>>> Von Däniken > Fenton > Bortoluzzi


Von Däniken → Fenton → Bortoluzzi

1. De drie modellen naast elkaar

OnderdeelErich von DänikenBruce & Daniella FentonGuido Bortoluzzi
Menselijke oorsprongBijzondere of interventionele oorsprong als mogelijkheidGenetische interventie door een externe intelligentieGoddelijke schepping en vervolgens biologische verandering
Bestaande homininenJaJaJa, een pre-humane populatie
HybridisatieOnderdeel van de interventiegedachteCentraal onderdeelCentraal onderdeel
Genetische veranderingMogelijk door externe interventieExpliciete genetische manipulatieVermenging van menselijke en pre-humane lijnen
Chromosoom 2Relevant in latere discussiesBelangrijk argumentRelevant binnen het chromosomale oorsprongsmodel
DateringOnder meer zeer oude primaten/homininenOngeveer 750.000–800.000 jaar voor de voorgestelde interventieVeel oudere oorsprong in bepaalde interpretaties van het model
MechanismeExterne/cosmische interventie als hypotheseExterne genetische manipulatieMiddelijke Schepping plus biologische hybridisatie
UAP/UFOBelangrijk onderdeelBelangrijk onderdeelOnderdeel van de bredere synthese
Wetenschappelijke statusSpeculatiefHypothetischHypothetisch model waarvan sommige onderdelen empirisch toetsbaar zijn

De Fentons vormen de meest directe moderne verbinding tussen de gedachtewereld van Von Däniken en een expliciete genetische/hybridisatiehypothese.


2. Erich von Däniken en de oude mens

Von Däniken bracht al vroeg de mogelijkheid naar voren dat bepaalde zeer oude primatenvondsten vragen konden oproepen over de gangbare reconstructie van de menselijke voorgeschiedenis.

Hij verwees onder andere naar zeer oude fossiele primaten en stelde de vraag of dergelijke vondsten konden betekenen dat mensachtige vormen veel ouder waren dan de toenmalige reconstructies van de menselijke evolutie deden vermoeden.

Dit moet echter nauwkeurig worden geformuleerd.

Het betekent niet:

“Von Däniken heeft bewezen dat moderne mensen tientallen miljoenen jaren oud zijn.”

Zijn argument was eerder:

“Bepaalde zeer oude fossielen kunnen vragen oproepen over de continuïteit en ouderdom van de menselijke voorgeschiedenis.”

Dat is een wezenlijk verschil.

Plaats in de Evidence Map

Categorie B/C — externe, speculatieve denker

Relevante thema’s:

  • zeer oude primaten;
  • menselijke oorsprong;
  • mogelijke discontinuïteiten;
  • abrupte ontwikkeling van menselijke intelligentie;
  • externe interventie;
  • UAP/UFO.

3. De El Fayum-kwestie

Een voorbeeld betreft zeer oude primaten uit de omgeving van El Fayum.

Wanneer een fossiel tientallen miljoenen jaren oud is, betekent dat in eerste instantie dat er toen een bepaalde primatensoort leefde.

Het bewijst niet dat Homo sapiens toen al bestond.

Daarom moet de redenering als volgt worden opgebouwd:

Vastgesteld:

Er bestaan zeer oude primatenfossielen.

Hypothese:

Sommige oude fossielen kunnen relevant zijn voor de reconstructie van de oorsprong van bepaalde primatenlijnen.

Niet aangetoond:

Dat anatomisch moderne mensen tientallen miljoenen jaren geleden al bestonden.

Daarmee is Von Dänikens argument interessant als historische vraagstelling, maar geen zelfstandig bewijs voor Bortoluzzi.


4. Bruce en Daniella Fenton

Bij de Fentons wordt de hypothese aanzienlijk specifieker.

Hun model gaat uit van een vroegere hominine populatie die volgens hen genetisch zou zijn gemodificeerd door een externe intelligentie.

De redenering kan schematisch worden weergegeven:

vroegere hominine populatie
│
▼
externe interventie
│
▼
genetische modificatie
│
▼
veranderde menselijke populatie
│
▼
Homo sapiens

Daarbij worden onder andere genoemd:

  • chromosoom 2;
  • HAR1;
  • niet-coderend DNA;
  • hersenontwikkeling;
  • genetische anomalieën;
  • mogelijke genetische manipulatie.

Dit is echter de hypothese van de Fentons. Het feit dat bepaalde genetische verschijnselen werkelijk bestaan, betekent niet automatisch dat hun voorgestelde verklaring juist is.


