Van de Sumeriërs en de Maya’s tot de diepe geologische tijd bij Don Guido Bortoluzzi en Hubert Luns
Hebben wij slechts één beschaving opgebouwd, of is onze huidige wereld het eindpunt van een veel langere geschiedenis waarin beschavingen zijn ontstaan, verdwenen en mogelijk volledig vergeten?
De aarde is ongeveer 4,54 miljard jaar oud. De geschiedenis van het leven strekt zich uit over miljarden jaren, terwijl de geschiedenis van de menselijke beschaving slechts een klein gedeelte van die enorme tijdschaal beslaat. Toch bestaan er wereldwijd oude overleveringen over scheppingen, goddelijke wezens, grote overstromingen en vroegere werelden.
De video van Secret Origins, How Many Civilizations Has Earth Had? (The Shocking Count), stelt de vraag of er vóór onze bekende geschiedenis andere, mogelijk technologisch geavanceerde beschavingen hebben bestaan. Volgens de beschrijving van de video zouden er minstens twaalf grote beschavingen kunnen zijn geweest. Sommige daarvan zouden door natuurrampen, klimaatverandering of andere catastrofes verdwenen zijn, waardoor nauwelijks herkenbare sporen zouden zijn achtergebleven.
Deze hypothese krijgt een bijzondere dimensie wanneer we haar vergelijken met de denkbeelden van Don Guido Bortoluzzi, de exegetische bijdragen die aan Hubert Luns worden toegeschreven en de historische en paleobiologische belangstelling van Agatino Mezzatesta.
In de door pastoor Jack Geudens samengestelde synthese Biologie, Theologie en Evolutie wordt namelijk een nog verder reikende gedachte uitgewerkt: de oorsprong van de mens zou niet alleen in een ver verleden liggen, maar mogelijk moeten worden geplaatst binnen een geologische tijdschaal van tientallen miljoenen jaren.
Daarbij krijgt vooral de interpretatie van het suffix -ANTA een bijzondere betekenis. In deze visie wordt een verbinding gelegd tussen de Italiaanse telwoorden quaranta, cinquanta en sessanta, de openbaringen die Don Guido Bortoluzzi beschreef en de diepe geologische tijd rond het Eoceen.
Maar hoeveel hiervan behoort tot de wetenschappelijk vastgestelde geschiedenis, en hoeveel tot een religieus-alternatief verklaringsmodel?
Om die vraag zorgvuldig te beantwoorden, moeten we de oude beschavingen, de menselijke evolutie, de oorspronkelijke teksten van Bortoluzzi en Luns en het moderne wetenschappelijke onderzoek in hun eigen context bekijken.
1. Hoeveel beschavingen heeft de aarde werkelijk gekend?
Een exact aantal bestaat niet. Dat komt allereerst doordat het begrip beschaving op verschillende manieren wordt gebruikt.
Historici spreken doorgaans van een beschaving wanneer een samenleving een zekere maatschappelijke complexiteit heeft ontwikkeld. Kenmerkend kunnen zijn: steden, bestuur, gespecialiseerde beroepen, handel, religieuze instellingen, monumentale architectuur en systemen voor registratie of schrift.
Niet iedere samenleving bezit al deze kenmerken. Ook volkeren zonder schrift kunnen complexe sociale structuren, verfijnde kennis en rijke culturele tradities hebben ontwikkeld.
De archeologie heeft inmiddels talrijke oude beschavingen aangetoond, waaronder:
- Mesopotamië, met de Sumerische steden en hun vroege schriftcultuur.
- Het oude Egypte, met zijn koninkrijken, tempels en monumentale architectuur.
- De Indusbeschaving, bekend om haar stedenbouw en uitgebreide handelsnetwerken.
- De oude Chinese beschavingen, met langdurige culturele en politieke tradities.
- De Minoïsche en Myceense culturen, die belangrijke ontwikkelingen in de Egeïsche wereld vertegenwoordigen.
- De Griekse beschaving, met haar filosofie, kunst, politieke instellingen en mythologie.
- De Maya’s, met hun steden, schrift, astronomische kennis en kalenders.
- De beschavingen van de Andes, waaronder de Moche, de Nazca en het Incarijk.
Dit is geen volledige lijst. Bovendien is het niet altijd duidelijk waar de ene beschaving eindigt en de andere begint. Sommige samenlevingen ontwikkelden zich geleidelijk uit eerdere culturen; andere namen kennis, religieuze tradities en bestuurlijke structuren van hun voorgangers over.
Daarom kunnen we niet met zekerheid zeggen hoeveel beschavingen de aarde in totaal heeft gehad.
Wat wel vaststaat, is dat veel samenlevingen verdwenen zijn en dat nog niet alle archeologische vindplaatsen zijn ontdekt of onderzocht. De mogelijkheid dat toekomstige opgravingen ons beeld van de menselijke geschiedenis veranderen, is reëel.
Dat betekent echter niet automatisch dat er vóór de bekende beschavingen ook technologisch geavanceerde samenlevingen bestonden die miljoenen jaren oud waren. Voor die verdergaande hypothese is afzonderlijk bewijs nodig.
