. Eufemistisch en met zekere ironie noemde de Heer haar de ‘slang’ als symbool van haar slimheid en intelligentie die hoger waren dan van alle andere dieren. Net als haar soortgenoten maakte ze gelui­den door haar lange puntige tong naar buiten te steken, waardoor ze geen woorden kon vormen. De tong scheen aan de achterkant van haar keel te zijn vastgehecht.

  Zij had het begin van een neus, maar die ontbrak geheel bij haar soortgenoten. Ze had ook geen kin. Haar donkere half doorschijnende haar dat boven haar ogen be­gon en haar lage voorhoofd bedekte, ging tot aan de achterkant van haar nek door. Vanuit het haar staken haar oren aan de zijkanten van haar hoofd naar buiten toe. Ze had hoekige schouders en rozeachtige wangen.

  Als zij er zo onaantrekkelijk uitzag, wat kon de ‘Man’ ertoe hebben gebracht om twee jaar na de geboorte van het Babymeisje die zonde te doen, een misstap met zulke ernstige gevolgen? Het kon zeker geen eenzaamheid of seksuele drift zijn geweest, in aanmerking nemend dat hij, de volmaakte mens, niet door dat soort impulsen werd be­heerst, die de gekwetste mens, getekend als hij is door de erfzonde, heen en weer slingeren. Wat meespeelde was het idee andere mooie kinderen te verwekken voort­komend uit die ene vrouw. Zij had reeds tweemaal bewezen een goede ‘producent’ te zijn; eerst had zij hemzelf geboren laten worden en nadien het Babymeisje. Maar dat was niet de enige reden, want het gaf de mogelijkheid om ‘los van God’ een familie te stichten. God wil voor al Zijn Kinderen een geestelijk Vader zijn; Adam echter wilde zijn eigen kinderen hebben en alleenheerser zijn over zijn nageslacht alsook over de door God aan hem toevertrouwde aarde. Met deze opzet wilde hij de aarde besturen en van zijn vruchten genieten. Hij kon niet hebben geweten dat God door een speciale in­ter­ventie in Eva’s baarmoeder de eicel van de menselijke soort had geschapen, ge­reed staande voor de conceptie van het Babymeisje. Hij veronderstelde dat zijn zaad alleen voldoende was om nieuw leven te scheppen in de trant van een zaadje dat in de aarde valt en ontkiemt.

Aldus vertegenwoordigt de figuur van de wilde genealogische boom Eva’s voor­ouderlijke afkomst. Toen hij Eva in zijn slaap ‘bekende’ was zij voor Adam de ‘boom van kennis van het goede’. Naar Gods wil is toen het Babymeisje ontstaan. Later werd het de ‘boom van de kennis van het kwaad’ toen Adam op eigen initiatief seksuele betrekkingen met haar had. Daar dit niet volgens Gods plan was, onthield God hieraan zijn creatieve bemoeienis. Adams val werd dus door arrogantie veroorzaakt, door trots, zelfgenoegzaamheid, ongehoorzaamheid en opstandigheid.

  De slang Eva was, zonder dat zij zich dat zelf realiseerde, de ‘vislijn’ die voor Adam uitstond. Hij bezweek voor de verleiding om in concurrentie met God zijn eigen mooie kinderen te maken, …en hij hapte toe.

  De uitdrukking ‘boom van kennis van goed en kwaad’ dient in bijbelse zin te worden opgevat, waarbij ‘boom’ voor ‘genealogische boom’ staat en ‘kennis’ en ‘eten’ voor ‘generatieve [seksuele] betrekkingen’. Hetzelfde woord staat in deze betekenis in het Evangelie van Lukas, waar Maria aan de aartsengel Gabriël zegt dat zij geen ‘ken­nis’ heeft aan een man.

  Voordat de erfzonde plaatsvond waren seksuele betrekkingen tussen Adam en Eva in Gods plan voorzien. Dat vond effectief plaats toen Adam in diepe slaap was verzon­ken, zodat hij zich daar later niet meer van kon herinneren en het daarom ook niet zou willen herhalen. Zo werd het Babymeisje verwekt. De Bijbel wijst op Adams rib, dat wil zeggen op zijn zaad. In deze delicate situatie was het God zelf die binnenin Eva’s baarmoeder een perfecte gameet van de zuivere soort van de zonen van God creëerde. Samen met Adams gameet leidde dit tot het leven van de eerste cel van het allermooi­ste kind. In aanmerking nemend dat Eva niet aan de conceptie deelnam mid­dels haar eigen voorouderlijke chromosomen, betekende dit dat deze vrucht, de ‘Vrouw’ gehe­ten, in wezen goed was. Evenwel, betreffende de ‘boom van kennis van kwaad’, nam Eva aan de conceptie met haar eigen chromosomen deel die daardoor geboorte gaven aan een kwade vrucht, Kaïn geheten. Volgens de wetten van Mendel werd dat een kruising tussen twee soorten, een product zijnde van hybridisatie. De ‘boom van kennis van goed en kwaad’ werd voorbij de grenzen van Gods plan ‘ge­kend’ en ‘gege­ten’. De vrucht die daaruit onstond werd drager van de dood en het ele­ment dat de lichamelijke en psychische integriteit van de mens aantastte. Gaande­weg dreef de hominide staat van de hybriden de andere soort uit. Hun toenemende getals­sterkte kwam uit een gro­te­re vruchtbaarheid voort ten aanzien van de pure zonen van God.

  Het verdorven bloed zou “de demoon voor de mensheid” worden, zei de Heer, want het vergiftigde zowel het hybride nageslacht van de zonen van de Mens, dat on­derhevig was aan involutie, alsook de legitieme afstammelingen die in de loop der tijd als zuivere soort werden uitgeroeid omdat het genetische kruisingen aanging met hy­bride vrouwen. De suprematie van de hybride soort werd daardoor in de hand gewerkt. Dit verklaart het raadselachtige vers van Genesis 6:2 waarin staat dat de zonen van God zien dat de dochters van de zonen van de mensen mooi zijn [omdat hun uiterlijk meer geleek op hun patriarchale voorvader]. En dat leidde ertoe dat ze daar naar eigen goeddunken vrouwen uitkozen, die slaaf werden of concubine. Zo werden beide stam­men verdorven. Dit leidde ertoe dat de Omega een misbaksel werd. De Omega staat hier symbool voor de genetisch perfecte familie van de legitieme zonen van God die wij reeds tegenkwamen in de zesde-dags-schepping, verafbeeld door de laatste van de zes stippen. Zoals het de Alfa betaamt, ontving het Gods Geest. In Jezus zou de Omega wederopgericht worden. Dankzij de Verlossing kan Gods Geest over de ver­losten wor­den uitgestort, en wel ten tweede male. En zo worden zij Gods adop­tieve kin­deren.

  Het Babymeisje groeit op en is ongeveer drie jaar oud als Kaïn wordt geboren. Als Adam ziet dat Eva geboorte geeft aan wat op een voorouderlijk jong gelijkt, “wor­den zijn ogen geopend” en doorziet hij zijn fout. Nadat Kaïn is gezoogd stuurt hij Eva weg. Het was dus niet God die Adam wegzond, maar ‘meester Adam’ die Eva weg­zond.

  De Vrouw en Kaïn groeien samen op onder hetzelfde ouderlijk dak. Toen de Vrouw ongeveer vijftien jaar oud was, geeft zij geboorte aan Abel die even mooi en volmaakt is als Adam en de Vrouw, zoals nadien ook al hun genetisch zuivere en directe afstammelingen, de ware zonen van God. Gedurende veel generaties wer­den die naar het beeld en gelijkenis geboren van hun voorzaat Adam. Toen was nog geen sprake van een algemene aantasting door het hybride bloed. Dit toont aan dat de erfzonde genetisch wordt doorgegeven of ‘biologisch’ [zie preek van paus Benedictus XVI van 10 dec. 2008] en dat verklaart waarom Don Guido zei dat wij geen schuld dragen voor de erfzonde, maar slechts de ‘gevolgen’ van die schuld.