5. De 750.000–800.000-jaarhypothese

Een belangrijk element in de Fenton-lijn is een voorgestelde genetische interventie rond ongeveer 750.000–800.000 jaar geleden.

Daarmee ontstaat een belangrijke wetenschappelijke mogelijkheid.

Een hypothese met een concrete datering kan namelijk worden onderzocht.

Het model voorspelt in feite:

± 800.000 jaar geleden
│
▼
genetische gebeurtenis
│
├── chromosoom 2
├── HAR1
├── andere DNA-veranderingen
└── veranderingen in hersenontwikkeling
│
▼
moderne mens

De vraag wordt dan:

Vallen de genetische gebeurtenissen werkelijk samen met een dergelijke periode?

En vervolgens:

Kunnen deze gebeurtenissen beter worden verklaard door genetische interventie dan door bekende evolutionaire processen?

Dat zijn empirisch onderzoekbare vragen.


6. Chromosoom 2

Chromosoom 2 is waarschijnlijk het belangrijkste genetische onderwerp binnen deze discussie.

De mens heeft 46 chromosomen.

Onze huidige grote mensapen hebben in het algemeen 48 chromosomen.

Menselijk chromosoom 2 vertoont kenmerken die erop wijzen dat twee voorouderlijke chromosomen in de menselijke lijn zijn samengevoegd.

Dat is een belangrijk vastgesteld genetisch gegeven.

Maar daaruit volgt niet automatisch:

“Chromosoom 2 is kunstmatig gemaakt.”

Er zijn namelijk twee verschillende vragen:

Vraag 1

Heeft er een chromosomale fusie plaatsgevonden?

Ja, daarvoor bestaat sterk genetisch bewijs.

Vraag 2

Was deze fusie het resultaat van doelgerichte genetische manipulatie?

Dat is niet aangetoond.

Dit onderscheid is essentieel.


7. Waarom chromosoom 2 toch interessant blijft

Chromosoom 2 is juist waardevol omdat het een concreet object vormt dat verschillende modellen kunnen proberen te verklaren.

We kunnen bijvoorbeeld vragen:

  • Wanneer vond de fusie plaats?
  • Welke kenmerken heeft de fusieplaats?
  • Welke mutaties zijn ouder dan de fusie?
  • Welke zijn jonger?
  • Welke evolutionaire populaties zijn genetisch verwant?
  • Zijn er kenmerken die niet door een natuurlijke fusie kunnen worden verklaard?
  • Is er bewijs voor doelgerichte manipulatie?

Daarmee verandert de discussie van een filosofische discussie in een genetische onderzoeksvraag.


8. HAR1

Een tweede belangrijk onderwerp is HAR1.

HAR staat voor:

Human Accelerated Region.

Het betreft een genetisch gebied dat in verschillende gewervelde dieren sterk geconserveerd is, maar in de menselijke evolutionaire lijn relatief snel veranderd is.

HAR1 is daarom interessant voor onderzoek naar:

  • menselijke hersenontwikkeling;
  • evolutionaire veranderingen;
  • regulatie van genexpressie;
  • verschillen tussen mens en andere primaten.

Maar opnieuw geldt:

een snelle evolutionaire verandering is niet automatisch bewijs voor genetische manipulatie.

De relevante vraag is:

Kan de verandering in HAR1 door bekende evolutionaire mechanismen worden verklaard?

Zo ja, dan is HAR1 geen zelfstandig bewijs voor interventie.

Zo nee, dan ontstaat een anomalie die nader onderzoek vereist.


9. Niet-coderend DNA

Ook het zogenoemde “junk DNA” speelt een rol in deze discussie.

Binnen sommige alternatieve modellen wordt verondersteld dat niet-coderend DNA mogelijk sporen bevat van vroegere genetische gebeurtenissen.

Maar de term “junk DNA” is te algemeen.

Een groot deel van het niet-coderende DNA heeft aantoonbare of vermoedelijke functies, bijvoorbeeld bij:

  • genregulatie;
  • ontwikkeling;
  • chromosoomstructuur;
  • transcriptie;
  • regulatie van genexpressie.

Daarom moet een Bortoluzzi- of Fenton-hypothese niet vragen:

“Is er junk DNA?”

maar:

“Welke specifieke DNA-sequenties zouden volgens het model door hybridisatie of interventie moeten zijn ontstaan?”

Dat is een veel scherpere onderzoeksvraag.


10. De Bortoluzzi-lijn

De Bortoluzzi-synthese gaat een andere richting uit.

Volgens het model bestaat er een onderscheid tussen:

  1. een oorspronkelijke menselijke lijn;
  2. een pre-humane of antropoïde populatie;
  3. een bijzondere scheppingshandeling;
  4. vervolgens een biologische vermenging;
  5. genetische gevolgen daarvan;
  6. een daaropvolgende menselijke geschiedenis waarin deze gevolgen zichtbaar zouden zijn.