2. De Sumeriërs, de Grieken en de Maya’s: herinneringen aan vroegere werelden?
Een van de interessantste aspecten van oude beschavingen is dat zij verhalen hebben nagelaten over de oorsprong van de mens, goddelijke machten en de ondergang van eerdere werelden.
De Sumeriërs en de Anunnaki
De Sumerische beschaving ontstond in het zuiden van Mesopotamië. Haar schriftelijke bronnen behoren tot de oudste die we kennen. Ze bevatten religieuze teksten, mythen, koningslijsten en verhalen over de verhouding tussen mensen en goden.
De Anunnaki maken deel uit van de religieuze tradities van Mesopotamië. In verschillende teksten spelen zij een rol binnen de goddelijke orde, hoewel hun betekenis door de tijd heen veranderde.
In moderne alternatieve theorieën worden de Anunnaki soms voorgesteld als bezoekers met geavanceerde technologie die de menselijke ontwikkeling zouden hebben beïnvloed. Sommige auteurs verbinden hen zelfs met genetische manipulatie of de schepping van de mens.
Voor dergelijke interpretaties bestaat geen overtuigend archeologisch of genetisch bewijs. Ze moeten worden onderscheiden van wat daadwerkelijk in de oude teksten staat.
Toch is de onderliggende vraag interessant: waarom beschreven oude culturen hun goden soms als scheppers, leraren of overbrengers van bijzondere kennis? Welke historische ervaringen, religieuze overtuigingen of maatschappelijke veranderingen kunnen aan zulke verhalen ten grondslag liggen?
Daarover kan vergelijkend onderzoek waardevolle inzichten opleveren.
De Griekse goden, halfgoden en helden
In de Griekse mythologie bewegen goden, halfgoden en sterfelijke mensen zich in dezelfde verhalenwereld. Figuren als Herakles en Perseus bezitten bijzondere vermogens en zijn vaak verbonden met goddelijke afstamming.
Vanuit een alternatieve interpretatie kan men zich afvragen of bepaalde mythen herinneringen bevatten aan historische personen of gebeurtenissen die later een goddelijke of symbolische betekenis kregen.
Dat is een mogelijke onderzoeksvraag, maar niet iedere mythologische figuur hoeft een historische tegenhanger te hebben. Mythen kunnen religieuze denkbeelden, politieke legitimatie, mondelinge tradities en symbolische voorstellingen combineren.
De Maya’s en opeenvolgende scheppingen
Ook de Maya’s beschikten over een rijke kosmologie. In de Popol Vuh, een belangrijke bron uit de K’iche’-Maya-traditie, worden verschillende pogingen beschreven om mensen te scheppen voordat de mensheid uit maïs wordt gevormd.
Dit verhaal toont dat de gedachte aan eerdere scheppingen en opeenvolgende bestaansvormen in oude culturen voorkwam.
Wanneer we dergelijke verhalen naast Mesopotamische en Griekse tradities leggen, zien we terugkerende thema’s: goddelijke schepping, bijzondere voorouders, catastrofes en de overgang van de ene wereldorde naar de andere.
Die overeenkomsten zijn interessant, maar bewijzen op zichzelf niet dat deze culturen afstamden van één verloren technologische beschaving. Daarvoor zouden concrete historische, archeologische of genetische aanwijzingen nodig zijn.
3. Don Guido Bortoluzzi: een andere visie op de oorsprong van de mens
Een bijzondere plaats binnen deze discussie wordt ingenomen door Don Guido Bortoluzzi (1907–1991), een Italiaanse priester die visioenen over de Bijbelse scheppingsgeschiedenis beschreef.
Zijn denkbeelden werden door prof. Renza Giacobbi geordend en uitgewerkt. Hubert Luns leverde vervolgens kritische opmerkingen en exegetische beschouwingen bij het materiaal over Genesis en de menselijke oorsprong.
In de interpretatie van Bortoluzzi krijgt het scheppingsverhaal een betekenis die verder gaat dan een uitsluitend geestelijke of symbolische uitleg. De verhouding tussen de oorspronkelijke mens, de menselijke afstamming en de biologische ontwikkeling wordt daarbij opnieuw geïnterpreteerd.
In de door pastoor Jack Geudens uitgewerkte synthese wordt deze benadering samengebracht met ideeën over diepe geologische tijd, genetica, paleontologie en de verhouding tussen geloof en wetenschap.
Het model probeert antwoord te geven op vragen als:
- Hoe moeten we de Bijbelse verhalen over Adam en Eva begrijpen?
- Is de zondeval uitsluitend een geestelijke gebeurtenis, of zou zij volgens deze interpretatie ook een biologische dimensie hebben?
- Hoe verhouden de Bijbelse genealogieën zich tot de enorme tijdschaal van de geologie?
- Kunnen oude religieuze overleveringen op een andere manier worden geïnterpreteerd wanneer we rekening houden met moderne kennis over de geschiedenis van het leven?
Binnen dit model worden deze vragen beantwoord vanuit de veronderstelling dat de oorspronkelijke menselijke natuur door een bijzondere goddelijke scheppingshandeling tot stand kwam en vervolgens door biologische vermenging zou zijn aangetast.