  Een nieuw scenario ontvouwt zich. Vooraan het huis zitten op een bank met hun rug naar de muur toe: Kaïn, 15 jaar oud; de Vrouw, 18 jaar oud – die van Seth in ver­wachting is; de Man, 33 jaar oud; en Abel, 3 jaar oud. Ze gebruiken een eenvoudig avond­maal waaronder verse eieren en appels. Kaïn brengt het fruit dat hij verzameld had en uit appels bestond, en Abel, die voor de kippen zorgt, brengt de eieren. De appels zien er goed uit, maar zijn van binnen verrot [ze waren van onder de boom ge­raapt en niet rechtstreeks van de boom zelf]. Abel bijt in zijn tweede rotte appel en gooit die minachtend naar Kaïn toe en raakt zijn hoofd. Dan gaat hij naar de boom toe om enkele goede appels te plukken. In woede ontstoken en beledigd jaagt Kaïn hem achterna. Het geschreeuw van het knaapje is duidelijk hoorbaar. Zijn vader wenkt naar zijn moeder om te gaan kijken wat er plaatsvindt, maar nadat de Vrouw enkele stappen heeft gezet, krijgt ze geboorte­weeën en valt neer op de grond. Haar man helpt onmid­delijk. Terwijl de vader bezig is met de geboorte van Seth, blijven de twee broers alleen. Als de vader later bij hen komt, vindt hij Abels dode lichaam op de grond lig­gen terwijl de voorouderlijke jonkies in ontzetting om hem heen staan. Dezen waren hem te hulp geschoten toen ze zijn geschreeuw hoorden. Adam is als versteend. Door de schok krijgt hij wit haar. Wat is er gebeurd?

  Toen de voorouderlijke jonkies Abel hoorden schreeuwen, schoten ze hem te hulp. Kaïn misbruikte hem. Alhoewel ze het knaapje wilden redden, hebben ze in hun poging de twee broers van elkaar te scheiden en Abel uit Kaïns greep te bevrijden, zijn ledematen ontwricht wat tenslotte zijn dood heeft veroorzaakt. Het schouwspel is afschuwelijk. Kaïn moet zijn slachtoffer wel loslaten. De jonkies probe­ren hem te laten staan, maar hun pogingen halen niets uit omdat hij al dood is. Een vol­wassen voor­ouder, die uiteindelijk arriveert, tilt hem voorzichtig op en is net bezig hem op het veld neer te leggen als zijn vader aankomt.

  Don Guido merkt op dat de genetisch zuivere voorouders [de niet-hybriden] goed waren en tam, en zich trouw opstelden tegenover de Man en zijn kinderen. Alleen Kaïn is door zijn genetische afwijkingen slecht en jaloers en niet in staat de furie van zijn instincten te bedwingen. Hij is bovendien seksueel ontaard.

  Adam bedwingt zijn emoties, maar als hij alleen is maakt hij een afschuwelijk smalend gebaar naar de Heer toe alsof hij Hem toewerpt dat hij niet van zins is nog meer kinderen te maken omdat – volgens hem – God zijn legitieme zoon had moe­ten beschermen. Het kwam niet bij hem op dat hij door God buiten te sluiten hij al zijn kinderen in een moeilijk parket heeft ge­bracht. Door zijn euvele daad kon God niet tussenbeide ko­men, want altijd respecteert Hij onze vrijheid van handelen.

  Seksuele afwijkingen zijn dus op genetische defecten gebaseerd. Kaïns zonde was drievoudig: het was broedermoord, homoseksualiteit en pedofilie. Als gehandicapt individu kon hij niet geheel verantwoordelijk worden gesteld. In dit geval trof zijn vader de grootste schuld – zo gaf de Heer aan – omdat hij ongehoorzaam was geweest en het enige gebod had overtreden dat Hij hem gegeven had, wat inhield dat hij met anderssoortige wezens geen generatieve betrekkingen mocht onderhouden. Genoemde verordening wordt in het begin van de Bijbel minstens twaalf keer herhaald. Het was een waarschuwing voor hem en alle zuivere zonen van God die na hem ter wereld kwa­men. Die deden echter dezelfde fout.

  Het tafereel wijzigt. Don Guido ziet een aantal hybride exemplaren. Het is reeds een aantal generaties verder. Ze zijn van plan een pallisade te bouwen waartoe ze aanwij­zingen krijgen van de zuivere zonen van God. Deze hybriden kunnen spreken, iets wat hun voorouders niet konden, en ze beschikken over een zekere logica en ook hun be­wegingen zijn soepeler. Lichamelijk verschillen ze niet zoveel van hun voor­ouders be­halve dat ze iets langer zijn. Ze hebben wat we zouden kunnen aanduiden als het begin van een neus dat hun neusgaten gedeeltelijk overdekt. Toch hebben ze nog steeds die lange oren die aan de bovenkant van hun schedel uitsteken en nog steeds hebben ze die bijzonder lange armen en korte benen.

  Don Guido keert zich naar de Man toe die aanvoerder is en de hybriden aan­wij­­zingen geeft, en merkt op: “Wat een ijverige dieren!” Een van de harigen hoort dat en keert zich naar Don Guido toe en zegt: “We zijn allen dieren”, waarmee hij zeggen wil dat ook Don Guido een dier is. Don Guido antwoordt: “Hij begreep wat ik zei! Hij praat als een mens!” “Ik bén een mens! We zijn allen mensen, zonen van ‘de Mens’!”

  Deze woorden helpen ons in te zien dat deze harige wezens echt mensen waren en dat ook wij zonder Gods Geest slechts dieren zijn, zij het wellicht iets intelligenter dan de hybriden die Don Guido voor zich zag, want God had door de erfzonde zijn Geest van hen teruggetrokken (Gen. 6:3). Door deze zonde verloren wij onze positie als kinderen of nakomelingen van ‘de Mens’. Jezus past deze titel op zichzelf toe van­uit een houding van nederigheid en om aan te geven dat Hij onze ellendige menselijke conditie van lijden op zich genomen heeft. Daarmede stelde Hij (tijdens zijn rondgang op aarde) zijn legitieme aanspraak op de titel van ‘Zoon van God’ terzijde, een titel die het Sanhedrin juist als argument aanvoerde om Hem te kunnen kruisigen.

  In de laatste openbaring uit 1974 kwamen de twee vrouwen opnieuw naar Don Guido toe: de gezegende Maagd Maria en de eerste Vrouw, terwijl ze verzen uit de vierde canon van de H. Mis zongen: “Zelfs toen hij U ongehoorzaam was en uw vriendschap verloor, leverde U hem [de mens] niet aan de macht van de dood over, maar gaf uw hulp zodat alle mensen U konden zoeken en vinden. (…) Vader, aldus hebt Gij de wereld liefgehad dat U in de volheid der tijden uw enige Zoon hebt gezon­den om onze Redder te zijn.”

  Don Guido merkt hierbij op: Nu de mens vanuit de wilde staat opnieuw is geë­vo­lueerd, zijn diens psychologische en lichamelijke kenmerken goeddeels terugge­won­nen. Via een proces van menigvuldige ingrepen op genetisch niveau heeft God de mens gegenereerd. Door dit gedeel­telijk herstel van zijn capaciteiten van kennis en intel­lect, die eens tot de integrale ‘Mens’ behoorden, is hij thans in staat God te kennen en lief te hebben. En thans is hij ge­roe­pen een sprong te maken van een toestand van een op uiterlijkheden reagerende na­tuur [waar natuurlijke instincten de overhand heb­ben] naar die van een transcendente. Zo zal hij bij de ware kinderen van God horen die in geest aanbidden en als God denken, en zich dus ook op Gods wijze uiten, van Hem die liefde is. Alzo mogen zij in gemeenschap met God het eeuwig leven beërven.