Schematisch:

God
│
▼
menselijke oorsprong
│
▼
oorspronkelijke menselijke lijn
│
│
▼
contact/vermeniging met pre-humane lijn
│
▼
hybride nakomelingen
│
▼
genetische gevolgen
│
▼
latere menselijke populaties

Hierbij wordt de biologische component van het model onderscheiden van de theologische component.


11. De Middelijke Schepping

Binnen de Bortoluzzi-synthese is de Middelijke Schepping een belangrijk element.

Het model stelt in essentie dat God de menselijke oorsprong niet noodzakelijk rechtstreeks uit een volwassen lichaam schiep, maar via een biologisch proces waarin een menselijke zygote betrokken was.

Daarmee wordt geprobeerd de theologische scheppingsleer te verbinden met een biologisch model.

Dit levert echter twee verschillende soorten claims op.

Biologische claim

Een bepaald biologisch voortplantingsproces heeft plaatsgevonden.

In principe toetsbaar.

Theologische claim

God was de uiteindelijke oorzaak van dit proces.

Niet rechtstreeks empirisch toetsbaar.

Dat onderscheid moeten we behouden.


12. De Bortoluzzi-hybridisatiehypothese

Een tweede centraal onderdeel is de veronderstelde vermenging tussen de menselijke en pre-humane lijn.

Het model kan als volgt worden weergegeven:

menselijke lijn
│
│
├──────────────┐
│ │
▼ ▼
menselijk pre-humane
genoom populatie
│ │
└──────┬───────┘
▼
hybridisatie
│
▼
nieuwe genetische
combinatie

Dit is een biologische hypothese en kan dus in principe worden onderzocht.

De vraag is:

Bestaat er in het menselijke genoom een herkenbare genetische component die het voorgestelde hybridisatiemodel ondersteunt?


13. De chromosomenclaim van Bortoluzzi

Binnen de huidige Bortoluzzi-synthese worden verschillende chromosomale toestanden besproken, waaronder 46, 47 en 48 chromosomen.

Als dit model empirisch moet worden getest, moeten we preciezer worden.

We zouden moeten weten:

  1. Welke populatie had volgens het model 48 chromosomen?
  2. Welke populatie had 47?
  3. Welke populatie had 46?
  4. Wanneer vond de overgang plaats?
  5. Welke chromosomale afwijkingen zouden bij de nakomelingen moeten ontstaan?
  6. Zijn zulke afwijkingen in het menselijke genoom herkenbaar?
  7. Kunnen ze worden onderscheiden van bekende evolutionaire chromosoomveranderingen?

Zonder deze specificatie blijft het model te algemeen.


14. De fossielen

De Bortoluzzi-synthese probeert ook fossiele homininen in een ander raamwerk te plaatsen.

Daarbij kunnen onder andere worden besproken:

  • Australopithecus;
  • Homo erectus;
  • Homo heidelbergensis;
  • Neanderthalers;
  • Denisovanen;
  • vroege Homo sapiens.

De centrale vraag wordt dan:

Zijn deze vormen opeenvolgende evolutionaire populaties, of vertegenwoordigen sommige ervan verschillende menselijke/pre-humane of hybride lijnen?

Dit kan gedeeltelijk worden onderzocht met:

  • anatomie;
  • stratigrafie;
  • radiometrische datering;
  • oude DNA-analyse;
  • populatiegenetica;
  • morfometrie.

15. Neanderthalers en Denisovanen

Deze groepen zijn bijzonder belangrijk omdat hier niet alleen fossiel bewijs bestaat.

Er is ook genetisch bewijs.

Daardoor kunnen we rechtstreeks onderzoeken:

  • genetische verwantschap;
  • populatiesplitsingen;
  • genetische vermenging;
  • introgressie;
  • gedeelde mutaties;
  • genetische verschillen.

Dit maakt Neanderthalers en Denisovanen tot een veel sterkere test voor een hybridisatiehypothese dan alleen een oud fossiel.


16. Een belangrijk onderscheid

Het is inmiddels duidelijk dat er in de menselijke voorgeschiedenis genetische vermenging tussen verschillende hominine populaties heeft plaatsgevonden.

Dat betekent:

Hybridisatie tussen archaïsche menselijke populaties is biologisch mogelijk en heeft daadwerkelijk plaatsgevonden.

Maar daaruit volgt niet:

De specifieke Bortoluzzi-hybridisatie heeft plaatsgevonden.