Het is belangrijk om te benadrukken dat dit een specifieke religieuze en alternatieve interpretatie is. De voorgestelde biologische gebeurtenissen zijn niet onafhankelijk wetenschappelijk aangetoond.
De betekenis van het model ligt vooral in de poging om de Bijbelse overlevering binnen een veel ruimere tijdshorizon te plaatsen en de verhouding tussen schepping, menselijke oorsprong en evolutie opnieuw te doordenken.
4. Hubert Luns en de diepe geologische tijd: de betekenis van -ANTA
Een van de meest opmerkelijke onderdelen van de recente synthese rond Bortoluzzi betreft de interpretatie van het suffix -ANTA.
Op de website GuidoBortoluzzi.org staat het document De Genesis van de mens en de hedendaagse wetenschap, waarin pastoor Jack Geudens een hypothetische synthese presenteert onder de titel Biologie, Theologie en Evolutie.
In hoofdstuk V, Exegetische verantwoording, tijdshorizon en diepe tijd, staat de tussenkop:
‘De Diepe Geologische Tijdschaal: Het Eoceen (~55 Ma) en de -ANTA-Openbaring’.
De passage verbindt de door Bortoluzzi beschreven openbaringen met de Italiaanse telwoorden quaranta, cinquanta en sessanta, die respectievelijk veertig, vijftig en zestig betekenen.
Volgens de interpretatie in deze synthese zou de herhaalde verwijzing naar -ANTA duiden op tientallen miljoenen jaren. Daarmee wordt de oorsprong van de mens niet in een recent verleden geplaatst, maar binnen de diepe geologische tijd.
Wat is precies de bijdrage van Hubert Luns?
De rol van Hubert Luns moet zorgvuldig worden beschreven.
Er bestaat een verwijzing naar zijn werk De Schepping – Boek Genesis: Ophelderingen betreffende de oorsprong van de Mens, waarin hij kritische opmerkingen maakt bij de geschriften van Don Guido Bortoluzzi. Een online beschikbare versie van deze publicatie is via Scribd terug te vinden.
De website van Geudens vermeldt dat de exegetische sleutel rond -ANTA verbonden is met de bijdrage van Luns. Tegelijkertijd is de tekst waarin de koppeling aan tientallen miljoenen jaren expliciet wordt uitgewerkt onderdeel van de bredere synthese van Geudens, waarin ook het werk van Renza Giacobbi wordt betrokken.
Daarom is het van belang onderscheid te maken tussen drie zaken:
- De oorspronkelijke visioenen en aantekeningen van Don Guido Bortoluzzi.
- De exegetische beschouwingen van Hubert Luns over Genesis en de oorsprong van de mens.
- De latere synthese van pastoor Jack Geudens, waarin de interpretatie van -ANTA expliciet aan de geologische tijdschaal en het Eoceen wordt gekoppeld.
Op basis van de beschikbare verwijzingen kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat het volledige specifieke betoog over -ANTA in precies deze vorm letterlijk afkomstig is uit de oorspronkelijke publicatie van Luns.
Dat neemt niet weg dat de interpretatie een centrale plaats inneemt in de synthese van Geudens en dat Luns daarin uitdrukkelijk als exegetische bron wordt genoemd.
Is -ANTA een wetenschappelijke tijdsaanduiding?
Hier is een belangrijke taalkundige kanttekening nodig.
De woorden quaranta, cinquanta en sessanta zijn inderdaad de Italiaanse woorden voor veertig, vijftig en zestig. Het element -anta functioneert in deze woorden als onderdeel van de Italiaanse vorming van bepaalde tientallen.
Het is echter geen algemeen erkend taalkundig achtervoegsel dat de betekenis ‘miljoenen jaren’ heeft.
De interpretatie dat -ANTA in de openbaringen van Bortoluzzi naar tientallen miljoenen jaren verwijst, is daarom een specifieke exegetische uitleg binnen deze religieuze visie. Ze vormt geen algemeen aanvaarde taalkundige of geologische conclusie.
Om de voorgestelde tijdsaanduiding wetenschappelijk te bevestigen, zouden onafhankelijke aanwijzingen nodig zijn die aantonen dat de woorden daadwerkelijk een dergelijke chronologische betekenis dragen en dat de bijbehorende gebeurtenissen op die tijdschaal kunnen worden gedateerd.
Waarom wordt het Eoceen genoemd?
Het Eoceen begon ongeveer 56 miljoen jaar geleden en eindigde ongeveer 33,9 miljoen jaar geleden. De periode rond 56 miljoen jaar geleden staat onder meer bekend om het Paleoceen-Eoceen Thermisch Maximum, een fase van sterke mondiale opwarming.
De verwijzing naar ongeveer 55 miljoen jaar geleden in het model van Bortoluzzi en Geudens is daarom gekoppeld aan een werkelijk geologisch tijdvak.
Maar de aanwezigheid van een passende geologische tijdschaal betekent nog niet dat de voorgestelde gebeurtenissen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.