Overdenkingen en commentaar

  Hoeveel theologen hebben in de loop der eeuwen niet vergeefs naar de betekenis gezocht van de uitdrukking ‘zonen van God’! Zegde St Paulus niet in Romeinen 8:19 dat “de hele schepping reikhalzend uitziet naar de openbaring van de zonen Gods” ?

  Er zijn twee dingen die hieruit naar voren springen. Ten eerste, dat de openba­ring niet eindigt met de laatste apostel omdat volgens deze woorden er nog een latere open­baring moest volgen. Dat het ten tweede de apostel Paulus zelf is die zegt dat de schep­ping op een latere openbaring wacht, wat het een stempel van gezag geeft. Deze open­baring is essentieel om de passage van Genesis 6:3 te begrijpen, die voor het lezen van de hele Bijbel een sleutel geeft. Het stelt ons ook in staat te begrijpen hoe God de mensheid volmaakt schiep [zie preek Heilige Vader, 10 dec. 2008], maar dat zich door de ongehoorzaamheid van de zonen van God, die in het spoor van Adams onge­hoor­zaamheid traden, de twee parallelle geslachten der zonen van God en die der zo­nen van de mensen [of nakomelingen van Kaïn] met elkaar vermeng­den om samen één geslacht te vormen. Dat nu omvat de gehele mensheid die wij tegenwoordig ken­nen. Het is daar­om dat de gehele mensheid in een [geestelijk] ‘ballingschap’ geraakte en verwij­derd van het rijk van God. En dat verklaart waarom de Verlossing noodzake­lijk was om op­nieuw toe­gang te krijgen.

  Sommigen onder u zullen misschien tegenwerpen dat deze openbaring voor be­paalde aspecten te veel afwijkt van de Mozaïsche Genesis, met name voor wat Eva be­treft. In Don Guido’s visioenen had zij niets uitstaande met de erfzonde en zij was daar­om totaal onschuldig.

  Dit gebrek aan overeenstemming zou kunnen zijn veroorzaakt door corrupties in de Mozaïsche Genesis in vroeger tijden; eerst door de Jehovist-schriftgeleerden ten tijde van koning Salomon en later door de priester-schriftgeleerden ten tijde van de Babylonische ballingschap en ook nog daarna.[3]) Enig licht schijnt hierop als wij in aan­merking nemen dat de oude mondelinge Hebreeuwse traditie nog altijd over de twee vrouwen van Adam spreekt. Het is niet moeilijk om in Eva Lilith te herkennen. Het geeft ook aan dat delen van Genesis verloren zijn geraakt, zelfs belangrijke delen, en dat sporen daarvan kunnen worden teruggevonden in een aantal schriftuurlijke uitdruk­kingen zoals ‘zonen van God’ en ‘zonen van mensen’.

  Het is vooral in dit laatste decennium dat men naar aanleiding van de verschil­lende schrijfstijlen in de Mozaïsche Genesis tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van verschillende auteurs. Maar dat waren hoogstwaarschijnlijk schriftgeleerden en priesters die bepaalde delen van Gods Woord wensten te actualiseren volgens de toen heer­sende opvattingen van hun cultuur… Hier zien wij wellicht zo’n voorbeeld van de eigendunkelijkheid van de mens. Het is in elk geval zeker dat de Mozaïsche Genesis in het begin alle fundamentele waarheden bezat, alhoewel in eenvoudige vorm, en ook dat daarin het ontstaan van de mens op overtuigender wijze uiteen werd gezet. Maar helaas is de oorspronkelijke Mozaïsche tekst niet meer voorhanden.

  Toen God aan Mozes de openbaring gaf aangaande het scheppingwerk, moest Hij die aan de cultuur van zijn tijd aanpassen en elke moeilijke redenering zoals over de genetica ontwijken, die dankzij onze moderne wetenschap nu wel kan worden ver­staan. Derhalve moest God vroeg of laat opnieuw tussenbeide komen en aanvullende informatie geven over hoe het precies toeging. Wij geloven dat Hij dit door de door Hem gegeven openbaring aan Don Guido heeft gedaan, waardoor in combinatie met wetenschap­pelijke inzichten de oude metaforen nieuw licht krijgen.

  Het zij benadrukt dat de aan Don Guido gegeven openbaringen niet zijn bedoeld om wat resteert van de Mozaïsche Genesis te gaan vervangen. Indien de Heer aan Don Guido deze openbaring gaf, betekent dat geen alternatief voor de Mozaïsche Genesis, maar het wordt daarin geïntegreeerd en biedt ons een sleutel om die te lezen. Het bete­kent ook dat de Mozaïsche Genesis aan rehabilitatie toe is. Er zijn tegenwoordig men­sen die tegen de Mozaïsche Genesis argumenteren. Ik denk aan de evolutionisten die volhouden dat de oorzaak en het ontstaan van de soorten, ja van het leven zelf, in de wet van het toeval moet worden gezocht en niet kan worden toegeschreven aan een God die handelend optreedt. De consequenties hiervan op theologisch gebied zijn ern­stig, omdat de hypothese dat de mens het product is van natuurlijke selectie het prin­cipe aantast dat de Mens op zeker moment in de geschiedenis absoluut volmaakt was. Daarenboven ontkent deze benadering dat de erfzonde hem ‘bio­logisch verdorf’ waar­mee de noodzaak van een Verlos­sing wordt ontzegd, zo­als paus Benedictus heel wijse­lijk in zijn prediking aangaf van 10 december 2008.

  Voorts zeggen bepaalde bijbelcritici dat het verbod dat God aan Adam gaf een teken is van Zijn gebrek aan liefde want, zeggen ze, het is een fundamenteel mensen­recht te weten wat goed en kwaad is. Het is evident dat de beeldspraak in de uitdruk­king ‘boom van goed en kwaad’ moeilijk te vatten is. Het gaat hier immers om een ver­borgen betekenis. Hoe vreselijk arrogant en vooringenomen als men het recht meent te hebben zijn eigen begrip van goed en kwaad te vormen, alsof dat relatieve waarden zijn die van tijd en plaats afhangen!

  Ook is het zo dat deze critici de gedachte hebben geponeerd dat Genesis een mythe is, die aan de heidense culturen en volken zou zijn ontleend, op grond van be­paalde paral­lellen met geschriften uit de Sumerische beschaving uit een periode stam­mend die aan Mozes vooraf­­ging. Ze bedenken niet dat God tot iemand anders kan heb­ben ge­sproken over hoe de mens ontstond, zelfs nog voordat Mozes op het toneel verscheen, en dat een restant van die leer, zij het verminkt, kan zijn overgebleven in de Sumerische beschaving, een be­schaving die de diepere betekenis daarvan niet inzag.

  Weer andere bijbelkenners hebben zelfs het bestaan van Abraham, Izak en Jacob in twijfel getrokken tot Mozes aan toe! Ze zien niet in dat door de geloofwaardigheid van Genesis aan te tasten er over de gehele Bijbel twijfel wordt gezaaid, het Evangelie incluis. Dat laatste wordt op die wijze gedevalueerd tot nauwelijks meer dan een hand­leiding voor ethisch gedrag, waarvan diezelfde bijbelkenners menen dat deze voor onze tijd heeft afgedaan.