En evenmin:

De Fenton-hypothese over buitenaardse genetische interventie is daarmee bewezen.

Het bestaan van één vorm van hybridisatie bewijst dus niet een specifieke historische hybridisatie.


17. Von Däniken versus Fenton versus Bortoluzzi

Hier kunnen de drie modellen naast elkaar worden geplaatst.

VON DÄNIKEN
│
▼
bijzondere menselijke oorsprong
│
▼
mogelijke externe interventie
│
▼
menselijke discontinuïteit
FENTON
│
▼
bestaande hominine populatie
│
▼
genetische interventie
│
▼
hybride/moderne mens
BORTOLUZZI
│
▼
pre-humane populatie
│
▼
Middelijke Schepping
│
▼
menselijke lijn
│
▼
biologische hybridisatie
│
▼
latere menselijke populaties

18. Het gemeenschappelijke element

De drie lijnen hebben niet dezelfde theorie.

Maar er is wel een gemeenschappelijke structuur:

bestaande pre-menselijke populatie
│
▼
discontinuïteit
│
▼
bijzondere gebeurtenis
│
▼
nieuwe menselijke
eigenschappen

Het verschil zit vooral in de verklaring van die gebeurtenis.

Von Däniken

Externe/cosmische interventie als mogelijkheid.

Fenton

Doelgerichte genetische interventie.

Bortoluzzi

Goddelijke schepping gecombineerd met biologische hybridisatie.


19. Wat kunnen we werkelijk testen?

Zeer goed toetsbaar

  • chromosoom 2;
  • DNA-sequenties;
  • fossiele dateringen;
  • oude DNA-monsters;
  • Neanderthaler-DNA;
  • Denisovan-DNA;
  • genetische introgressie;
  • chromosomale verschillen;
  • populatiegeschiedenis;
  • anatomische kenmerken.

Redelijk goed toetsbaar

  • een specifieke genetische “breuk”;
  • een specifieke hybridisatie;
  • de ouderdom van een vermeende genetische gebeurtenis;
  • genetische gevolgen van een historische populatiegebeurtenis.

Moeilijk of niet rechtstreeks empirisch toetsbaar

  • Goddelijke interventie;
  • het bestaan van de ziel;
  • de religieuze betekenis van de Zondeval;
  • bovennatuurlijke causaliteit.

Vooralsnog speculatief

  • buitenaardse genetische manipulatie;
  • UAP als veroorzaker van genetische veranderingen;
  • een prediluviaanse technologische beschaving;
  • een directe identificatie van specifieke Bijbelse personen als genetische hybriden.

20. De belangrijkste empirische toets

De kernvraag kan nu veel preciezer worden geformuleerd:

Bestaat er in het menselijke genoom een aantoonbare en dateerbare genetische discontinuïteit die niet adequaat kan worden verklaard door bekende evolutionaire processen en die kenmerken vertoont van een historische hybridisatie of doelgerichte genetische interventie?

Dit is een echte empirische onderzoeksvraag.

Daarna volgen drie aanvullende vragen:

  1. Wanneer vond de gebeurtenis plaats?
  2. Welke populaties waren erbij betrokken?
  3. Welk model verklaart de genetische gegevens het beste?

21. De “killer test”

Een bijzonder sterke test zou zijn om te zoeken naar een onbekende genetische component die:

  • zeer oud is;
  • in meerdere menselijke populaties aanwezig is;
  • niet afkomstig is van bekende Neanderthalers;
  • niet afkomstig is van Denisovanen;
  • niet door normale populatiegenetische processen kan worden verklaard;
  • duidelijke kenmerken van een afzonderlijke ouderpopulatie vertoont;
  • een consistente ouderdom heeft;
  • een herkenbare chromosomale structuur heeft;
  • eventueel kenmerken van een historische hybridisatie vertoont.

Als een dergelijke component zou worden gevonden, zou dat een echte wetenschappelijke anomalie zijn.

Maar zelfs dan zou nog moeten worden vastgesteld welke verklaring het beste past.


22. De mogelijke verklaringen

Stel dat een onbekende genetische component wordt gevonden.

Dan zijn er verschillende mogelijkheden:

Model 1

Een nog onbekende natuurlijke hominine populatie.

Model 2

Een nog onbekende oude menselijke populatie.

Model 3

Hybridisatie tussen verschillende hominine populaties.

Model 4

Doelgerichte genetische interventie.

Model 5

Het Bortoluzzi-model.

Model 6

Het Fenton/exogenese-model.

De genetische gegevens moeten vervolgens bepalen welk model het beste past.


23. De 40–50 miljoen jaar-kwestie

De hypothese van een zeer oude menselijke oorsprong moet apart worden behandeld.