De wetenschappelijke ouderdom van de menselijke soort Homo sapiens ligt rond enkele honderdduizenden jaren. De evolutionaire geschiedenis van zoogdieren en primaten gaat veel verder terug, maar dat is niet hetzelfde als de ouderdom van de mens als moderne soort of van menselijke beschavingen.
De interpretatie van -ANTA moet dus worden gezien als een poging om een religieuze openbaring binnen de diepe geologische tijd te plaatsen, niet als een reeds bewezen datering van het ontstaan van de mens.
5. Agatino Mezzatesta en de paleobiologische tijdschaal
In de aangeleverde informatie wordt ook Agatino Mezzatesta genoemd, auteur van L’Origine dell’Uomo e i Misteri della Storia.
Zijn belangstelling voor de oorsprong van de mens en de mysteries van de geschiedenis wordt in de synthese verbonden met paleobiologische inzichten over de evolutie van placentazoogdieren.
Een belangrijke wetenschappelijke publicatie op dit gebied verscheen in 2023 in het tijdschrift Current Biology. Emily Carlisle en haar collega’s onderzochten daarin de ouderdom en diversificatie van placentazoogdieren aan de hand van statistische modellering van het fossielenbestand.
Hun resultaten ondersteunen de conclusie dat de evolutionaire oorsprong van placentazoogdieren al in het Krijt lag, terwijl veel moderne groepen zich rond of na de massa-extinctie aan het einde van het Krijt verder diversifieerden.
Deze uitsterving vond ongeveer 66 miljoen jaar geleden plaats en wordt in belangrijke mate in verband gebracht met de inslag van een asteroïde bij het huidige Chicxulub in Mexico.
Het onderzoek is relevant omdat het laat zien dat de geschiedenis van de zoogdieren aanzienlijk ouder is dan de geschiedenis van de menselijke beschaving.
Maar er moet een fundamenteel onderscheid worden gemaakt: placentazoogdieren zijn een grote groep zoogdieren waarvan ook de mens deel uitmaakt. Het ontstaan van deze groep betekent niet dat de moderne mens toen al bestond.
Evenmin bewijst het dat er in die periode menselijke beschavingen of geavanceerde technologieën aanwezig waren.
De paleobiologische bevindingen bieden dus een betrouwbaar kader voor de evolutionaire geschiedenis van zoogdieren. De stap van deze bevindingen naar een menselijke oorsprong van meer dan vijftig miljoen jaar is een afzonderlijke hypothese die niet door dit onderzoek wordt bevestigd.
De placenta en de overdracht van zuurstof en voedingsstoffen
In de bredere interpretatie van Bortoluzzi en Luns krijgt de placenta een bijzondere rol. De hemochoriale placenta maakt een intensieve uitwisseling van stoffen tussen moeder en embryo mogelijk. De overdracht van zuurstof en voedingsstoffen, waaronder glucose, is inderdaad essentieel voor de ontwikkeling van zoogdieren.
De synthese verbindt deze fysiologie met de gedachte dat rond 55 miljoen jaar geleden de voorwaarden voor de ontwikkeling van een complexe menselijke natuur aanwezig zouden zijn geweest.
De moderne biologie ondersteunt echter niet de conclusie dat de efficiëntie van de placenta op dat moment een directe menselijke voorouder deed ontstaan. De ontwikkeling van de placenta en de evolutie van de menselijke afstammingslijn zijn onderwerpen die afzonderlijk met genetische, anatomische en paleontologische gegevens worden onderzocht.
De fysiologie van de placenta kan daarom niet zelfstandig dienen als bewijs voor het specifieke ontstaansmodel van Bortoluzzi.
6. Genesis 6, de Nephilim en de hypothese van biologische vermenging
Een ander onderdeel van de visie van Bortoluzzi en de interpretatie van Luns betreft Genesis 6:1-4.
Deze passage beschrijft de zonen van God, de dochters van de mensen en de Nephilim. De tekst heeft in de geschiedenis van het jodendom en het christendom tot uiteenlopende interpretaties geleid.
Sommige uitleggers verstaan de zonen van God als hemelse wezens, anderen als machtige heersers of als leden van een bepaalde menselijke afstammingslijn.
Binnen het alternatieve model worden deze figuren in verband gebracht met een oorspronkelijke menselijke lijn en met andere afstammingslijnen die volgens de interpretatie door biologische vermenging zouden zijn aangetast.
De Nephilim worden daarbij soms voorgesteld als hybride wezens die door genetische manipulatie zouden zijn ontstaan.
Dat is een interpretatie van de tekst en geen vaststelling uit de archeologie of de genetica. Genesis 6 beschrijft geen moderne genetische experimenten en levert op zichzelf geen bewijs dat de Nephilim genetisch gemanipuleerde reuzen waren.
De chromosomale hypothese
In de aangeleverde synthese wordt daarnaast gesteld dat de oorspronkelijke mens 46 chromosomen bezat en dat vermenging met een dierlijke stamvorm met 48 chromosomen een biologische ontsporing zou hebben veroorzaakt.
Deze hypothese is niet wetenschappelijk aangetoond.