  Vanuit geschiedkundig standpunt is het genesisverhaal niets dan pure geschiede­nis ten aanzien van de kernpunten over het onstaan van de kosmos, dat van de mens­heid en van het Hebreeuwse volk, want de fundamentele gegevens die daarin ten toon worden gespreid zijn correct. Uit hetgeen ons in het Mozaïsch veslag is toegekomen en uit de totale vertelling aan Don Guido, hebben wij in samenhang met een aanzienlijke hoe­veelheid kennis uit de he­dendaagse wetenschappelijke praktijk een veel grotere zeker­heid ver­kregen over be­paalde facetten, zoals het tijdselement en de regio waar de mens voor het eerst ver­scheen. Derhalve kan worden aangenomen dat het boek Ge­nesis in ge­schiedkundig opzicht in grote lijnen voldoet en heel wat betrouwbaarder is dan de voorhanden zijnde antropologische hand­leidingen. De bestudering van dit boek dient niet te worden be­lemmerd door allerlei vooropgezette ideeën. Ook dienen de verschil­lende disciplines rekening te houden met wat is geopenbaard en hun kennis trachten in te voegen bij wat is uitgestippeld. Concreet houdt dat in dat er een heel lange periode van degeneratie van de menselijke soort heeft plaatsgevonden, die nochtans volmaakt geschapen was, en dat daarna er een enorm lange herstelperiode volgde waarin God de zaak weer recht­trok.

Nieuwe interpretatie van creationistisch model versus natuurlijke selectie

  De uitlegging van Genesis, die via Don Guido tot ons is gekomen, is niet iets waarmee een discussie kan worden begonnen ten voordele van de evolutietheorie of zijn tegenpool van het creationisme of van een of andere daartussenin liggende theorie, want alle antwoorden liggen in de verklaring opgesloten van een ‘bemiddelende schep­ping’, die sterk afwijkt van alles wat tot nog toe werd beweerd. En deze verklaring is een­vou­dig, logisch en compleet.[4])

  De grote vondst van deze nieuwe kennis is de uitleg van de erfzonde die de mensheid in een involutie bracht, wat doet denken aan een val in een bodemloze put. Deze nieuwe kennis stoot alle theorieën omver die tot op heden aan onze universiteiten werden gedoceerd, en het tast de interpretaties aan van alle vondsten die men als be­langrijke mijlpalen zag. Hoe had een antropoloog kunnen weten of een ontdekking tot de invo­lutie- of de re-evolutiefase behoorde, er vanuit gaande dat de onderzochte gege­vens in slechts één richting wezen? En hoe moesten de hominide groepen worden inge­past, waarvan men altijd had verondersteld dat ze niet tot de menselijke soort behoor­den? Alle antropologische boeken dienen daarom te worden herzien.

  De reden daarvan – en dit vormt een nieuwe ontdekking – is dat de Mens niet enkele miljoenen jaren geleden werd geschapen, maar enkelen tientallen miljoenen ja­ren geleden, in de laat-Eocene periode. Betekent dit dat God zich heeft vergist of dat Don Guido het verkeerd heeft verstaan? Neen! Het betekent dat de grenzen van de wetenschap zich duidelijker voor ogen stellen alsook de illusoire objectiviteit van zijn criteria en a priori opvattingen, en classificatiepogingen van vondsten die in een ver­keerd daglicht zijn geplaatst. We kunnen natuurlijk niet voorbijzien aan de effecten die de hybridisatie op de mensheid heeft gehad! Het is deze factor die alle genetische mis­vormingen en kwade neigingen van de mens heeft veroorzaakt en zijn kwetsbaar im­munologisch systeem. Op eenieder doelend zei de Heer dat wij een “koppige gene­ra­tie” zijn [de hybriden]. Deze door Hem gegeven typering is eigenlijk veel te mild.

  Wie voelt niet een zekere dankbaarheid als wij ons met de Neanderhalermens vergelijken? Maar indien wij ons trachten te vergelijken met de zonen van God, met de mensen die volmaakt geschapen waren, hoe voelen wij ons dan? Waarschijnlijk voelen wij ons dan als ‘primitieve’ monsters. Na een reeks van geleide selecties op ver­schil­lend niveau, waarmee de mensheid van zijn corrupte en onherstelbare hominide takken werd gezuiverd, en na reconstructie van de oorspronkelijke menselijke karaktertrekken dankzij een continu verloop van kleine stapsgewijze aanpassingen in de genen en chro­mosomen, heeft God genadevol beschikt om tevens datgene te gaan herstellen wat wij onverbiddelijk waren kwijtgeraakt: zijn Geest. Daartoe heeft Hij zijn zoon Jezus ge­zonden. Als Jezus niet zijn Leven voor ons had gegeven door een soort ‘transfusie’ van zijn Bloed, zijn levengevend Bloed, zouden wij onherroepelijk verloren zijn geweest. Toen immers de integriteit van de mens door de hybridisatie was geschonden, kon Gods Geest niet meer bij hem wonen (cf. Gen. 6:3). Wat restte was een lichaam met een ziel [psyche], en ook die waren in verval geraakt. Dat verklaart waarom hem de mogelijkheid tot toegang van het supernatuurlijke rijk werd ontzegd.

  Daartoe kwam Jezus opdat wij wederom zijn Geest konden krijgen en weer Gods kinderen konden worden genoemd, zij het door adoptie. Op deze manier bood de Heer een herkansing aan om effectief naar de Hemel uit te zien, waarbij de sacramenten ons in staat stellen het genezingsproces hier op aarde in geest en psyche voort te zetten. Hij geeft ook de gelegenheid onze intermenselijke relaties recht te trekken en na­tuurlijk de relatie tussen ons en God. Hij kwam om ons te onderrichten dat wij ons niet meer als arrogante, misdadige, egoïstische, losbandige en dwaze dieren mogen gedra­gen, maar als echte kinderen voor wie de waarden van erkenning van de Vader, onder­ling respect en hulpvaardigheid essentieel zijn. Jezus kwam ook, niet zozeer om ons van geweld, onrecht en honger te bevrijden – dat zijn situaties die de mens zelf met een dosis goede wil kan oplossen – maar om ons te bevrijden van de slavernij van de psy­chologische misvormingen van ons besmette ego, of om het eens anders te zeggen, onze ziel van de doodzonden te genezen die latent in ons wonen. Via een sacrament zegende Hij ook het huwelijk waardoor genezing kon plaatsvinden van de genetische defecten die door de erf­zonde waren ontstaan.

  Niemand weet, of wil weten, wat hij in de diepste en donkerste spelonken van zijn psyche draagt, dat zo vol is van al ons lijden en verwondingen en morbide ontrege­lingen, die genetisch zijn bepaald en zich via de miljoenen voorgaande generaties heb­ben opeengestapeld. Jezus kwam om de ketens van deze brutaliteit te breken, ja, om ons als engelen te laten vliegen. Maar dat is niet alles, want lichamelijk zijn we nog al­tijd slaaf. Maar slaaf van wie? Laten we dit samen proberen te ontdekken.