Een zeer oud primatenfossiel is niet automatisch bewijs voor een zeer oude Homo sapiens-populatie.

Daarom moet het onderscheid worden gemaakt tussen:

oude primaten

en

oude mensachtigen

en

anatomisch moderne mensen.

Dit zijn drie verschillende categorieën.

Een claim dat moderne mensen tientallen miljoenen jaren oud zijn, zou buitengewoon sterk bewijs vereisen.


24. De juiste manier om Von Däniken te gebruiken

We moeten dus niet zeggen:

“Von Däniken heeft bewezen dat de mens tientallen miljoenen jaren oud is.”

Maar:

“Von Däniken stelde vroeg vragen over zeer oude primaten en mogelijke discontinuïteiten in de menselijke voorgeschiedenis.”

Dat is historisch en methodologisch veel zuiverder.


25. De sterkste verbinding tussen de drie lijnen

De interessantste verbinding is uiteindelijk niet de oude UFO-literatuur.

Het is de genetica.

VON DÄNIKEN
│
▼
bijzondere menselijke oorsprong
│
▼
FENTON
│
▼
genetische interventie?
│
├── chromosoom 2
├── HAR1
├── niet-coderend DNA
└── menselijke ontwikkeling
│
▼
BORTOLUZZI
│
├── 46/47/48 chromosomen
├── hybridisatie
├── genetische gevolgen
├── genetische discontinuïteit
└── Middelijke Schepping
│
▼
ONAFHANKELIJKE GENOMISCHE TOETS

26. Voorlopige Evidence Map

Persoon/lijnCategorieVakgebied/themaCentrale bijdrageRelatie tot BortoluzziStatus
Erich von DänikenB/COude beschavingen, menselijke oorsprong, UAPVroege hypothesen over bijzondere menselijke oorsprong en externe interventieIndirecte inhoudelijke parallelSpeculatief
Bruce FentonBExogenese, genetica, menselijke oorsprongGenetische interventie en hybride mensParallelle hypotheseSpeculatief/hypothetisch
Daniella FentonBExogenese, menselijke geneticaHybride menselijke oorsprongParallelle hypotheseSpeculatief/hypothetisch
Guido BortoluzziATheologie, menselijke oorsprong, biologieMiddelijke Schepping en hybridisatieCentrale auteurHypothetisch model
Francesco Saverio MartelliA/BGenetica, geneeskunde, theologieGenetische interpretatie van erfzonde, ziekte en menselijke oorsprongOndersteunende/uitwerkende lijnTe toetsen
Renza GiacobbiADocumentatie/overleveringBewaring en overdracht van Bortoluzzi-materiaalDirecte historische relatieDocumentair
Maria ValtortaCMystiek, religieuze openbaringTekstuele parallellen over menselijke oorsprong en prehistorieParallelle religieuze bronNiet empirisch bewijs
Mauro BiglinoB/CBijbelfilologieAlternatieve lezing van GenesisFilologische nevenlijnFilologisch te beoordelen
Edgar AndrewsB/CWetenschapsfilosofie, apologetiekOntwerp/informatie en kritiek op materialistische interpretatiesFilosofisch nevenargumentNiet specifiek Bortoluzzi-bewijs

27. Eindconclusie

De lijn

Von Däniken → Fenton → Bortoluzzi

is interessant, maar niet omdat de drie auteurs dezelfde theorie verdedigen.

De waarde zit juist in het feit dat zij verschillende hypothesen formuleren rond een aantal vergelijkbare vragen:

  • Hoe ontstond de moderne mens?
  • Is de menselijke geschiedenis volledig continu?
  • Bestonden er oudere populaties die een rol speelden?
  • Heeft hybridisatie een grotere rol gespeeld dan doorgaans wordt aangenomen?
  • Zijn bepaalde genetische kenmerken moeilijk te verklaren?
  • Kunnen genetische discontinuïteiten worden gedateerd?
  • Is er sprake geweest van een bijzondere interventie?

De wetenschappelijke kern van de Evidence Map ligt daarom niet bij de vraag of Von Däniken of Bortoluzzi “gelijk heeft”.

De kernvraag is:

Is er een aantoonbaar genetisch of paleogenetisch verschijnsel waarvoor de bestaande evolutionaire modellen onvoldoende verklaring bieden?

Als het antwoord daarop nee is, blijven de interventie- en hybridisatiemodellen speculatief.

Als het antwoord ja is, ontstaat een echte wetenschappelijke anomalie en moet vervolgens worden bepaald welke concurrerende hypothese die anomalie het beste verklaart.

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