Het aantal chromosomen alleen bepaalt niet of organismen met elkaar kunnen voortplanten, en een verschil in chromosoomaantal bewijst geen historische vermenging. Bij mensen en andere mensapen bestaan belangrijke genetische overeenkomsten die worden verklaard door gemeenschappelijke afstamming.
Een bekend voorbeeld is menselijk chromosoom 2, dat overeenkomt met twee afzonderlijke chromosomen bij andere mensapen.
Dit genetische bewijs ondersteunt de evolutionaire verwantschap tussen mensen en andere mensapen. Het bevestigt niet het voorgestelde scenario waarin een oorspronkelijke, volmaakte menselijke lijn door een specifieke kruising biologisch zou zijn aangetast.
De zondeval als biologische ontsporing
Binnen de theologische visie van Bortoluzzi en de interpretatie van Luns wordt de zondeval niet alleen als een geestelijke gebeurtenis beschouwd, maar ook als een vermeende biologische verandering van de menselijke natuur.
De menselijke neiging tot agressie, zelfzucht en eigenmachtig handelen wordt in dat model verbonden met een ontsporing van de oorspronkelijke schepping.
De christelijke leer van de erfzonde is echter een theologisch begrip. Er bestaat geen wetenschappelijk vastgesteld genetisch mechanisme dat de erfzonde als biologische gebeurtenis bewijst.
Het is dus mogelijk deze visie als religieus verklaringsmodel te bestuderen, maar de biologische onderdelen ervan moeten afzonderlijk worden getoetst aan de moderne genetica, embryologie en evolutiebiologie.
7. De zondvloed: een verdwenen wereld?
Overstromingsverhalen komen in uiteenlopende oude tradities voor. Een bekend Mesopotamisch voorbeeld is het zondvloedverhaal in het Gilgamesj-epos, waarin Utnapisjtim een grote overstroming overleeft. In de Bijbel wordt Noach tijdens de zondvloed gered.
Dergelijke overeenkomsten hebben geleid tot de vraag of sommige overleveringen herinneringen bewaren aan omvangrijke overstromingen uit het verleden.
Dat is mogelijk. Regionale overstromingen en het stijgen van de zeespiegel na de laatste ijstijd hebben menselijke gemeenschappen daadwerkelijk beïnvloed. Onderwaterarcheologie brengt nog steeds sporen aan het licht van vroegere bewoning in gebieden die later onder water kwamen te staan.
In het model van Bortoluzzi en Luns krijgt de zondvloed een verdergaande betekenis: de catastrofe zou deel uitmaken van een herstelproces waarin bepaalde biologische lijnen verdwenen of werden teruggedrongen.
Voor deze specifieke biologische interpretatie bestaat geen onafhankelijk wetenschappelijk bewijs. Ook is er geen overtuigend bewijs voor een wereldwijde zondvloed die alle menselijke beschavingen uitroeide en de huidige mensheid uitsluitend via een kleine groep overlevenden voortbracht.
De historische en geologische gegevens ondersteunen wel dat natuurrampen samenlevingen kunnen ontwrichten, kustgebieden kunnen doen verdwijnen en grote veranderingen in de menselijke geschiedenis kunnen veroorzaken.
De vraag hoeveel kennis en cultuur bij zulke gebeurtenissen verloren zijn gegaan, blijft daarom legitiem.
8. De Manvantara’s: oude wereldcycli en diepe tijd
In de hindoeïstische kosmologie bestaan uitgebreide voorstellingen van cyclische tijd. De Manvantara’s maken deel uit van tradities waarin de wereldgeschiedenis wordt beschreven als een opeenvolging van grote tijdperken.
Deze cyclische visie verschilt van de gebruikelijke moderne geschiedschrijving, waarin gebeurtenissen worden gereconstrueerd aan de hand van gedateerde bronnen, archeologische vondsten en natuurwetenschappelijke gegevens.
Binnen de synthese van Geudens wordt een verband gelegd tussen de Manvantara’s, de door Bortoluzzi beschreven openbaringen en de diepe geologische tijd. De tijdschaal van tientallen miljoenen jaren wordt daarbij als een mogelijke verbindende factor beschouwd.
Deze vergelijking is interessant vanuit de geschiedenis van religie en ideeën. Verschillende culturen hebben nagedacht over het ontstaan, de ontwikkeling en het verdwijnen van werelden, soms op tijdschalen die de gewone menselijke geschiedenis ver overstijgen.
Maar een overeenkomst tussen religieuze tijdsmodellen en geologische tijdvakken bewijst niet dat beide dezelfde gebeurtenissen beschrijven.
De Manvantara’s leveren daarom geen onafhankelijk bewijs dat de menselijke soort of een menselijke beschaving tientallen miljoenen jaren geleden bestond.
9. De Silurian Hypothesis: zou een oude industriële beschaving spoorloos kunnen verdwijnen?
De vraag naar vergeten beschavingen is niet uitsluitend een onderwerp van alternatieve geschiedenis. Ook de wetenschap heeft onderzocht hoe herkenbaar de sporen van een hypothetische industriële beschaving zouden zijn.