Hoe het visioen in de Bijbelse context past

  Wij worden in deze wereld in Adams erfgoed geboren, van hem die zich eigen­zinnig aan Gods vrij­gevigheid had vergrepen, die zich Gods erfenis had toegeëigend om heer en meester over de aarde en al zijn goederen te worden. Maar hij wilde meer. Hij wil­de ook heer en meester zijn over zijn nakomelingen. God, die zijn Woord altijd gestand doet en Adam als rentmeester over de aarde had aangesteld, kwam hem daarin tege­moet. Adam misbruikte zijn autonomie en trof God in wat Hem het meest dierbaar is: het leven zelf. Zijn illegitieme nakomelingen waren niet in Gods plan voorzien. Misschien komt nu de volgende vraag naar boven: indien God alles van tevoren weet zelfs lang voordat het plaatsvindt, waarom liet Hij begaan; waarom verhinderde Hij dat niet? Had Hij Eva’s ovule voor Adams zaad niet incompatibel kunnen maken? Of had Hij Kaïn niet steriel kunnen maken om de schade alleen tot die generatie te beperken? We weten dat God niet tussenbeide kwam omdat Hij de Mens naar zijn evenbeeld ‘vrij’ had gemaakt. Hij schiep de mens niet voor eigen voordeel, maar om hem geluk­kig te maken en spontaan liefde van hem te mogen terugontvangen. Daarom moest Hij de mens vrijlaten en de gelegenheid geven uit eigen ervaring de smartelijke gevolgen van ongehoorzaamheid te zien. Adam moest zelf inzien dat vrijheid verkeerd kan wor­den gebruikt en hij moest met pijn en moeite leren zijn vertrouwen op God te stellen, want als God gebiedt of verbiedt of iets aanraadt, doet Hij dat uitsluitend vanuit zijn liefde tot ons, en wel voor ons eigen bestwil en niet omdat Hij zijn autoriteit wil doen gelden. Adam moest daarom het lijden ondergaan dat uit verkeerde keuzes voort­komt en gaan­deweg ontdekken wat al of niet goed is.

  Hetzelfde geldt ook voor ons, die de consequenties van Adams misstap in een conditie van ontbering en absolute ellende dragen, wat zijn oorzaak vindt in het verlies van al die supernatuurlijke en preternatuurlijke goederen. Het lag in Gods oorspron­ke­lijke bedoeling deze aan de mensheid te schenken. In plaats daarvan werd de lijdende mensheid onderhorig aan hem die ons tot slaaf had gemaakt; want Adam had zich ons toe­ge­ëigend. Zonder een afkoopsom zouden wij voor altijd zijn lijfeigenen zijn ge­ble­ven.

  Derhalve kwam Jezus om die afkoop met zijn Leven te betalen. Nu wij Adams trots en vooringenomenheid kennen en zijn gebreken, wordt duidelijker hoe Jezus’ Lij­den en Dood betaalt wat in zijn plaats Adam aan God zou hebben moeten betalen (in­dien hij daartoe in staat was geweest). De prijs compenseert voor het feit dat Adam Gods schep­ping had ontstolen waardoor hij Hem leed had berokkend. Zijn gebrek aan ver­trouwen, zijn onge­hoorzaamheid en opstandigheid, lagen aan de wortel van het kwaad. De compensatie geldt ook voor al het kwaad dat hij de mensheid in de keten van generaties heeft toe­gebracht. Daar dienen wij ook vergeving voor te schenken. Om plaatsvervangend Adams schuld te kunnen voldoen heeft Jezus zich in grote nederig­heid van de voor­rechten ontdaan die Hem krachtens zijn godheid toekwamen. In anti­type op de zonde van trots en ongehoorzaamheid van onze voorvader is Jezus de nede­rige en gehoorzame dienaar geworden tot zelfs de dood aan het Kruis toe (Phil. 2:5-8). Hij liet toe dat Hij gegeseld werd, wel wetend dat het Adam was die daar had moeten staan. Het drama wil dat Adam ons binnen de grenzen van geselend (dus telkens terug­kerend) lijden van psychische en lichamelijke kwalen heeft gevangen. Jezus verzet zich er niet tegen met doornen te worden gekroond want Hij wil genoegdoening schenken voor Adams zelf­genoegzaamheid en trots. Die hadden Adam ertoe gebracht om zich tot heer en meester over de aarde en zijn illegitieme nageslacht uit te roepen. Met het kruisdragen draagt Jezus de totale mens­heid (want allen zijn wij kinderen van Adam). Zodoende bewijst Hij zijn intens verlangen om de mensheid naar de oorspronkelijke en vol­maakte staat terug te brengen, in oppositie op Adam die de mensheid in een staat van onafzienbare involutie had gebracht. Op het Kruis hang­end lijkt Jezus een schild te vormen alsof Hij zeggen wil: voordat de Gerechtig­heid op de mensheid toeslaat, dient de mensheid eerst via Mij te gaan.

  Dientengevolge betaalde Jezus Adams volle schuld en mocht in ruil daar­voor het erfdeel opeisen dat Adam verkwanseld had. Jezus wil onze mensheid we­der­opbouwen en naar de Vader terugvoeren. Zoals we tijdens de Paaswake zingen (in het Exultet), kwam Jezus als de Verlosser om ons vrij te kopen: “Qui pro nobis aeter­no Patri Adae debitum solvit et veteris piaculi cautionem pio cruore detersit.” (Die voor ons de schuld van Adam aan de eeuwige Vader betaald heeft, en de schuld­brief van de erf­zonde heeft uitgewist met het bloed van zijn hart.) Natuurlijk verwacht Jezus onze me­dewerking en actieve inzet. De enige prijs die ieder individu moet geven is de er­ken­ning dat Hij de ware Zoon van God is en bij machte dit wonder te bewerken. Tevens moet elkeen uit eigen vrije wil bereid zijn Jezus’ onderwijzingen te volgen en ze ook in de praktijk te brengen.

Slotopmerking

  De Verzoening en de beloften, zoals begrepen in het Boek Openbaring, waarin de overwinning over de erfzonde wordt getoond alsook de belofte om naar de oor­spron­kelijke en volmaakte staat terug te keren, zijn sterk gerelateerd aan de thema’s die in de eerste hoofdstukken van het boek Genesis aan bod komen. Zonder inzicht in Ge­nesis wordt het buitengewoon moeilijk om aan de wens gestalte te geven ons innerlijk beest kwijt te raken. Niet alleen dat – zonder Gods hulp is dat zelfs onmogelijk. We kunnen eenvoudig vaststellen hoe iemand die goed wil zijn dit niet uit eigen kracht kan. Hij kan goede dingen doen, maar dan toch niet die noodzakelijke innerlijke gene­zing krij­gen. In zijn diepste wezen zou hij gewoon hetzelfde blijven. Zelfs als we dat willen, kunnen wij deze metamorfose niet zelf bereiken. We kunnen dit niet zonder de midde­len die Jezus heeft aangereikt. Het eerste middel daartoe is de Heilige Eucharis­tie, hetgeen een ware en geëigende transfusie is van zijn goddelijk Lichaam en Bloed in onze menselijke zwakheid. Zijn Lichaam in ons geneest ons van onze psycho-licha­me­lijke gebreken en zijn Bloed in ons voedt het nieuw verworven leven van onze geest in de Geest. De Heilige Eucharistie bewerkt een genezing die onze zieke cellen ver­vangt met de volmaakte en heilige cellen van Jezus. Alleen Jezus, de bemiddelaar en ware Zoon van God, kan precies zoals de Vader dat wil deze nieuwe schepping tot stand brengen.

  De hiermee verband houdende thema’s zijn zo uitgebreid en afwijkend van wat we tot nu toe gewend zijn, maar ze zijn ook eigentijds, wat betekent dat wie Gods werk echt wil kennen niet aan deze openbaring voorbij kan gaan. Het geeft immers de sleutel tot een beter verstaan van de profeten en vooral de Evangelieën.

  Indien recente zieners en zieneressen de revue passeren zoals Maria Valtorta (1897-1961) – wiens werk “Il poema dell’Uomo-Dio” (Het Epos van de God-Mens) op dictaten van Jezus en Maria is gebaseerd – kan men in hun commentaar vaststellen dat de twee eer­ste­lingen, Adam en Eva, ‘beide’ schuld dragen, wat perfect aansluit bij de traditio­nele leer van de Kerk. De lezer zou hieruit kunnen afleiden dat Don Guido het verkeerd be­gre­pen heeft. Bij nader inzien blijkt dat Jezus onmogelijk bij Valtorta voor­uit had kun­nen lopen op hetgeen Hij tientallen jaren later aan Don Guido ging uit­leg­gen. Door de proble­men die dat dit met zich meebrengt, had Hij dat nooit zonder een omstandige uit­leg kunnen doen.