In 2018 publiceerden astrofysicus Adam Frank en NASA-wetenschapper Gavin Schmidt de studie The Silurian Hypothesis: Would It Be Possible to Detect an Industrial Civilization in the Geological Record?
De auteurs onderzochten of een industriële beschaving die miljoenen jaren vóór de onze zou hebben bestaan, vandaag nog herkenbare sporen in de aardlagen zou achterlaten.
Zij bespraken onder meer mogelijke veranderingen in de koolstofcyclus, chemische signalen in sedimenten en andere effecten die met industriële activiteit in verband zouden kunnen worden gebracht.
De centrale conclusie is dat sommige effecten van een industriële beschaving op geologische tijdschalen moeilijk van natuurlijke gebeurtenissen te onderscheiden kunnen zijn. Daarom zou onderzoek zich moeten richten op combinaties van aanwijzingen en op methoden waarmee natuurlijke en industriële oorzaken van elkaar kunnen worden onderscheiden.
Deze studie is belangrijk omdat zij een wetenschappelijke methode biedt om over de herkenbaarheid van een hypothetische vroegere industriële beschaving na te denken.
Maar de auteurs stellen niet vast dat zo’n beschaving daadwerkelijk heeft bestaan. De Silurian Hypothesis is een onderzoeksvraag, geen bewijs voor een verborgen technologische geschiedenis.
10. IJskernen, verdronken steden en mysterieuze metalen
De video van Secret Origins verwijst volgens de aangeleverde beschrijving naar verschillende aanwijzingen die mogelijk op verdwenen beschavingen zouden wijzen. Deze claims moeten afzonderlijk worden beoordeeld.
IJskernen en industriële vervuiling
IJskernen bevatten informatie over vroegere atmosferische omstandigheden. Ze kunnen gegevens opleveren over stofdeeltjes, vulkanische activiteit en veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer.
Een afwijkende concentratie van een stof bewijst echter niet automatisch dat er een industrie bestond. De ouderdom, chemische samenstelling en mogelijke natuurlijke oorzaken moeten nauwkeurig worden onderzocht.
Zonder concrete meetgegevens en controleerbare publicaties kan niet worden bevestigd dat ijskernen industriële vervuiling uit een periode aantonen waarin volgens de archeologie nog geen menselijke industrie bestond.
Verdwenen kustnederzettingen
Onder water zijn daadwerkelijk resten van vroegere menselijke bewoning gevonden. Toen de zeespiegel na de laatste ijstijd steeg, kwamen grote kustgebieden en laaggelegen landschappen onder water te staan.
Dergelijke vondsten zijn belangrijk voor onze kennis van de prehistorie. Ze laten zien dat menselijke gemeenschappen leefden in gebieden die tegenwoordig niet meer toegankelijk zijn zonder onderwateronderzoek.
Maar een verdronken nederzetting is niet automatisch miljoenen jaren oud. De ouderdom moet worden vastgesteld aan de hand van archeologische vondsten, geologische context en betrouwbare dateringsmethoden.
Metalen en vervaardigde voorwerpen
Ook voorwerpen die op grote diepte worden aangetroffen, vormen niet zonder meer bewijs voor een onbekende technologische beschaving.
De diepte waarop een object ligt, bepaalt niet zelfstandig de ouderdom. Materiaal kan door sedimentatie, erosie, aardverschuivingen of menselijke activiteit in andere lagen terechtkomen.
Voor een betrouwbare conclusie zijn gegevens nodig over de herkomst, de samenstelling van het materiaal, de geologische context en de datering.
Zonder dergelijke informatie blijven verhalen over mysterieuze metalen of vervaardigde materialen aanwijzingen die nader moeten worden onderzocht, geen bewijs voor een verborgen beschavingsgeschiedenis.
11. Hoeveel beschavingen zouden er dan kunnen zijn geweest?
We kunnen de belangrijkste mogelijkheden als volgt onderscheiden.
| Categorie | Stand van de kennis |
| Bekende oude beschavingen | Talrijke culturen zijn archeologisch aangetoond. |
| Verdwenen steden en rijken | Er zijn veel historische voorbeelden van instorting, verandering en culturele continuïteit. |
| Nog onbekende prehistorische samenlevingen | Het is aannemelijk dat verder onderzoek nieuwe culturen en nederzettingen aan het licht brengt. |
| Minstens twaalf grote vroegere beschavingen | Dit getal is niet wetenschappelijk vastgesteld. |
| Industriële beschavingen van miljoenen jaren geleden | Een speculatieve mogelijkheid waarvoor momenteel geen overtuigend bewijs bestaat. |
| Een menselijke oorsprong van meer dan vijftig miljoen jaar geleden | Niet verenigbaar met de huidige wetenschappelijke datering van Homo sapiens. |
| De interpretatie van -ANTA als verwijzing naar tientallen miljoenen jaren | Een specifieke religieuze en exegetische interpretatie, geen algemeen erkende taalkundige of geologische conclusie. |
De tabel laat zien dat we verschillende soorten uitspraken uit elkaar moeten houden.