  Niettemin heeft Jezus in verschillende hoofdstukken van Valtorta’s geschriften een basis voor deze openbaring gelegd door uitgebreid in te gaan op de gevolgen van de erfzonde. Bij de verschijning van de hominiden blijkt de mens zelfs lichamelijk op een dier te gaan lijken. Zo bespreekt Valtorta hoe de erfzonde de mens als het ware met het venijn van dierlijke instincten heeft geïnjecteerd – de oor­zaak van afwijkend ge­drag: gierigheid, op­standigheid, competitiezucht, wraak en onbe­dwingbare drif­ten, nei­gingen die allen in dienst staan van de zintuigen.

* * *

  De integrale tekst van de openbaringen aan Don Guido is verkrijg­baar in het Itali­aans, Engels, Spaans, Russisch en Pools en Nederlands. Ze staan op de website www.genesibiblica.eu waar ze gratis kunnen worden gedownload. Meer vertalingen zijn in voorbereiding. De oorspronkelijke Italiaanse uitgave is ook in boekvorm ver­krijgbaar voor de prijs van € 16,00 [binnen Italië inclusief porto].

De hier voor u liggende brochure kan gratis worden gedownload bij:

https://guidobortoluzzi.wordpress.com alsook bij: www.genesibiblica.eu

Zie o.a. op SCRIBD: “Opheldering t.a.v. Oorsprong van de Mens volgens Don Guido Bortoluzzi”

Renza Giacobbi

Via 1 Novembre, 1

32100 BELLUNO (Italië)


[1] Opmerking vertaler: Albino Luciano werd in 1978 paus en is de geschiedenis ingegaan als paus Johannes Paulus I. Zijn pontificaat duurde slechts 33 dagen.

[2] Opmerking vertaler: Pas in 2010 is de exacte oorzaak van de Vajontdam-catastrofe aange­toond. Inder­tijd meenden de ingenieurs via een gecontroleerde aardverschui­ving van het berg­massief achter de dam de geobser­veerde proble­­men te kunnen beheersen. Bere­kend was dat bij het weg­schui­ven van het berg­massief in het stuwmeer een vloed­golf van ma­ximaal 20 meter zou ontstaan (het water­peil stond destijds 25 meter onder de damtop). Het bleek een gigantische vloedgolf te wor­den van 200 meter boven het waterpeil, die zich naar het bewoonde dal verwoes­tend om­laag stort­te! Het falen der inge­nieurs was aan gebrekkige ken­nis te wijten, grove zelf­over­schat­ting en het be­wust negeren van signalen die op een an­der resul­taat wezen dan de berekeningsmodellen.

[3] Opmerking vertaler: Het gebrek aan overeenstemming kan ook zijn veroorzaakt door corrupties in de eeuwenlange mondelinge traditie, die reeds moet hebben bestaan voordat de profeet Mozes zich aan zijn schrijftaak wijdde.

[4] Opmerking vertaler: Don Guido geeft via zijn ontvangen kennis een complete verklaring binnen toen heersende stand der genetica.

Pastoor Guido geeft een alternatief perspectief op onze oorsprong


Sinds de publicatie van Guido’s boek zijn er veel experts op het gebied van de medische wetenschap die zijn visie hebben bestudeerd en die hebben vastgesteld dat er inderdaad bewijs is van de genetische manipulatie waarover hij sprak. Sommigen hebben zelfs gesuggereerd dat er veel meer bewijs is dan wat tot nu toe bekend is bij het grote publiek. Deze ontdekkingen zijn echter nog niet algemeen aanvaard en worden door sommigen nog steeds als controversieel beschouwd.

Desondanks biedt het werk van pastoor Guido een alternatief perspectief op de oorsprong van de mensheid en de wereld, dat de deuren opent naar nieuwe manieren van denken over ons bestaan. Zijn werk suggereert dat we, in plaats van te denken in termen van erfzonde en schuld, ons moeten richten op genezing en herstel. Het biedt ons de mogelijkheid om te begrijpen waarom we lijden en hoe we kunnen werken aan een betere toekomst voor onszelf en voor de wereld om ons heen.

In plaats van te vrezen voor onze erfzonde en ons te richten op het vermijden van de hel, stelt pastoor Guido’s werk ons in staat om onze blik te richten op de heling en transformatie van onszelf en de wereld om ons heen. Het biedt ons de kans om te begrijpen waarom we hier zijn, wat ons doel is en hoe we kunnen samenwerken om een betere wereld te creëren voor onszelf en toekomstige generaties.

Kortom, het werk van pastoor Guido Bortoluzzi biedt een fascinerend alternatief perspectief op onze oorsprong en ons doel als mensheid. Het kan ons helpen om ons begrip van onszelf en onze wereld te verdiepen en ons te inspireren om samen te werken aan een betere toekomst voor ons allemaal.

Pastoor Geudens

Don Guido Bortoluzzi… de nieuwe ongemakkelijke profeet?


Don Guido Bortoluzzi: De Ongemakkelijke Profeet van een Biologische Scheppingsleer?

Samenvatting Dit artikel verkent het hypothetisch-deductieve model van fylogenetische hybridisatie zoals neergelegd in de geschriften van pastoor Guido Bortoluzzi (jaren 70). Waar de reguliere paleontologie pas in 2010 de fysieke sporen van hybridisatie tussen Homo sapiens en archaïsche mensachtigen aantoonde, bood Bortoluzzi decennia eerder al een coherent kader. Dit simulatiemodel stelt dat de huidige mensheid een gebroken, hybride populatie is — een invalshoek die verrassend veel verklarende kracht biedt voor zowel genetische aandoeningen als de katholieke erfzondeleer. Het artikel daagt atheïstische én theologische dogma’s uit en werpt een profetisch licht op de huidige bio-ethische debatten rond genbewerkingstechnologie.

Als iemand die nauw betrokken was bij de oprichting van de Vereniging Don Guido Bortoluzzi en de originele manuscripten uit de jaren zeventig vanaf het eerste uur heeft bestudeerd, vervult het mij met een mengeling van verbazing en deernis hoe het Bijbelse Genesisverhaal vaak wordt weggezet. Zowel in de seculiere anti-complotmedia als in oppervlakkige katholieke kringen wordt het werk van de priester uit Belluno niet zelden afgedaan als een absurditeit of een hoax. Uit hun kritiek blijkt steevast dat men het werk van Don Guido nauwelijks heeft gelezen, laat staan dat men de moeite heeft genomen de latere wetenschappelijke en theologische verdiepingen te bestuderen.

Toch staat er iets heel fundamenteels op het spel. Veel van de zaken die tegenwoordig voor ‘onbetwistbare waarheid’ doorgaan, neem ik met gezonde scepsis waar. Maar ik zal nooit iets veroordelen zonder mij er diepgaand in te hebben verdiept. Wie dat bij de geschriften van Don Guido wél doet, stuit op een duizelingwekkende vooruitziende blik. Decennia vóór de academische wereld via genetisch onderzoek vaststelde dat de Homo sapiens gekruist is met archaïsche mensachtigen zoals Neanderthalers en Denisova-mensen [1], beschreef Don Guido dit proces van fylogenetische hybridisatie al tot in detail.