Dat er veel oude beschavingen hebben bestaan, staat vast. Dat er nog onbekende menselijke culturen kunnen worden ontdekt, is aannemelijk. Dat er minstens twaalf geavanceerde beschavingen zijn geweest, waarvan sommige miljoenen jaren oud zouden zijn, is daarentegen niet aangetoond.
De hypothese van Bortoluzzi en de interpretatie van Luns en Geudens gaan nog verder doordat zij de oorsprong van de mens verbinden met een geologische tijdschaal van tientallen miljoenen jaren. Ook deze gedachte moet worden onderscheiden van de wetenschappelijk vastgestelde geschiedenis van de menselijke soort.
12. Wat kan de toekomst ons nog leren over het verleden?
Het is mogelijk dat we de komende decennia veel nieuwe informatie over verdwenen menselijke samenlevingen ontdekken.
Nieuwe archeologische technieken, satellietbeelden, onderwateronderzoek, DNA-analyse en verbeterde dateringsmethoden maken het mogelijk om vindplaatsen te onderzoeken die vroeger moeilijk toegankelijk waren.
Daarmee kunnen nieuwe hoofdstukken aan de menselijke geschiedenis worden toegevoegd. We kunnen ontdekken dat bepaalde gemeenschappen ouder, omvangrijker of technologisch vaardiger waren dan eerder werd aangenomen.
Maar wetenschappelijke vooruitgang betekent niet dat iedere alternatieve hypothese uiteindelijk bevestigd zal worden. Een hypothese moet concrete verwachtingen opleveren die aan waarnemingen kunnen worden getoetst.
Voor een hypothetische industriële beschaving van miljoenen jaren geleden zouden bijvoorbeeld betrouwbaar gedateerde vervaardigde materialen, specifieke chemische signalen en meerdere onafhankelijke aanwijzingen nodig zijn.
Een religieuze interpretatie kan daarnaast een eigen betekenis hebben binnen theologie en geloof, maar moet niet zonder aanvullend bewijs worden gepresenteerd als een wetenschappelijke ontdekking.
Conclusie: hoeveel beschavingen heeft de aarde gehad?
Het exacte aantal beschavingen dat de aarde heeft gekend, is onbekend. De archeologie heeft een groot aantal oude beschavingen aangetoond en er bestaat alle reden om aan te nemen dat onze kennis van de menselijke geschiedenis nog onvolledig is.
De video van Secret Origins stelt met haar verwijzing naar minstens twaalf vroegere beschavingen een fascinerende vraag, maar het genoemde aantal is geen wetenschappelijk vastgesteld gegeven. De hypothese dat er miljoenen jaren geleden industriële beschavingen bestonden, is evenmin bevestigd.
De denkbeelden van Don Guido Bortoluzzi en de interpretaties van Hubert Luns bieden een andere invalshoek. In de synthese van pastoor Jack Geudens wordt de oorsprong van de mens geplaatst binnen een veel ruimere geologische tijdschaal. Daarbij wordt het suffix -ANTA verbonden met tientallen miljoenen jaren en met het Eoceen.
De herkomst van die specifieke interpretatie verdient aandacht. De passage over -ANTA staat expliciet in Geudens’ synthese, waarin Hubert Luns als exegetische bron wordt genoemd. De volledige formulering kan op basis van de beschikbare verwijzingen echter niet zonder meer als een letterlijk en zelfstandig betoog van Luns worden aangemerkt.
Ook de moderne paleobiologie bevestigt niet dat Homo sapiens of menselijke beschavingen al tientallen miljoenen jaren geleden bestonden. Onderzoek naar de oorsprong van placentazoogdieren laat zien hoe oud de evolutionaire geschiedenis van deze diergroep is, maar die bevinding mag niet worden verward met de ouderdom van de moderne mens.
De waarde van deze discussie ligt daarom in het zorgvuldig onderscheiden van verschillende soorten kennis: archeologische feiten, natuurwetenschappelijke verklaringen, religieuze overleveringen en alternatieve hypothesen.
Misschien is de belangrijkste vraag niet alleen hoeveel beschavingen de aarde heeft gehad, maar ook hoeveel van het verleden we nog kunnen reconstrueren.
Hoeveel steden zijn verdwenen? Hoeveel gemeenschappen hebben hun kennis verloren zien gaan? Welke oude verhalen bewaren herinneringen aan werkelijke gebeurtenissen, en welke drukken vooral religieuze of symbolische overtuigingen uit?
Die vragen verdienen serieus onderzoek. Maar een open blik op het verleden vraagt ook om kritische beoordeling van bronnen en om het onderscheid tussen mogelijkheid en bewijs.
De geschiedenis van de aarde is onvoorstelbaar oud. De geschiedenis van de menselijke beschaving is veel korter, maar waarschijnlijk rijker en ingewikkelder dan we vandaag volledig kunnen overzien.
Bronnen en verdere verdieping
De onderstaande bronnen zijn bedoeld om de verschillende onderdelen van het artikel te kunnen controleren en verder te onderzoeken.
A. Don Guido Bortoluzzi, Hubert Luns en de synthese van Jack Geudens
1. GuidoBortoluzzi.org — De Genesis van de mens en de hedendaagse wetenschap
Website: https://guidobortoluzzi.org/de-genesis-van-de-mens-en-de-hedendaagse-wetenschap/
Deze pagina bevat het document Biologie, Theologie en Evolutie, samengesteld door pastoor Jack Geudens. In hoofdstuk V, Exegetische verantwoording, tijdshorizon en diepe tijd, staat de passage De Diepe Geologische Tijdschaal: Het Eoceen (~55 Ma) en de -ANTA-Openbaring.
De pagina verbindt de interpretatie van -ANTA met de diepe geologische tijd en noemt Hubert Luns als exegetische bron. De tekst presenteert echter een hypothetische synthese en moet als zodanig worden gelezen.
2. Hubert Luns — De Schepping – Boek Genesis: Ophelderingen betreffende de oorsprong van de Mens
Online verwijzing: https://www.scribd.com/document/76950089/Opheldering-t-a-v-Oorsprong-van-de-Mens-volgens-Don-Guido-Bortoluzzi-3eEd
Dit werk wordt beschreven als een publicatie met kritische opmerkingen van Hubert Luns bij de geschriften van Don Guido Bortoluzzi. Het is een relevante ingang om zijn eigen formuleringen over Genesis en de menselijke oorsprong te bestuderen.
Voorzichtigheid blijft nodig: ik kan op basis van de beschikbare verwijzingen niet bevestigen dat de volledige uitleg van het suffix -ANTA in precies dezelfde vorm in de oorspronkelijke publicatie van Luns voorkomt.
3. GuidoBortoluzzi.org — Uitnodiging tot doordenking van Genesis en Biologie
Deze pagina bespreekt de verhouding tussen Genesis, biologische vragen en de diepe geologische tijd. Ook hier wordt de interpretatie van -ANTA genoemd in verband met de door Bortoluzzi beschreven openbaringen.
4. Hubert Luns — Het Nu Komende Vrederijk
Deze publicatie verwijst naar eerdere teksten over de scheppingsgeschiedenis en de oorsprong van de mens. Ze kan aanvullende context bieden voor de manier waarop Luns de geschriften van Bortoluzzi interpreteert.
B. Wetenschappelijk onderzoek naar diepe geologische tijd
5. Gavin A. Schmidt en Adam Frank (2018) — The Silurian Hypothesis: Would It Be Possible to Detect an Industrial Civilization in the Geological Record?
International Journal of Astrobiology.
Deze wetenschappelijke studie onderzoekt welke geologische sporen een hypothetische industriële beschaving uit een ver verleden zou kunnen achterlaten. Ze bevestigt niet dat zulke beschavingen hebben bestaan, maar onderzoekt hoe hun mogelijke sporen herkenbaar zouden kunnen zijn.
6. Emily Carlisle en collega’s (2023) — A timescale for placental mammal diversification based on Bayesian modeling of the fossil record
Current Biology, 33(15), 3073–3082.e3.
https://doi.org/10.1016/j.cub.2023.06.016
De onderzoekers gebruiken statistische modellering van fossiele gegevens om de ouderdom en diversificatie van placentazoogdieren te onderzoeken. Hun resultaten zijn relevant voor de diepe evolutionaire geschiedenis van zoogdieren, maar vormen geen bewijs voor het bestaan van Homo sapiens of menselijke beschavingen in het Eoceen.
7. PubMed — samenvatting van de studie van Carlisle en collega’s
Deze wetenschappelijke database biedt aanvullende bibliografische informatie en een samenvatting van de onderzoeksresultaten.
C. Oude beschavingen en mythologische tradities
8. De Popol Vuh
De Popol Vuh is een belangrijke bron uit de K’iche’-Maya-traditie en bevat verhalen over de schepping van de wereld en de mens. Het werk is relevant voor vergelijkend onderzoek naar scheppingsverhalen, maar vormt op zichzelf geen bewijs voor een verdwenen technologische beschaving.
9. De Mesopotamische mythologie en het Gilgamesj-epos
Deze oude teksten bieden inzicht in de religieuze wereld van Mesopotamië, waaronder verhalen over goden, koningen en de zondvloed. Ze zijn belangrijk voor de geschiedenis van religie en literatuur, maar hun mythologische inhoud moet afzonderlijk worden beoordeeld wanneer er historische conclusies uit worden getrokken.
Eindopmerking
Bij het gebruik van deze bronnen is het belangrijk om drie niveaus uit elkaar te houden:
- Wetenschappelijk vastgesteld: bevindingen die worden ondersteund door controleerbare gegevens en onderzoeksmethoden.
- Religieus en exegetisch geïnterpreteerd: verklaringen van Bijbelse teksten en openbaringen binnen een bepaalde geloofsvisie.
- Hypothetisch voorgesteld: verbanden tussen openbaringen, -ANTA, de diepe geologische tijd en een menselijke oorsprong van meer dan vijftig miljoen jaar.
Door deze niveaus duidelijk te onderscheiden, kan de bijdrage van Don Guido Bortoluzzi, Hubert Luns, Agatino Mezzatesta en pastoor Jack Geudens inhoudelijk worden besproken zonder interpretaties als bewezen feiten voor te stellen.