Jarenlang was ik bevriend met Renza Giacobbi, een van de meest oprechte, intellectueel eerlijke en waardevolle mensen die ik heb mogen kennen. Samen met haar zag ik hoe het hanteren van Don Guido’s inzichten als hypothetisch-deductief simulatiemodel een immense verklarende kracht bezit voor biologische verschijnselen. Neem de fysiologische en genetische werkelijkheid van onze soort: de unieke menselijke vatbaarheid voor genetische defecten en in het bijzonder auto-immuunziekten — waarbij het immuunsysteem het eigen weefsel niet meer als ‘eigen’ herkent — laat zich uitstekend verklaren als de biologische echo van een verstoorde genoomstructuur door historische hybridisatie [2].

Een ongemakkelijke spiegel voor gevestigde dogma’s

Waarom roept de openbaring aan Don Guido zoveel weerstand op? Omdat zijn simulatiemodel een spiegel is die élke gevestigde dogmatiek opschudt:

  1. Ongemakkelijk voor materialisten en atheïsten: Zij bouwen hun wereldbeeld op een ononderbroken, geleidelijke transformatie van soorten. Het fixisme van soorten en de uiterst zeldzame, strak gecontroleerde manifestatie van levensvatbare hybriden in de natuur — een biologische drempel waar Charles Darwin zelf al op wees [3] — vormt een grote fysiologische obstructie voor hun reductieve evolutiemodel.
  2. Ongemakkelijk voor katholieken (van traditioneel tot modernistisch):
    • Creationisten worden gedwongen in te zien dat Adam niet zomaar uit het niets is ontsproten, maar dat elke biologische schepping via de zygote verloopt (zoals uitgewerkt in Er was eens… Adam? [4]).
    • Theo-evolutionisten en modernisten hebben de erfzonde gereduceerd tot een symbolische fabel. Zij vergeten dat de Catechismus van de Katholieke Kerk (KKK) leert dat de mens zonder doopsel enkel een schepsel is, en pas door Christus een geadopteerde zoon van God wordt. De KKK stelt expliciet dat de erfzonde de menselijke natuur verwondt en overgedragen wordt bij de conceptie — oftewel bij de vorming van de zygote [5]. Bortoluzzi’s model redt het dogma van de erfzonde en de Onbevlekte Ontvangenis van Maria juist van deze vrijzinnige demystificatie door te tonen dat dit geen juridische schuld is, maar zuivere, ontologische genetica.

De Genesis van de gespleten mensheid en de bio-ethiek van nu

Ook het complexe mysterie van de ‘zonen van God’ en de gevallen engelen uit Genesis 6:1-4 krijgt binnen Bortoluzzi’s model een heldere, ontmythologiseerde verklaring [6]. Eeuwen van ingewikkelde speculatie binnen de klassieke angelologie blijken overbodig zodra we begrijpen dat God de mens oorspronkelijk niet schiep in de staat waarin we hem nu kennen. God bracht de Zonen van God voort: een zuivere, volmaakte en onbesmette menselijke lijn.

Als gevolg van een zonde van hoogmoed — een ontsporing die alleen de eerste volmaakte mens kon begaan — trad hij buiten de goddelijke ordening en ging een fysieke verbinding aan met de voormenselijke overgangsvorm (het Bruggenhoofd). Hieruit ontstond een hybride nageslacht. De Joodse mondelinge traditie, waaronder de Talmoed, maakte hier lang voor Christus al melding van [7].

Don Guido heeft als eerste de mechanica achter dit mysterie inzichtelijk gemaakt: wat wij vandaag de dag de “mensheid” noemen, is in feite de overlevende populatie van een reeks voormenselijke en hybride rassen die sinds het verdwijnen van de oorspronkelijke Zonen van God strijden om territorium en overleving. Dat de mens in de literatuur soms wordt beschreven als een ‘virus’ dat de aarde verwoest, is geen uiting van menshaat, maar het onbewuste, diepe besef dat we niet meer zijn zoals we in den beginne bedoeld waren.

De actualiteit van dit inzicht is vandaag dringender dan ooit. In een tijdperk waarin de wetenschap experimenteert met mens-dier-chimeren, gentherapie in de menselijke kiemlijn en transhumanistische vervolmaking, biedt Bortoluzzi’s model geen verleden theorie, maar een acute bio-ethische waarschuwing. Het laat zien wat er gebeurt wanneer de mens de biologische grenzen van de schepping eigenmachtig doorbreekt.

Verschroeide aarde en de weg vooruit

Wanneer men probeert een samenleving zonder God op te bouwen — gebaseerd op een antropocentrisme waarin de mens zichzelf tot norm verheft — bouwt men op drijfzand. Er zijn immers al millennia geen ‘volmaakte mensen’ meer.

In de hogere geledingen van de Kerk is deze thematiek ongetwijfeld bekend, maar men worstelt om deze waarheid te rijmen met een tijdsgeest die steeds meer zoekt naar een progressief, humanistisch compromis met de wereld. Het resultaat is een tactische stilte en een ‘verschroeide aarde’ rondom de priester uit Belluno. Telkens wanneer een criticus Don Guido’s scheppingsverhaal denigreert, verraadt zijn tekst een diepe onkunde van de daadwerkelijke bronnen.

Don Guido schroomde ook niet om de moeilijkste vraag te stellen: Waarom heeft God dit toegestaan? Het natuurlijke kwaad — het lijden binnen een ecosysteem dat drijft op de overleving van de sterkste — bestond immers ook al vóór de zondeval [8]. Deze vragen verdienen geen vrome ontwijkingen, maar serieuze, realistisch-theologische antwoorden die de wetenschappelijke kennis (als gift van God) volledig integreren.

Zowel de Vereniging Don Guido Bortoluzzi als het werk van Renza Giacobbi blijven zich inzetten om deze inzichten op het juiste moment verder te verdiepen. De openbaring aan Don Guido is geen curieuze randnotitie, maar het topje van een intellectuele en spirituele ijsberg die zowel gelovigen als niet-gelovigen wakker zal schudden. God redt de wereld via een groots, kosmisch verhaal dat centreert rond Zijn Zoon. Dat verhaal herstelt de werkelijkheid en maakt het Woord van God duidelijker dan ooit — voor iedereen.

Voetnoten & Bronnen

  1. Green, R. E., et al. (2010). “A Draft Sequence of the Neandertal Genome.” Science, 328(5979), 710–722. (Dit pionierswerk van het Max Planck Instituut bevestigde dat 1% tot 4% van het DNA van niet-Afrikaanse moderne mensen afkomstig is van Neanderthalers, wat de hypothese van fylogenetische hybridisatie wetenschappelijk onderbouwde).
  2. Sankararaman, S., et al. (2014). “The genomic landscape of Neanderthal ancestry in present-day humans.” Nature, 507(7492), 354–357. (Onderzoek dat aantoont dat genetische varianten geërfd van archaïsche mensachtigen invloed hebben op het menselijk immuunsysteem en de vatbaarheid voor specifieke auto-immuunziekten).
  3. Darwin, C. (1859). On the Origin of Species by Means of Natural Selection. London: John Murray. (Met name Hoofdstuk 8, “Hybridism”, waarin Darwin ingaat op de natuurlijke barrières, de zeldzaamheid en de verminderde vruchtbaarheid van hybriden in de natuur).
  4. Bortoluzzi, G., & Giacobbi, R. (1974/2002). Er was eens… Adam? De Genesis herontdekt. Belluno: Associazione Don Guido Bortoluzzi. (Beschrijving van de embryonale en fylogenetische mechanismen rond de schepping van de menselijke zygote).
  5. Catechismus van de Katholieke Kerk (KKK). Nummer 404–405. “De erfzonde is een zonde die overgedragen wordt door voortplanting aan het gehele menselijke ras… het is een staat van verstokenheid van de oorspronkelijke heiligheid, maar de menselijke natuur is daardoor verwond in haar eigen krachten.”
  6. Genesis 6:1-4 (NBG-vertaling). De passage over de ‘zonen Gods’ die zich verbonden met de ‘dochters der mensen’, historisch onderwerp van complexe theologische en angelologische interpretatie.
  7. Babylonische Talmoed (Seder Nezikin, Sanhedrin 56a-57b). Mondelinge Joodse traditie waarin gewezen wordt op voormenselijke geslachten en de afwijkingen binnen de vroege menselijke genealogie vóór en na de vloed.
  8. Genesibiblica.org. Gaat de oorsprong van het kwaad vooraf aan de erfzonde? Geraadpleegd ter verdieping van de theologische implicaties van het natuurlijke kwaad in de pre-adamitische natuur.

Video (Engelstalig): Erfzonde en menselijke hybridisatie


THE BIBLICAL GENESIS EVOLUTION OR CREATION, CAIN IS A CLUE TO MYSTERY

DE BIJBELSE GENESIS: EVOLUTIE OF SCHEPPING, KAIN IS DE SLEUTEL TOT HET MYSTERIE

Een Eenvoudige Ziel als Getuige

Tussen 1968 en 1974 ontving de Italiaanse pastoor Guido Bortoluzzi (1907–1991) van God acht ingrijpende openbaringen die betrekking hadden op de oorsprong van de aarde en van de mens. Hij was een uiterst nederige priester. Dankzij zijn diepe oprechtheid zag hij gebeurtenissen die bij anderen ongemak of schaamte zouden oproepen, maar door zijn zuivere blik worden ze in zijn verslagen beschreven zonder enig spoor van morbide interesse.

Deze innerlijke houding van Fr. Guido stelde de Heer in staat om moeilijke en delicate onderwerpen openhartig en zonder omwegen te behandelen. Zoals gebruikelijk bij de Heer, koos Hij als getuige een oprechte, onbevooroordeelde ziel wiens hart volledig vertrouwde op Gods Liefde. Het contrast tussen de eenvoud van de ‘middelen’ — een eenvoudige dorpspriester — en de grootsheid van de boodschap maakt het duidelijk dat de inhoud alleen van God kan komen. De Heer koos bewust geen geleerde theoloog of wetenschapper; zoals geschreven staat in het Evangelie is het immers niet mogelijk om nieuwe wijn in oude zakken te doen zonder dat beiden verloren gaan. Hij koos iemand die niet zelfgenoegzaam of tevreden was met zijn eigen theorieën.

Een Vooraf Bestemde Roeping

Dat Don Guido een bijzondere taak te wachten stond, werd al vroeg in zijn leven aangekondigd door verschillende mystici:

  • Pater Calabria (1922): Voorspelde toen Guido nog een jongen in het seminarie was dat hij een belangrijk boek zou schrijven over de duistere en moeilijke passages van het Bijbelboek Genesis.
  • Pater Matteo Crawley (1928): Bevestigde deze profetie in het seminarie van Belluno. (Tijdens datzelfde bezoek voorspelde hij dat medestudent Albino Luciani — de latere Paus Johannes Paulus I — tot de hoogste kerkelijke rangen zou stijgen).
  • Theresa Neumann: De bekende Duitse mystica bezocht Don Guido later in zijn parochie en benadrukte dat God een groot genadeplan met hem had, al zou hij daar ook veel door moeten lijden.

Dat hij over profetische gaven beschikte, bleek al in 1945. Als jonge kapelaan in Casso kreeg hij een haarscherp, gedetailleerd visioen van de verwoestende Vajont-ramp (de bergstorting van Monte Toc die het dal in puin legde). Omdat er destijds nog geen stuwdam gebouwd was, geloofde niemand hem en werd hij toentertijd weggezet als een fantast.

De Kern van de Openbaring: Schepping, Hybridisatie en Herstel

De visioenen die Don Guido op latere leeftijd ontving en die zijn vastgelegd in het werk Bijbelse Genesis (verzorgd door Renza Giacobbi), werpen een geheel nieuw en onthullend licht op de oorsprong van de mensheid:

  • De Schepping van Adam: God schiep de eerste mens via een directe goddelijke ingreep. Hij plaatste door Hemzelf geschapen menselijke geslachtscellen (spermatozoïde en eicel) in de baarmoeder van een uitgestorven, ancestrale (primitieve) diersoort. Deze baarmoeder diende louter als ‘draagmoeder’; via de placenta werd wel voeding doorgegeven, maar geen genetisch materiaal. Zo ontstond de eerste mens zonder biologische voorouders. God was voor hem letterlijk zijn Vader en Moeder.
  • De Zondeval als Hybridisatie: De erfzonde was volgens de openbaringen een zonde van pride én biologische vermenging. Adam wilde zelf als een God schepper van leven zijn en paarde buiten Gods plan om met de ancestrale, niet-menselijke soort.
  • Het ontstaan van Kaïn: Hierdoor ontstond een gemengde (hybride) afstammingslijn. Kaïn was de verpersoonlijking van deze hybride afkomst. Dit leidde tot een verstandelijke, fysieke en spirituele achteruitgang (involutie) van het menselijk ras, waarbij dierlijke instincten — zoals onbeheerste driften, machtswellust, rivaliteit en bezittingsdrang — de mensheid binnendrongen.
  • De Menselijke Geschiedenis: De pure mens werd volgens deze visioenen niet enkele duizenden, maar zo’n 40 tot 50 miljoen jaar geleden geschapen. Door de vermenging raakte het zuivere menselijke ras gecamoufleerd tussen de diersoorten. Met de Zondvloed bracht God een genetische zuivering aan om onherstelbare hybride takken te elimineren en via Noach een nieuw begin te maken.

De Eucharistie als Goddelijk Tegengif

Waar de mensheid door de zondeval in een diepe Involutie raakte, bracht de komst van Jezus Christus de periode van herstel en re-evolutie. Jezus gaf ons niet alleen een spirituele wet die de dierlijke instincten overstijgt (zoals verwoord in de Zaligsprekingen), maar gaf ons ook een essentieel sacrament: de Eucharistie.

De Eucharistie wordt in de visioenen van Don Guido beschreven als een ‘bloedtransfusie van Goddelijk Bloed in de menselijke zwakheid’. Het is het directe tegengif voor de biologische en spirituele gevolgen van de erfzonde. Het zuivert de mens van zijn dierlijke driften en stelt hem in staat om weer te worden zoals God hem oorspronkelijk heeft bedoeld: een mens van zelfloze goedheid en liefde.

Een Brug tussen Geloof en Wetenschap

Hoewel de Kerk uit voorzichtigheid nog geen officieel imprimatur heeft verleend aan het werk, spreekt uit de geschriften van Pastoor Guido een opmerkelijke harmonie. De visioenen spreken de kern van het katholieke geloof niet tegen, maar slaan juist een unieke en concrete brug tussen theologie, genetica en antropologie. De eenvoud van de priester en de diepgang van de boodschap getuigen van één en hetzelfde: een biddende ontsluiting van een geheim dat alleen van God afkomstig kan zijn.

Een synthese is hier te vinden: http://www.genesibiblica.eu/ing.html

The Creation – Book of Genesis


Beheerder Website's avatarHeer, Jezus Christus

With Father Guido, a new period opens in the relationship between humanity and God, a period in which God wishes to be known above all, not to be loved only in the full in-tention of the heart but also with the complete consent of the mind.”

–  Scribd document: The Creation, Book of Genesis, A new light on the origins of Man, From the writings of Don Guido Bortoluzzi, Hubert Luns, uploaded 23 mei 2011, http://www.scribd.com/doc/56046569/A-New-Light-on-the-Origins-of-Man-from-the-writings-of-Don-Guido-Bortoluzzi-3rdEd, blz. 2.

Fullscreen view here

View original post

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